Ezekiel 17

DSV_Strongs(i)
  1 H3068 En des HEEREN H1697 woord H559 [H8800] geschiedde tot mij, zeggende:
  2 H1121 H120 Mensenkind H2330 H0 , stel H2420 een raadsel H2330 [H8798] voor H4911 [H8798] , en gebruik H4912 een gelijkenis H1004 tot het huis H3478 Israels,
  3 H559 [H8804] En zeg H559 [H8804] : Alzo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H5404 : Een arend H1419 , die groot H1419 was, groot H3671 van vleugelen H750 , lang H83 van vlerken H4392 , vol H5133 van vederen H7553 , die verscheidene verven H935 [H8804] had, kwam H3844 op den Libanon H3947 [H8799] , en nam H6788 den oppersten tak H730 van een ceder.
  4 H6998 [H8804] Hij plukte H7218 den top H3242 van zijn jonge takjes H935 [H8686] af, en bracht H776 hem in een land H3667 van koophandel H7760 [H8804] ; hij zette H5892 hem in een stad H7402 [H8802] van kooplieden.
  5 H3947 [H8799] Hij nam H2233 ook van het zaad H776 des lands H5414 [H8799] , en legde H2233 H7704 het in een zaadakker H3947 [H8804] ; hij nam H7760 [H8804] het, hij zette H7227 het bij vele H4325 wateren H6851 met grote voorzichtigheid.
  6 H6779 [H8799] En het sproot uit H5628 [H8802] , en werd tot een welig uitlopenden H1612 wijnstok H8217 , [doch] nederig H6967 van stam H6437 [H8800] , ziende H1808 met zijn takken H8328 naar hem, dewijl zijn wortelen H1612 onder hem waren. Zo werd hij tot een wijnstok H905 , die ranken H6213 [H8799] voortbracht H6288 en scheuten H7971 [H8762] uitwierp.
  7 H259 Nog was er een H1419 grote H5404 arend H1419 , groot H3671 van vleugelen H7227 en overvloedig H5133 van vederen H1612 ; en ziet, deze wijnstok H3719 [H8804] voegde H8328 zijn wortelen H7971 H0 naar denzelven toe, en wierp H1808 zijn takken H7971 [H8765] tot hem uit H8248 [H8687] , opdat hij hem bevochtigen zou H6170 naar de bedden H4302 zijner planting toe.
  8 H2896 Hij was in een goede H7704 landouwe H7227 bij vele H4325 wateren H8362 [H8803] geplant H6057 , om takken H6213 [H8800] te maken H6529 en vrucht H5375 [H8800] te dragen H155 , opdat hij tot een heerlijken H1612 wijnstok worden mocht.
  9 H559 [H8798] Zeg H559 [H8804] : Alzo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H6743 [H8799] : Zal hij gedijen H8328 ? Zal hij niet zijn wortelen H5423 [H8762] uitrukken H6529 , en zijn vrucht H7082 [H8779] afsnijden H3001 [H8804] , dat hij droog worde H2964 ? Hij zal aan al de bladeren H6780 van zijn gewas H3001 [H8799] verdrogen H1419 ; en dat niet door een groten H2220 arm H7227 , noch door veel H5971 volks H8328 , om dien van zijn wortelen H5375 [H8800] weg te voeren.
  10 H8362 [H8803] Ja ziet, zal hij geplant zijnde H6743 [H8799] gedijen H6921 H7307 ? Zal hij niet, als de oostenwind H5060 [H8800] hem aanroert H3001 [H8800] , gans H3001 [H8799] verdrogen H6170 ? Op de bedden H6780 van zijn gewas H3001 [H8799] zal hij verdrogen.
  11 H3068 Daarna geschiedde des HEEREN H1697 woord H559 [H8800] tot mij, zeggende:
  12 H559 [H8798] Zeg H4805 nu tot dat wederspannig H1004 huis H3045 [H8804] : Weet gij H559 [H8798] niet, wat deze dingen zijn? Zeg H4428 : Ziet, de koning H894 van Babel H3389 is [tot] Jeruzalem H935 [H8802] gekomen H4428 , en heeft haar koning H3947 [H8799] genomen H8269 , en haar vorsten H935 [H8686] , en heeft ze tot zich gevoerd H894 naar Babel.
  13 H4410 Daartoe heeft hij van het koninklijk H2233 zaad H3947 [H8799] genomen H1285 , en daarmede een verbond H3772 [H8799] gemaakt H423 , en heeft hem tot een eed H935 [H8686] gebracht H352 , en de machtigen H776 des lands H3947 [H8804] heeft hij weggenomen;
  14 H4467 Opdat het koninkrijk H8217 nederig H5375 [H8692] zou zijn, zich niet verheffende H1285 , [en] dat het, zijn verbond H8104 [H8800] houdende H5975 [H8800] , bestaan mocht.
  15 H4775 [H8799] Maar hij rebelleerde H7971 [H8800] tegen hem, zendende H4397 zijn boden H4714 in Egypte H5483 , opdat men hem paarden H7227 en veel H5971 volks H5414 [H8800] bestellen zou H6743 [H8799] ; zal hij gedijen H4422 [H8735] ? Zal hij ontkomen H6213 [H8802] , die zulke dingen doet H1285 ? Ja, zal hij het verbond H6565 [H8689] breken H4422 [H8738] en ontkomen?
  16 H2416 [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef H5002 [H8803] , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE H4725 , zo hij niet in de plaats H4428 des konings H4427 [H8688] , die hem koning gemaakt heeft H423 , wiens eed H959 [H8804] hij veracht H1285 , en wiens verbond H6565 [H8689] hij gebroken heeft H8432 , bij hem in het midden H894 van Babel H4191 [H8799] zal sterven!
  17 H6547 Ook zal Farao H1419 , door een groot H2428 heir H7227 en door menigte H6951 van [krijgs] vergadering H4421 , met hem in oorlog H6213 [H8799] niets uitrichten H5550 als men een wal H8210 [H8800] zal opwerpen H1785 , en als men sterkten H1129 [H8800] bouwen zal H7227 , om vele H5315 zielen H3772 [H8687] uit te roeien.
  18 H423 Want hij heeft den eed H959 [H8804] veracht H6565 [H8687] , brekende H1285 het verbond H3027 , daar hij, ziet, zijn hand H5414 [H8804] gegeven had H6213 [H8804] ; dewijl hij al deze dingen gedaan heeft H4422 [H8735] , zal hij niet ontkomen.
  19 H559 [H8804] Daarom, alzo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H2416 : [Zo] [waarachtig] [als] Ik leef H423 , zo Ik Mijn eed H959 [H8804] , dien hij veracht heeft H1285 , en Mijn verbond H6331 [H8689] , dat hij gebroken heeft H7218 , datzelve niet op zijn hoofd H5414 [H8804] geve!
  20 H7568 En Ik zal Mijn net H6566 [H8804] over hem uitspreiden H8610 [H8738] , dat hij gegrepen zal worden H4686 in Mijn jachtgaren H935 [H8689] ; en Ik zal hem doen brengen H894 naar Babel H8199 [H8738] , en zal daar met hem rechten H4603 [H8804] [over] zijn overtreding H4604 , waardoor hij tegen Mij overtreden heeft.
  21 H4015 Daartoe zullen al zijn vluchtelingen H102 met al zijn benden H2719 door het zwaard H5307 [H8799] vallen H7604 [H8737] , en de overgeblevenen H7307 zullen in alle winden H6566 [H8735] verstrooid worden H3045 [H8804] ; en gijlieden zult weten H3068 , dat Ik, de HEERE H1696 [H8765] , gesproken heb.
  22 H559 [H8804] Alzo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H6788 : Ik zal ook van den oppersten tak H7311 [H8802] des hogen H730 ceders H3947 [H8804] nemen H5414 [H8804] , dat Ik zetten zal H7218 ; van het opperste H3127 zijner jonge takjes H7390 zal Ik een tederen H6998 [H8799] afplukken H1364 , denwelken Ik op een hogen H8524 [H8803] en verhevenen H2022 berg H8362 [H8804] planten zal;
  23 H2022 Op den berg H4791 der hoogte H3478 van Israel H8362 [H8799] zal Ik hem planten H6057 ; en hij zal takken H5375 [H8804] voortbrengen H6529 , en vrucht H6213 [H8804] dragen H117 , en hij zal tot een heerlijken H730 ceder H7931 [H8804] worden, dat onder hem wonen zal H6833 alle gevogelte H3671 van allerlei vleugel H6738 ; in de schaduw H1808 zijner takken H7931 [H8799] zullen zij wonen.
  24 H6086 Zo zullen alle bomen H7704 des velds H3045 [H8804] weten H3068 , dat Ik, de HEERE H1364 , den hogen H6086 boom H8213 [H8689] vernederd heb H8217 , den nederigen H6086 boom H1361 [H8689] verheven heb H3892 , den groenen H6086 boom H3001 [H8689] verdroogd H3002 , en den drogen H6086 boom H6524 [H8689] bloeiende gemaakt heb H3068 ; Ik, de HEERE H1696 [H8765] , heb het gesproken H6213 [H8804] , en zal het doen.