Ezekiel 34

DSV_Strongs(i)
  1 H3068 En des HEEREN H1697 woord H559 [H8800] geschiedde tot mij, zeggende:
  2 H1121 H120 Mensenkind H5012 [H8734] ! profeteer H7462 [H8802] tegen de herders H3478 van Israel H5012 [H8734] ; profeteer H559 [H8804] en zeg H7462 [H8802] tot hen, tot de herders H559 [H8804] : Alzo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H1945 : Wee H7462 [H8802] den herderen H3478 Israels H7462 [H8802] , die zichzelven weiden H7462 [H8802] ! zullen niet de herders H6629 de schapen H7462 [H8799] weiden?
  3 H398 [H8799] Gij eet H2459 het vette H3847 [H8799] , en bekleedt u H6785 met de wol H2076 [H8799] , gij slacht H1277 het gemeste H6629 , [maar] de schapen H7462 [H8799] weidt gij niet.
  4 H2470 [H8737] De zwakke H2388 [H8765] sterkt gij H2470 [H8802] niet, en het kranke H7495 [H8765] heelt gij H7665 [H8737] niet, en het gebrokene H2280 [H8804] verbindt gij H5080 [H8737] niet, en het weggedrevene H7725 [H8689] brengt gij niet weder H6 [H8802] , en het verlorene H1245 [H8765] zoekt gij H7287 [H8804] niet; maar gij heerst H2394 over hen met strengheid H6531 en met hardigheid.
  5 H6327 [H8799] Alzo zijn zij verstrooid H7462 [H8802] , omdat er geen herder H3605 is; en zij zijn al H2416 het wild gedierte H7704 des velds H402 tot spijze H6327 [H8799] geworden, dewijl zij verstrooid waren.
  6 H6629 Mijn schapen H7686 [H8799] dolen H2022 op alle bergen H7311 [H8802] en op allen hogen H1389 heuvel H6629 , ja, Mijn schapen H6327 [H8738] zijn verstrooid H6440 H776 op den gansen aardbodem H1875 [H8802] ; en er is niemand, die er naar vraagt H1245 [H8764] , en niemand, die ze zoekt.
  7 H7462 [H8802] Daarom, gij herders H8085 [H8798] ! hoort H3068 des HEEREN H1697 woord!
  8 H2416 [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef H5002 [H8803] , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE H6629 , zo [Ik] niet! Omdat Mijn schapen H957 geworden zijn tot een roof H6629 , en Mijn schapen H2416 al het wild gedierte H7704 des velds H402 tot spijze H7462 [H8802] geworden zijn, omdat er geen herder H7462 [H8802] is, en Mijn herders H6629 naar Mijn schapen H1875 [H8804] niet vragen H7462 [H8802] ; en de herders H7462 [H8799] weiden zichzelven H6629 , maar Mijn schapen H7462 [H8804] weiden zij niet;
  9 H7462 [H8802] Daarom, gij herders H8085 [H8798] ! hoort H3068 des HEEREN H1697 woord!
  10 H559 [H8804] Alzo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H7462 [H8802] : Ziet, Ik [wil] aan de herders H6629 , en zal Mijn schapen H3027 van hun hand H1875 [H8804] eisen H7462 [H8800] , en zal ze van het weiden H6629 der schapen H7673 [H8689] doen ophouden H7462 [H8802] , zodat de herders H7462 [H8799] zichzelven niet meer zullen weiden H6629 ; en Ik zal Mijn schapen H6310 uit hun mond H5337 [H8689] rukken H402 , zodat zij hun niet [meer] tot spijze zullen zijn.
  11 H559 [H8804] Want zo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H6629 : Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen H1875 [H8804] vragen H1239 [H8765] , en zal ze opzoeken.
  12 H7462 [H8802] Gelijk een herder H5739 zijn kudde H1243 opzoekt H3117 , ten dage H8432 als hij in het midden H6567 [H8737] zijner verspreide H6629 schapen H6629 is, alzo zal Ik Mijn schapen H1239 [H8762] opzoeken H5337 [H8689] ; en Ik zal ze redden H4725 uit al de plaatsen H6327 [H8738] , waarhenen zij verstrooid zijn H3117 , ten dage H6051 der wolke H6205 en der donkerheid.
  13 H3318 [H8689] En Ik zal ze uitvoeren H5971 van de volken H6908 [H8765] , en zal ze vergaderen H776 uit de landen H935 [H8689] , en brengen H127 ze in hun land H7462 [H8804] ; en Ik zal ze weiden H2022 op de bergen H3478 Israels H650 , bij de stromen H4186 en in alle bewoonbare plaatsen H776 des lands.
  14 H2896 Op een goede H4829 weide H7462 [H8799] zal Ik ze weiden H4791 , en op de hoge H2022 bergen H3478 Israels H5116 zal hun kooi H7257 [H8799] zijn; aldaar zullen zij nederliggen H2896 in een goede H5116 kooi H7462 [H8799] , en zullen weiden H8082 [in] een vette H4829 weide H2022 , op de bergen H3478 Israels.
  15 H6629 Ik zal Mijn schapen H7462 [H8799] weiden H7257 [H8686] , en Ik zal ze legeren H5002 [H8803] , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE.
  16 H6 [H8802] Het verlorene H1245 [H8762] zal Ik zoeken H5080 [H8737] , en het weggedrevene H7725 [H8686] zal Ik wederbrengen H7665 [H8737] , en het gebrokene H2280 [H8799] zal Ik verbinden H2470 [H8802] , en het kranke H2388 [H8762] zal Ik sterken H8082 ; maar het vette H2389 en het sterke H8045 [H8686] zal Ik verdelgen H7462 [H8799] , Ik zal ze weiden H4941 met oordeel.
  17 H859 Want gij H6629 , o Mijn schapen H136 ! de Heere H3069 HEERE H559 [H8804] zegt H8199 [H8802] alzo: Ziet, Ik zal richten H7716 tussen klein vee H7716 en klein vee H352 , tussen de rammen H6260 en de bokken.
  18 H4592 Is het u te weinig H2896 , dat gij de goede H4829 weide H7462 [H8799] afweidt H3499 ? Zult gij nog het overige H4829 uwer weide H7272 met uw voeten H7429 [H8799] vertreden H4950 ? En zult gij de bezonkene H4325 wateren H8354 [H8799] drinken H3498 [H8737] , en de overgelatene H7272 met uw voeten H7515 [H8799] vermodderen?
  19 H6629 Mijn schapen H7462 [H8799] dan, zullen zij afweiden H7272 , wat met uw voeten H4823 vertreden is H8354 [H8799] , en drinken H7272 , wat met uw voeten H4833 vermodderd is?
  20 H559 [H8804] Daarom zegt H136 de Heere H3069 HEERE H8199 [H8804] alzo tot hen: Ziet Ik, ja, Ik zal richten H1274 tussen het vette H7716 klein vee H7330 , en tussen het magere H7716 klein vee.
  21 H2470 [H8737] Omdat gij al de zwakken H6654 met de zijde H3802 en met den schouder H1920 [H8799] verdringt H7161 , en met uw hoornen H5055 [H8762] stoot H2351 , totdat gij dezelve naar buiten H6327 [H8689] toe verstrooid hebt;
  22 H6629 Daarom zal Ik Mijn schapen H3467 [H8689] verlossen H957 , dat zij niet meer tot een roof H8199 [H8804] zullen zijn; en Ik zal richten H7716 tussen klein vee H7716 en klein vee.
  23 H259 En Ik zal een enigen H7462 [H8802] Herder H6965 [H8689] over hen verwekken H7462 [H8804] , en Hij zal hen weiden H5650 , [namelijk] Mijn knecht H1732 David H7462 [H8799] ; die zal ze weiden H7462 [H8802] , en Die zal hun tot een Herder zijn.
  24 H3068 En Ik, de HEERE H430 , zal hun tot een God H5650 zijn; en Mijn knecht H1732 David H5387 zal Vorst H8432 zijn in het midden H3068 van hen, Ik, de HEERE H1696 [H8765] , heb het gesproken.
  25 H1285 En Ik zal een verbond H7965 des vredes H3772 [H8804] met hen maken H7451 , en zal het boos H2416 gedierte H776 uit het land H7673 [H8689] doen ophouden H983 ; en zij zullen zeker H3427 [H8804] wonen H4057 in de woestijn H3462 [H8804] , en slapen H3293 H3264 [H8675] in de wouden.
  26 H5439 Want Ik zal dezelve, en de plaatsen rondom H1389 Mijn heuvel H5414 [H8804] , stellen H1293 [tot] een zegen H1653 ; en Ik zal den plasregen H3381 [H8689] doen nederdalen H6256 op zijn tijd H1653 , plasregens H1293 van zegen zullen er zijn.
  27 H6086 En het geboomte H7704 des velds H6529 zal zijn vrucht H5414 [H8804] geven H776 , en het land H2981 zal zijn inkomst H5414 [H8799] geven H983 , en zij zullen zeker H127 zijn in hun land H3045 [H8804] ; en zullen weten H3068 , dat Ik de HEERE H4133 ben, als Ik de disselbomen H5923 huns juks H7665 [H8800] zal hebben verbroken H5337 [H8689] , en hen gerukt H3027 uit de hand H5647 [H8802] dergenen, die zich van hen deden dienen.
  28 H1471 En zij zullen den heidenen H957 niet meer ten roof H2416 zijn, en het wild gedierte H776 der aarde H398 [H8799] zal ze niet [meer] vreten H983 ; maar zij zullen zeker H3427 [H8804] wonen H2729 [H8688] , en er zal niemand zijn, die ze verschrikke.
  29 H4302 En Ik zal hun een plant H8034 van naam H6965 [H8689] verwekken H622 [H8803] ; en zij zullen niet meer weggeraapt worden H7458 door honger H776 in het land H3639 , en den smaad H1471 der heidenen H5375 [H8799] niet meer dragen.
  30 H3045 [H8804] Maar zij zullen weten H3068 , dat Ik, de HEERE H430 , hun God H5971 , met hen ben, en dat zij Mijn volk H1004 zijn, het huis H3478 Israels H5002 [H8803] , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE.
  31 H859 Gij H6629 nu, o Mijn schapen H6629 , schapen H4830 Mijner weide H120 ! gij zijt mensen H430 ; [maar] Ik ben uw God H5002 [H8803] , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE.