Ezekiel 5

DSV_Strongs(i)
  1 H1121 H120 En gij, mensenkind H3947 [H8798] , neem H2299 u een scherp H2719 mes H8593 , een scheermes H1532 der barbieren H3947 [H8799] zult gij u nemen H5674 [H8689] , hetwelk gij zult laten gaan H7218 over uw hoofd H2206 en over uw baard H3976 H4948 ; daarna zult gij u een weegschaal H3947 [H8804] nemen H2505 [H8765] , en die [haren] delen.
  2 H7992 Een derde deel H8432 zult gij in het midden H5892 der stad H217 met vuur H1197 [H8686] verbranden H3117 , nadat de dagen H4692 der belegering H4390 [H8800] vervuld worden H7992 ; dan zult gij een derde deel H3947 [H8804] nemen H5221 [H8686] , slaande H2719 met een zwaard H5439 rondom H7992 hetzelve, en een derde deel H7307 zult gij in den wind H2219 [H8799] strooien H2719 ; want Ik zal het zwaard H310 achter H7324 [H8686] hen uittrekken.
  3 H4592 Gij zult ook weinige H4557 in getal H3947 [H8804] daarvan nemen H3671 , en in uw slippen H6696 [H8804] binden.
  4 H3947 [H8799] En nog zult gij van die nemen H7993 [H8689] , en die werpen H8432 in het midden H784 des vuurs H8313 [H8804] , en zult ze verbranden H784 met vuur H3318 [H8799] ; daaruit zal voortkomen H784 een vuur H1004 tegen het gehele huis H3478 van Israel.
  5 H559 [H8804] Alzo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H3389 : Dit is Jeruzalem H8432 , welke Ik in het midden H1471 der heidenen H7760 [H8804] gezet heb H776 , en landen H5439 rondom haar henen.
  6 H4941 Doch zij heeft Mijn rechten H4784 [H8686] veranderd H7564 in goddeloosheid H1471 meer dan de heidenen H2708 , en Mijn inzettingen H776 meer dan de landen H5439 , die rondom H4941 haar zijn; want zij hebben Mijn rechten H3988 [H8804] verworpen H2708 , en in Mijn inzettingen H1980 [H8804] hebben zij niet gewandeld.
  7 H559 [H8804] Daarom zegt H136 de Heere H3069 HEERE H1995 [H8800] alzo: Dewijl gijlieden dies meer gemaakt hebt H1471 dan de heidenen H5439 , die rondom H2708 u zijn, in Mijn inzettingen H1980 [H8804] niet gewandeld hebt H4941 , en Mijn rechten H6213 [H8804] niet gedaan hebt H4941 , zelfs naar de rechten H1471 der heidenen H5439 , die rondom H6213 [H8804] u zijn, niet gedaan hebt;
  8 H559 [H8804] Daarom zegt H136 de Heere H3069 HEERE H4941 alzo: Ziet, Ik [wil] aan u, ja Ik, want Ik zal gerichten H8432 in het midden H6213 [H8804] van u oefenen H5869 , voor de ogen H1471 van die heidenen.
  9 H6213 [H8804] En Ik zal onder u doen H6213 [H8804] , hetgeen Ik niet gedaan heb H6213 [H8799] , en desgelijks Ik voortaan niet doen zal H3282 , om H8441 al uwer gruwelen wil.
  10 H1 Daarom zullen de vaders H1121 de kinderen H398 [H8799] eten H8432 in het midden H1121 van u, en de kinderen H1 zullen hun vaderen H398 [H8799] eten H8201 ; en Ik zal gerichten H6213 [H8804] onder u oefenen H7611 , en zal al uw overblijfsel H7307 in alle winden H2219 [H8765] verstrooien.
  11 H2416 Daarom [zo] [waarachtig] [als] Ik leef H5002 [H8803] , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE H4720 [omdat gij Mijn heiligdom H2930 [H8765] verontreinigd hebt H8251 met al uw verfoeiselen H8441 , en met al uw gruwelen H1639 [H8799] ], zo Ik ook niet daarom [u] verminderen H5869 , en Mijn oog H2347 [H8799] [u] niet verschonen zal H2550 [H8799] , en Ik ook niet zal sparen!
  12 H7992 Een derde deel H1698 van u zal van de pestilentie H4191 [H8799] sterven H7458 , en zal door honger H8432 in het midden H3615 [H8799] van u te niet worden H7992 ; en een derde deel H2719 zal in het zwaard H5307 [H8799] vallen H5439 rondom H7992 u; en een derde deel H7307 zal Ik in alle winden H2219 [H8762] verstrooien H2719 , en Ik zal het zwaard H310 achter H7324 [H8686] hen uittrekken.
  13 H639 Alzo zal Mijn toorn H3615 [H8804] volbracht worden H2534 , en Ik zal Mijn grimmigheid H5117 [H8689] op hen doen rusten H5162 [H8694] , en Mij troosten H3045 [H8804] ; en zij zullen weten H3068 , dat Ik, de HEERE H7068 , in Mijn ijver H1696 [H8765] gesproken heb H2534 , als Ik Mijn grimmigheid H3615 [H8763] tegen hen volbracht zal hebben.
  14 H2723 Daartoe zal Ik u ter woestheid H2781 en ter smaadheid H5414 [H8799] zetten H1471 onder de heidenen H5439 , die rondom H5869 u zijn, voor de ogen H5674 [H8802] van al degene, die voorbijgaat.
  15 H2781 Zo zal de smaadheid H1422 en hoon H4148 een onderwijs H4923 en ontzetting H1471 den heidenen H5439 zijn, die rondom H8201 u zijn, wanneer Ik over u gerichten H639 in toorn H2534 , en in grimmigheid H2534 , en in grimmige H8433 straffen H6213 [H8800] oefenen zal H3068 ; Ik, de HEERE H1696 [H8765] , heb [het] gesproken!
  16 H7451 Wanneer Ik de boze H2671 pijlen H7458 des hongers H7971 [H8762] tegen hen uitzenden zal H4889 , die ten verderve H7971 [H8763] zijn zullen, die Ik uitzenden zal H7843 [H8763] om u te verderven H7458 ; zo zal Ik den honger H3254 [H8686] over u vermeerderen H4294 , en u den staf H3899 des broods H7665 [H8804] breken.
  17 H7458 Ja, honger H7451 en boos H2416 gedierte H7921 [H8765] , die u van kinderen beroven zullen H7971 [H8765] , zal Ik over u zenden H1698 ; ook zal pestilentie H1818 en bloed H5674 [H8799] onder u omgaan H2719 ; en het zwaard H935 [H8686] zal Ik over u brengen H3068 ; Ik, de HEERE H1696 [H8765] , heb [het] gesproken!