DSV_Strongs(i)
1
H1121 H120
Voorts, gij mensenkind
H5012 H8734
! profeteer
H1463
tegen Gog
H559 H8804
, en zeg
H559 H8804
: Zo zegt
H136
de Heere
H3069
HEERE
H1463
: Zie, Ik [wil] aan u, o Gog
H7218 H5387
, hoofdvorst
H4902
van Mesech
H8422
en Tubal!
2
H7725 H8790
En Ik zal u omwenden
H8338 H8765
, en een zeshaak in u slaan
H5927 H8689
, en u optrekken
H3411
uit de zijden
H6828
van het noorden
H935 H8689
, en Ik zal u brengen
H2022
op de bergen
H3478
Israels.
3
H7198
Maar Ik zal uw boog
H8040 H3027
uit uw linkerhand
H5221 H8689
slaan
H2671
, en Ik zal uw pijlen
H3225 H3027
uit uw rechterhand
H5307 H8686
doen vallen.
4
H2022
Op de bergen
H3478
Israels
H5307 H8799
zult gij vallen
H102
, gij en al uw benden
H5971
, en de volken
H5861
, die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen
H6833
, aan het gevogelte
H3671
van allen vleugel
H2416
, en aan het gedierte
H7704
des velds
H402
ter spijze
H5414 H8804
gegeven.
5
H6440
Op het open
H7704
veld
H5307 H8799
zult gij vallen
H1696 H8765
; want Ik heb het gesproken
H5002 H8803
, spreekt
H136
de Heere
H3069
HEERE.
6
H784
En Ik zal een vuur
H7971 H8765
zenden
H4031
in Magog
H339
, en onder degenen, die in de eilanden
H983
zeker
H3427 H8802
wonen
H3045 H8804
; en zij zullen weten
H3068
, dat Ik de HEERE ben.
7
H6944
En Ik zal Mijn heiligen
H8034
Naam
H8432
in het midden
H5971
van Mijn volk
H3478
Israel
H3045 H8686
bekend maken
H6944
, en zal Mijn heiligen
H8034
Naam
H2490 H8686
niet meer laten ontheiligen
H1471
; en de heidenen
H3045 H8804
zullen weten
H3068
, dat Ik de HEERE
H6918
ben, de Heilige
H3478
in Israel.
8
H935 H8804
Ziet, het komt
H1961 H8738
en zal geschieden
H5002 H8803
, spreekt
H136
de Heere
H3069
HEERE
H3117
; dit is de dag
H1696 H8765
, [van] welken Ik gesproken heb.
9
H3427 H8802
En de inwoners
H5892
der steden
H3478
Israels
H3318 H8804
zullen uitgaan
H784
, en [vuur
H1197 H8765
] stoken
H5400 H8689
en branden
H5402
van de wapenen
H4043
, zo [van] schilden
H6793
als rondassen
H7198
, van bogen
H2671
en van pijlen
H3027 H4731
, zo van handstokken
H7420
als van spiesen
H784
; en zij zullen daarvan vuur
H1197 H8765
stoken
H7651
zeven
H8141
jaren;
10
H6086
Zodat zij geen hout
H7704
uit het veld
H5375 H8799
zullen dragen
H3293
, noch uit de wouden
H2404 H8799
houwen
H5402
, maar van de wapenen
H784
vuur
H1197 H8762
stoken
H7997 H8804
; en zij zullen beroven
H7997 H8802
degenen, die hen beroofd hadden
H962 H8804
, en plunderen
H962 H8802
, die hen geplunderd hadden
H5002 H8803
, spreekt
H136
de Heere
H3069
HEERE.
11
H3117
En het zal te dien dage
H1463
geschieden, dat Ik aan Gog
H4725 H6913
aldaar een grafstede
H3478
in Israel
H5414 H8799
zal geven
H1516
, het dal
H5674 H8802
der doorgangers
H6926
naar het oosten
H3220
der zee
H5674 H8802
; en datzelve zal den doorgangers
H2629 H8802
[den] [neus] stoppen
H6912 H8804
; en aldaar zullen zij begraven
H1463
Gog
H1995
en zijn ganse menigte
H7121 H8804
, en zullen het noemen
H1516
: Het dal
H1996
van Gogs menigte.
12
H1004
Het huis
H3478
Israels
H6912 H8804
nu zal hen begraven
H776
, om het land
H2891 H8763
te reinigen
H7651
, zeven
H2320
maanden [lang].
13
H5971
Ja, al het volk
H776
des lands
H6912 H8804
zal begraven
H8034
, en het zal hun tot een naam
H3117
zijn, ten dage
H3513 H8736
als Ik zal verheerlijkt zijn
H5002 H8803
, spreekt
H136
de Heere
H3069
HEERE.
14
H582
Ook zullen zij mannen
H914 H8686
uitscheiden
H8548
, die gestadig
H776
door het land
H5674 H8802
doorgaan
H6912 H8764
, [en] doodgravers
H5674 H8802
met de doorgangers
H6440 H776
, [om] [te] [begraven] degenen, die op den aardbodem
H3498 H8737
zijn overgelaten
H2891 H8763
, om dien te reinigen
H7097
; ten einde
H7651
van zeven
H2320
maanden
H2713 H8799
zullen zij onderzoek doen.
15
H5674 H8802
En deze doorgangers
H776
zullen door het land
H5674 H8804
doorgaan
H120 H6106
, en [als] [iemand] een mensenbeen
H7200 H8804
ziet
H6725
, zo zal hij een merkteken
H681
daarbij
H1129 H8804
oprichten
H6912 H8764
; totdat de doodgravers
H6912 H8804
hetzelve zullen hebben begraven
H1516
in het dal
H1996
van Gogs menigte.
16
H8034
Ook zo zal de naam
H5892
der stad
H1997
Hamona
H776
zijn. Alzo zullen zij het land
H2891 H8765
reinigen.
17
H1121 H120
Gij dan, mensenkind
H559 H8804
! zo zegt
H136
de Heere
H3069
HEERE
H559 H8798
: Zeg
H6833
tot het gevogelte
H3671
van allen vleugel
H2416
, en tot al het gedierte
H7704
des velds
H6908 H8734
: Vergadert u
H935 H8798
, en komt aan
H622 H8734
, verzamelt u
H5439
van rondom
H2077
, tot Mijn slachtoffer
H2076 H8802
, dat Ik voor u geslacht heb
H1419
, een groot
H2077
slachtoffer
H2022
, op de bergen
H3478
Israels
H398 H8804
, en eet
H1320
vlees
H8354 H8804
, en drinkt
H1818
bloed.
18
H1320
Het vlees
H1368
der helden
H398 H8799
zult gij eten
H1818
, en het bloed
H5387
van de vorsten
H776
der aarde
H8354 H8799
drinken
H352
; der rammen
H3733
, der lammeren
H6260
, en bokken
H6499
, [en] varren
H4806
, die altemaal gemesten
H1316
van Basan zijn.
19
H2459
En gij zult het vette
H398 H8804
eten
H7654
tot verzadiging
H1818
toe, en bloed
H8354 H8804
drinken
H7943
tot dronkenschap
H2077
toe; van Mijn slachtoffer
H2076 H8804
, dat Ik voor u geslacht heb.
20
H7646 H8804
En gij zult verzadigd worden
H7979
aan Mijn tafel
H5483
van [rij] paarden
H7393
en wagen
H1368
[paarden], van helden
H376 H4421
en alle krijgslieden
H5002 H8803
, spreekt
H136
de Heere
H3069
HEERE.
21
H3519
En Ik zal Mijn eer
H5414 H8804
zetten
H1471
onder de heidenen
H1471
; en alle heidenen
H4941
zullen Mijn oordeel
H7200 H8804
zien
H6213 H8804
, dat Ik gedaan heb
H3027
, en Mijn hand
H7760 H8804
, die Ik aan hen gelegd heb.
22
H1004
En die van het huis
H3478
Israels
H3045 H8804
zullen weten
H3068
, dat Ik, de HEERE
H430
, hunlieder God
H3117
ben, van dien dag
H1973
af en voortaan.
23
H1471
En de heidenen
H3045 H8804
zullen weten
H1004
, dat die van het huis
H3478
Israels
H1540 H8804
gevankelijk zijn weggevoerd
H5771
om hun ongerechtigheid
H4603 H8804
, omdat zij tegen Mij hadden overtreden
H6440
, en dat Ik Mijn aangezicht
H5641 H8686
voor hen verborgen heb
H5414 H8799
, en heb ze overgegeven
H3027
in de hand
H6862
hunner wederpartijders
H2719
, zodat zij altemaal door het zwaard
H5307 H8799
gevallen zijn;
24
H2932
Naar hun onreinigheid
H6588
en naar hun overtredingen
H6213 H8804
heb Ik met hen gehandeld
H6440
, en Ik heb Mijn aangezicht
H5641 H8686
voor hen verborgen.
25
H559 H8804
Daarom zo zegt
H136
de Heere
H3069
HEERE
H3290
: Nu zal Ik Jakobs
H7622 H8675 H7622
gevangenen
H7725 H8686
wederbrengen
H7355 H8765
, en zal Mij ontfermen
H1004
over het ganse huis
H3478
Israels
H7065 H8765
, en Ik zal ijveren
H6944
over Mijn heiligen
H8034
Naam;
26
H3639
Als zij hun schande
H5375 H8804
zullen gedragen hebben
H4604
, en al hun overtreding
H4603 H8804
, [met] dewelke zij tegen Mij hebben overtreden
H127
, toen zij in hun land
H983
zeker
H3427 H8800
woonden
H2729 H8688
, en er niemand was, die hen verschrikte.
27
H7725 H8788
Als Ik hen zal hebben wedergebracht
H5971
uit de volken
H6908 H8765
, en hen vergaderd zal hebben
H776
uit de landen
H341 H8802
hunner vijanden
H6942 H8738
, en Ik aan hen geheiligd zal zijn
H5869
voor de ogen
H7227
van vele
H1471
heidenen;