Ezekiel

DSV_Strongs(i)
  1 H7970 In het dertigste H8141 jaar H7243 , in de vierde H2568 [maand], op den vijfden H2320 derzelve maand H8432 , als ik in het midden H1473 der weggevoerden H5104 was bij de rivier H3529 Chebar H8064 , zo geschiedde het, [dat] de hemelen H6605 [H8738] werden geopend H4759 , en ik gezichten H430 Gods H7200 [H8799] zag.
  2 H2568 Op den vijfden H2320 derzelve maand H2549 [dit was het vijfde H8141 jaar H1546 van de wegvoering H4428 van den koning H3112 Jojachin],
  3 H1697 Geschiedde het woord H3068 des HEEREN H3168 uitdrukkelijk tot Ezechiel H1121 , den zoon H941 van Buzi H3548 , den priester H776 , in het land H3778 der Chaldeen H5104 , bij de rivier H3529 Chebar H3027 ; en de hand H3068 des HEEREN was daar op hem.
  4 H7200 [H8799] Toen zag ik H7307 H5591 , en ziet, een stormwind H935 [H8802] kwam H6828 van het noorden H1419 af, een grote H6051 wolk H784 , en een vuur H3947 [H8693] [daarin] vervangen H5051 , en een glans H5439 was rondom H8432 die [wolk]; en uit het midden H5869 daarvan was als de verf H2830 van Hasmal H8432 , uit het midden H784 des vuurs.
  5 H8432 En uit het midden H1823 daarvan [kwam] de gelijkenis H702 van vier H2416 dieren H4758 ; en dit was hun gedaante H2007 : zij H1823 hadden de gelijkenis H120 van een mens;
  6 H259 En elkeen H702 had vier H6440 aangezichten H259 ; insgelijks had elkeen H702 van hen vier H3671 vleugelen.
  7 H7272 En hun voeten H3477 waren rechte H7272 voeten H3709 H7272 , en hun voetplanten H3709 H7272 waren gelijk de voetplanten H5695 van een kalf H5340 [H8802] , en glinsterden H5869 gelijk de verf H7044 van glad H5178 koper.
  8 H3027 H120 En mensenhanden H3671 waren onder hun vleugelen H702 , aan hun vier H7253 zijden H702 ; en die vier H6440 hadden hun aangezichten H3671 en hun vleugelen.
  9 H3671 Hun vleugelen H2266 [H8802] waren samengevoegd H802 , de een H269 aan den ander H5437 [H8735] ; zij keerden zich H3212 [H8800] niet om, als zij gingen H3212 [H8799] ; zij gingen H376 elkeen H5676 recht uit H6440 voor zijn aangezicht henen.
  10 H1823 De gelijkenis H6440 nu van hun aangezicht H6440 was het aangezicht H120 eens mensen H6440 , en het aangezicht H738 eens leeuws H702 hadden zij vier H3225 aan de rechterzijde H8040 ; en ter linkerzijde H702 hadden die vier H7794 eens ossen H6440 aangezicht H702 ; ook hadden die vier H5404 eens arends H6440 aangezicht.
  11 H6440 Ook waren hun aangezichten H3671 en hun vleugelen H4605 opwaarts H6504 [H8803] verdeeld H376 ; elkeen H8147 had er twee H2266 [H8802] samengevoegd H376 aan de andere H8147 , en twee H3680 [H8764] bedekten H1472 hun lichamen.
  12 H3212 [H8799] En zij gingen H376 elkeen H5676 rechtuit H6440 voor zijn aangezicht H7307 henen; waarhenen de geest H3212 [H8800] was om te gaan H3212 [H8799] , gingen zij H5437 [H8735] ; zij keerden zich H3212 [H8800] niet om, als zij gingen.
  13 H1823 Aangaande de gelijkenis H2416 der dieren H4758 , hun gedaante H1197 [H8802] was als brandende H1513 kolen H784 des vuurs H4758 , als de gedaante H3940 der fakkelen H1980 [H8693] ; datzelve [vuur] ging H2416 steeds tussen die dieren H784 ; en het vuur H5051 had een glans H784 , en uit het vuur H3318 H0 kwam H1300 een bliksem H3318 [H8802] voort.
  14 H2416 De dieren H7519 [H8800] nu liepen H7725 [H8800] en keerden weder H4758 als de gedaante H965 van een weerlicht.
  15 H2416 Als ik die dieren H7200 [H8799] zag H259 , ziet, zo was er een H212 rad H776 op de aarde H681 bij H2416 die dieren H702 , naar vier H6440 aangezichten van hetzelve.
  16 H4758 De gedaante H212 der raderen H4639 en derzelver maaksel H5869 was als de verf H8658 van een turkoois H702 ; en die vier H259 hadden enerlei H1823 gelijkenis H4758 ; daartoe was hun gedaante H4639 , en hun maaksel H212 , alsof het ware een rad H8432 in het midden H212 van een rad.
  17 H3212 [H8800] Als zij gingen H3212 [H8799] , zij gingen H702 op hun vier H7253 zijden H5437 [H8735] ; zij keerden zich H3212 [H8800] niet om, als zij gingen.
  18 H1354 En hun velgen H1363 , die waren zo hoog H3374 , dat zij vreselijk H1354 waren; en hun velgen H4392 waren vol H5869 ogen H5439 rondom H702 aan die vier [raderen].
  19 H2416 Als nu de dieren H3212 [H8800] gingen H3212 [H8799] , gingen H212 de raderen H681 bij hen H2416 ; en als de dieren H776 van de aarde H5375 [H8736] opgeheven werden H212 , werden de raderen H5375 [H8735] opgeheven.
  20 H7307 Waarhenen de geest H3212 [H8800] was om te gaan H3212 [H8799] , gingen zij H7307 , waarhenen de geest H3212 [H8800] was om te gaan H212 ; en de raderen H5980 werden tegenover H5375 [H8735] hen opgeheven H7307 ; want de geest H2416 der dieren H212 was in de raderen.
  21 H3212 [H8800] Als die gingen H3212 [H8799] , gingen H5975 [H8800] [deze]; en als die stonden H5975 [H8799] , stonden zij H776 ; en als die van de aarde H5375 [H8736] opgeheven werden H212 , werden de raderen H5980 tegenover H5375 [H8735] hen opgeheven H7307 ; want de geest H2416 der dieren H212 was in de raderen.
  22 H7218 En over de hoofden H2416 der dieren H1823 was de gelijkenis H7549 eens uitspansels H5869 , gelijk de verf H3372 [H8737] van het vreselijke H7140 kristal H4605 , van boven H7218 af over hun hoofden H5186 [H8803] uitgespreid.
  23 H7549 En onder dat uitspansel H3671 waren hun vleugelen H3477 rechtop H802 , de een H269 aan den ander H376 ; ieder H8147 had er twee H2007 , die herwaarts H1472 hun lichamen H3680 [H8764] bedekten H376 , en ieder H8147 had er twee H2007 , die ze derwaarts H3680 [H8764] bedekten.
  24 H3212 [H8800] En als zij gingen H8085 [H8799] , hoorde ik H6963 een geruis H3671 hunner vleugelen H6963 , als het geruis H7227 van vele H4325 wateren H6963 , als de stem H7706 des Almachtigen H6963 , [als] de stem H1999 eens geroeps H6963 , als het gedreun H4264 eens heirlegers H5975 [H8800] ; als zij stonden H7503 H0 , zo lieten zij H3671 hun vleugelen H7503 [H8762] neder.
  25 H6963 En er geschiedde een stem H7549 van boven het uitspansel H7218 , hetwelk boven hun hoofden H5975 [H8800] was, als zij stonden H3671 , [en] hun vleugelen H7503 [H8762] nedergelaten hadden.
  26 H4605 En boven H7549 het uitspansel H7218 , hetwelk was boven hun hoofden H1823 , was de gelijkenis H3678 eens troons H4758 , als de gedaante H5601 H68 van een saffiersteen H1823 ; en op de gelijkenis H3678 des troons H1823 was de gelijkenis H4758 als de gedaante H120 eens mensen H4605 , daarboven op zijnde.
  27 H7200 [H8799] En ik zag H5869 als de verf H2830 van Hasmal H4758 , als de gedaante H784 van vuur H5439 rondom H1004 daarbinnen H4758 , van de gedaante H4975 Zijner lenden H4605 en opwaarts H4758 ; en van de gedaante H4975 Zijner lenden H4295 en nederwaarts H7200 [H8804] , zag ik H4758 als de gedaante H784 van vuur H5051 , en glans H5439 aan Hem rondom.
  28 H4758 Gelijk de gedaante H7198 van den boog H6051 , die in de wolk H3117 is ten dage H1653 des plasregens H4758 , alzo was de gedaante H5051 van den glans H5439 rondom H4758 ; dit was de gedaante H1823 van de gelijkenis H3519 der heerlijkheid H3068 des HEEREN H7200 [H8799] ; en als ik het zag H5307 [H8799] , viel ik H6440 op mijn aangezicht H8085 [H8799] , en ik hoorde H6963 een stem H1696 [H8764] van Een, Die sprak.