Ezekiel 43

DSV_Strongs(i)
  1 H3212 [H8686] Toen leidde hij H8179 mij tot de poort H8179 , de poort H1870 , die den weg H6921 naar het oosten H6437 [H8802] zag.
  2 H3519 En ziet, de heerlijkheid H430 des Gods H3478 van Israel H935 [H8804] kwam H1870 van den weg H6921 naar het oosten H6963 ; en Zijn stem H6963 was als het geruis H7227 van vele H4325 wateren H776 , en de aarde H215 [H8689] werd verlicht H3519 van Zijn heerlijkheid.
  3 H4758 En alzo was de gedaante H4758 van het gezicht H7200 [H8804] , dat ik zag H4758 , gelijk het gezicht H7200 [H8804] , dat ik gezien had H935 [H8800] , toen ik kwam H5892 , om de stad H7843 [H8763] te verderven H4759 ; en het waren gezichten H4758 , als het gezicht H7200 [H8804] , dat ik gezien had H5104 aan de rivier H3529 Chebar H5307 [H8799] ; en ik viel H6440 op mijn aangezicht.
  4 H3519 En de heerlijkheid H3068 des HEEREN H935 [H8804] kwam H1004 in het huis H1870 , [door] den weg H8179 der poort H1870 , die den weg H6921 naar het oosten H6440 zag.
  5 H7307 En de Geest H5375 [H8799] nam mij op H935 [H8686] , en bracht H6442 mij in het binnenste H2691 voorhof H3519 ; en ziet, de heerlijkheid H3068 des HEEREN H1004 had het huis H4390 [H8804] vervuld.
  6 H8085 [H8799] En ik hoorde H1696 [H8693] Een, Die met mij sprak H1004 , uit het huis H376 ; en de man H681 was bij H5975 [H8802] mij, staande.
  7 H559 [H8799] En Hij zeide H1121 H120 tot mij: Mensenkind H4725 ! [dit] is de plaats H3678 Mijns troons H4725 , en de plaats H3709 der zolen H7272 Mijner voeten H7931 [H8799] , alwaar Ik wonen zal H8432 in het midden H1121 der kinderen H3478 Israels H5769 , in eeuwigheid H1004 ; en die van het huis H3478 Israels H6944 zullen Mijn heiligen H8034 Naam H2930 [H8762] niet meer verontreinigen H4428 , zij noch hun koningen H2184 , met hun hoererij H6297 en met de dode lichamen H4428 hunner koningen H1116 , [op] hun hoogten;
  8 H5592 Als zij hun dorpel H5414 [H8800] stelden H5592 aan Mijn dorpel H4201 , en hun post H681 nevens H4201 Mijn post H7023 , dat er [maar] een wand H2930 [H8765] tussen Mij en tussen hen was, en verontreinigden H6944 Mijn heiligen H8034 Naam H8441 met hun gruwelen H6213 [H8804] , die zij deden H3615 [H8762] ; waarom Ik ze verteerd heb H639 in Mijn toorn.
  9 H2184 Nu zullen zij hun hoererij H6297 en de dode lichamen H4428 hunner koningen H7368 [H8762] verre van Mij wegdoen H8432 ; en Ik zal in het midden H7931 [H8804] van hen wonen H5769 in eeuwigheid.
  10 H1121 H120 Gij mensenkind H5046 [H8685] ; wijs H1004 den huize H3478 Israels H1004 dit huis H3637 [H8735] , opdat zij schaamrood worden H5771 vanwege hun ongerechtigheden H8508 , en laat ze het patroon H4058 [H8804] afmeten.
  11 H3637 [H8738] En indien zij schaamrood worden H6213 [H8804] vanwege alles, wat zij gedaan hebben H3045 [H8685] , zo maak hun bekend H6699 den vorm H1004 van het huis H8498 , en zijn gestaltenis H4161 , en zijn uitgangen H4126 , en zijn ingangen H6699 , en al zijn vormen H2708 , en al zijn ordinantien H6699 , ja, al zijn vormen H8451 en al zijn wetten H3789 [H8798] ; en schrijf H5869 het voor hun ogen H6699 , opdat zij zijn gansen vorm H2708 en al zijn ordinantien H8104 [H8799] bewaren H6213 [H8804] , en dezelve doen.
  12 H8451 Dit is de wet H1004 van het huis H7218 : op de hoogte H2022 des bergs H1366 zal zijn ganse grens H5439 , rondom H6944 henen, een heiligheid H6944 der heiligheden H8451 zijn; ziet, dit is de wet H1004 van het huis.
  13 H4060 En dit zijn de maten H4196 des altaars H520 naar de ellen H520 , zijnde de el H520 een el H2948 en een handbreed H2436 ; de boezem H520 van een el H520 , en een el H7341 de breedte H1366 ; en zijn einde H8193 aan zijn rand H5439 rondom H259 een H2239 span H1354 ; en dit is de rug H4196 des altaars.
  14 H2436 Van den boezem H776 nu [op] de aarde H8481 tot aan het onderste H5835 afzetsel H8147 , twee H520 ellen H7341 ; en de breedte H259 een H520 el H6996 ; en van het kleinste H5835 afzetsel H1419 tot aan het grootste H5835 afzetsel H702 , vier H520 ellen H7341 , en de breedte H520 een el.
  15 H741 H2025 En de Harel H702 vier H520 ellen H741 ; en van den Ariel H4605 voorts opwaarts H702 , de vier H7161 hoornen.
  16 H741 De Ariel H8147 H6240 nu, twaalf H753 [ellen] de lengte H8147 H6240 , met twaalf H7341 [ellen] breedte H7251 [H8803] , vierkant H702 aan zijn vier H7253 zijden.
  17 H5835 En het afzetsel H702 H6240 veertien H753 [ellen] de lengte H702 H6240 , met veertien H7341 [ellen] breedte H702 , aan zijn vier H7253 zijden H1366 , en de rand H5439 rondom H2677 hetzelve, de helft H520 ener el H2436 ; en de boezem H520 daaraan, een el H5439 rondom H4609 ; en zijn trappen H6437 [H8800] ziende H6921 naar het oosten.
  18 H559 [H8799] En Hij zeide H1121 H120 tot mij: Mensenkind H559 [H8804] ! zo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H2708 : Dit zijn de ordinantien H4196 des altaars H3117 , ten dage H6213 [H8736] als men het zal maken H5930 , om brandoffer H5927 [H8687] daarop te offeren H1818 , en om bloed H2236 [H8800] daarop te sprengen.
  19 H3881 En gij zult aan de Levietische H3548 priesteren H2233 , dewelke uit het zaad H6659 van Zadok H7138 zijn, die tot Mij naderen H5002 [H8803] [spreekt H136 de Heere H3069 HEERE H8334 [H8763] ], om Mij te dienen H5414 [H8804] , geven H6499 een var H1121 , een jong H1241 rund H2403 , ten zondoffer.
  20 H1818 En gij zult van deszelfs bloed H3947 [H8804] nemen H5414 [H8804] , en doen H702 het aan zijn vier H7161 hoornen H702 , en aan de vier H6438 hoeken H5835 der afzetsels H1366 , en aan den rand H5439 rondom H2398 [H8765] ; alzo zult gij het ontzondigen H3722 [H8765] , en het verzoenen.
  21 H6499 Daarna zult gij den var H2403 des zondoffers H3947 [H8804] nemen H8313 [H8804] ; en hij zal hem verbranden H4662 in een bestelde plaats H1004 van het huis H2351 buiten H4720 het heiligdom.
  22 H8145 En op den tweeden H3117 dag H8549 zult gij een volkomen H8163 H5795 geitenbok H7126 [H8686] offeren H2403 ten zondoffer H4196 ; en zij zullen het altaar H2398 [H8765] ontzondigen H2398 [H8765] , gelijk als zij [dat] ontzondigd hebben H6499 met den var.
  23 H3615 [H8763] Als gij een einde zult gemaakt hebben H2398 [H8763] van het ontzondigen H6499 , [dan] zult gij een var H8549 , een volkomen H1121 jong H1241 rund H7126 [H8686] , offeren H8549 , en een volkomen H352 ram H6629 van de kudde.
  24 H7126 [H8689] En gij zult ze offeren H6440 voor het aangezicht H3068 des HEEREN H3548 ; en de priesteren H4417 zullen zout H7993 [H8689] daarop werpen H5927 [H8689] , en zullen ze offeren H5930 [ten] brandoffer H3068 den HEERE.
  25 H7651 Zeven H3117 dagen H3117 zult gij dagelijks H8163 een bok H2403 des zondoffers H6213 [H8799] bereiden H6499 ; ook zullen zij een var H1121 , een jong H1241 rund H352 , en een ram H6629 van de kudde H8549 , [beide] volkomen H6213 [H8799] bereiden.
  26 H7651 Zeven H3117 dagen H4196 zullen zij het altaar H3722 [H8762] verzoenen H2891 [H8765] , en het reinigen H3027 , en zijn handen H4390 [H8765] vullen.
  27 H3117 Als zij nu deze dagen H3615 [H8762] zullen voleind hebben H8066 , dan zal het op den achtsten H3117 dag H1973 en voortaan H3548 geschieden, dat de priesters H5930 uw brandofferen H8002 en uw dankofferen H4196 op het altaar H6213 [H8799] zullen bereiden H7521 [H8804] ; en Ik zal een welgevallen aan ulieden hebben H5002 [H8803] , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE.