Ezekiel 39

DSV_Strongs(i)
  1 H1121 H120 Voorts, gij mensenkind H5012 H8734 ! profeteer H1463 tegen Gog H559 H8804 , en zeg H559 H8804 : Zo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H1463 : Zie, Ik [wil] aan u, o Gog H7218 H5387 , hoofdvorst H4902 van Mesech H8422 en Tubal!
  2 H7725 H8790 En Ik zal u omwenden H8338 H8765 , en een zeshaak in u slaan H5927 H8689 , en u optrekken H3411 uit de zijden H6828 van het noorden H935 H8689 , en Ik zal u brengen H2022 op de bergen H3478 Israels.
  3 H7198 Maar Ik zal uw boog H8040 H3027 uit uw linkerhand H5221 H8689 slaan H2671 , en Ik zal uw pijlen H3225 H3027 uit uw rechterhand H5307 H8686 doen vallen.
  4 H2022 Op de bergen H3478 Israels H5307 H8799 zult gij vallen H102 , gij en al uw benden H5971 , en de volken H5861 , die met u zijn; Ik heb u aan de roofvogelen H6833 , aan het gevogelte H3671 van allen vleugel H2416 , en aan het gedierte H7704 des velds H402 ter spijze H5414 H8804 gegeven.
  5 H6440 Op het open H7704 veld H5307 H8799 zult gij vallen H1696 H8765 ; want Ik heb het gesproken H5002 H8803 , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE.
  6 H784 En Ik zal een vuur H7971 H8765 zenden H4031 in Magog H339 , en onder degenen, die in de eilanden H983 zeker H3427 H8802 wonen H3045 H8804 ; en zij zullen weten H3068 , dat Ik de HEERE ben.
  7 H6944 En Ik zal Mijn heiligen H8034 Naam H8432 in het midden H5971 van Mijn volk H3478 Israel H3045 H8686 bekend maken H6944 , en zal Mijn heiligen H8034 Naam H2490 H8686 niet meer laten ontheiligen H1471 ; en de heidenen H3045 H8804 zullen weten H3068 , dat Ik de HEERE H6918 ben, de Heilige H3478 in Israel.
  8 H935 H8804 Ziet, het komt H1961 H8738 en zal geschieden H5002 H8803 , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE H3117 ; dit is de dag H1696 H8765 , [van] welken Ik gesproken heb.
  9 H3427 H8802 En de inwoners H5892 der steden H3478 Israels H3318 H8804 zullen uitgaan H784 , en [vuur H1197 H8765 ] stoken H5400 H8689 en branden H5402 van de wapenen H4043 , zo [van] schilden H6793 als rondassen H7198 , van bogen H2671 en van pijlen H3027 H4731 , zo van handstokken H7420 als van spiesen H784 ; en zij zullen daarvan vuur H1197 H8765 stoken H7651 zeven H8141 jaren;
  10 H6086 Zodat zij geen hout H7704 uit het veld H5375 H8799 zullen dragen H3293 , noch uit de wouden H2404 H8799 houwen H5402 , maar van de wapenen H784 vuur H1197 H8762 stoken H7997 H8804 ; en zij zullen beroven H7997 H8802 degenen, die hen beroofd hadden H962 H8804 , en plunderen H962 H8802 , die hen geplunderd hadden H5002 H8803 , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE.
  11 H3117 En het zal te dien dage H1463 geschieden, dat Ik aan Gog H4725 H6913 aldaar een grafstede H3478 in Israel H5414 H8799 zal geven H1516 , het dal H5674 H8802 der doorgangers H6926 naar het oosten H3220 der zee H5674 H8802 ; en datzelve zal den doorgangers H2629 H8802 [den] [neus] stoppen H6912 H8804 ; en aldaar zullen zij begraven H1463 Gog H1995 en zijn ganse menigte H7121 H8804 , en zullen het noemen H1516 : Het dal H1996 van Gogs menigte.
  12 H1004 Het huis H3478 Israels H6912 H8804 nu zal hen begraven H776 , om het land H2891 H8763 te reinigen H7651 , zeven H2320 maanden [lang].
  13 H5971 Ja, al het volk H776 des lands H6912 H8804 zal begraven H8034 , en het zal hun tot een naam H3117 zijn, ten dage H3513 H8736 als Ik zal verheerlijkt zijn H5002 H8803 , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE.
  14 H582 Ook zullen zij mannen H914 H8686 uitscheiden H8548 , die gestadig H776 door het land H5674 H8802 doorgaan H6912 H8764 , [en] doodgravers H5674 H8802 met de doorgangers H6440 H776 , [om] [te] [begraven] degenen, die op den aardbodem H3498 H8737 zijn overgelaten H2891 H8763 , om dien te reinigen H7097 ; ten einde H7651 van zeven H2320 maanden H2713 H8799 zullen zij onderzoek doen.
  15 H5674 H8802 En deze doorgangers H776 zullen door het land H5674 H8804 doorgaan H120 H6106 , en [als] [iemand] een mensenbeen H7200 H8804 ziet H6725 , zo zal hij een merkteken H681 daarbij H1129 H8804 oprichten H6912 H8764 ; totdat de doodgravers H6912 H8804 hetzelve zullen hebben begraven H1516 in het dal H1996 van Gogs menigte.
  16 H8034 Ook zo zal de naam H5892 der stad H1997 Hamona H776 zijn. Alzo zullen zij het land H2891 H8765 reinigen.
  17 H1121 H120 Gij dan, mensenkind H559 H8804 ! zo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H559 H8798 : Zeg H6833 tot het gevogelte H3671 van allen vleugel H2416 , en tot al het gedierte H7704 des velds H6908 H8734 : Vergadert u H935 H8798 , en komt aan H622 H8734 , verzamelt u H5439 van rondom H2077 , tot Mijn slachtoffer H2076 H8802 , dat Ik voor u geslacht heb H1419 , een groot H2077 slachtoffer H2022 , op de bergen H3478 Israels H398 H8804 , en eet H1320 vlees H8354 H8804 , en drinkt H1818 bloed.
  18 H1320 Het vlees H1368 der helden H398 H8799 zult gij eten H1818 , en het bloed H5387 van de vorsten H776 der aarde H8354 H8799 drinken H352 ; der rammen H3733 , der lammeren H6260 , en bokken H6499 , [en] varren H4806 , die altemaal gemesten H1316 van Basan zijn.
  19 H2459 En gij zult het vette H398 H8804 eten H7654 tot verzadiging H1818 toe, en bloed H8354 H8804 drinken H7943 tot dronkenschap H2077 toe; van Mijn slachtoffer H2076 H8804 , dat Ik voor u geslacht heb.
  20 H7646 H8804 En gij zult verzadigd worden H7979 aan Mijn tafel H5483 van [rij] paarden H7393 en wagen H1368 [paarden], van helden H376 H4421 en alle krijgslieden H5002 H8803 , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE.
  21 H3519 En Ik zal Mijn eer H5414 H8804 zetten H1471 onder de heidenen H1471 ; en alle heidenen H4941 zullen Mijn oordeel H7200 H8804 zien H6213 H8804 , dat Ik gedaan heb H3027 , en Mijn hand H7760 H8804 , die Ik aan hen gelegd heb.
  22 H1004 En die van het huis H3478 Israels H3045 H8804 zullen weten H3068 , dat Ik, de HEERE H430 , hunlieder God H3117 ben, van dien dag H1973 af en voortaan.
  23 H1471 En de heidenen H3045 H8804 zullen weten H1004 , dat die van het huis H3478 Israels H1540 H8804 gevankelijk zijn weggevoerd H5771 om hun ongerechtigheid H4603 H8804 , omdat zij tegen Mij hadden overtreden H6440 , en dat Ik Mijn aangezicht H5641 H8686 voor hen verborgen heb H5414 H8799 , en heb ze overgegeven H3027 in de hand H6862 hunner wederpartijders H2719 , zodat zij altemaal door het zwaard H5307 H8799 gevallen zijn;
  24 H2932 Naar hun onreinigheid H6588 en naar hun overtredingen H6213 H8804 heb Ik met hen gehandeld H6440 , en Ik heb Mijn aangezicht H5641 H8686 voor hen verborgen.
  25 H559 H8804 Daarom zo zegt H136 de Heere H3069 HEERE H3290 : Nu zal Ik Jakobs H7622 H8675 H7622 gevangenen H7725 H8686 wederbrengen H7355 H8765 , en zal Mij ontfermen H1004 over het ganse huis H3478 Israels H7065 H8765 , en Ik zal ijveren H6944 over Mijn heiligen H8034 Naam;
  26 H3639 Als zij hun schande H5375 H8804 zullen gedragen hebben H4604 , en al hun overtreding H4603 H8804 , [met] dewelke zij tegen Mij hebben overtreden H127 , toen zij in hun land H983 zeker H3427 H8800 woonden H2729 H8688 , en er niemand was, die hen verschrikte.
  27 H7725 H8788 Als Ik hen zal hebben wedergebracht H5971 uit de volken H6908 H8765 , en hen vergaderd zal hebben H776 uit de landen H341 H8802 hunner vijanden H6942 H8738 , en Ik aan hen geheiligd zal zijn H5869 voor de ogen H7227 van vele H1471 heidenen;
  28 H3045 H8804 Dan zullen zij weten H3068 , dat Ik, de HEERE H430 , hunlieder God H1540 H8687 ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren H1471 onder de heidenen H3664 H8765 , maar heb ze [weder] verzameld H127 in hun land H3498 H8686 , en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten.
  29 H6440 En Ik zal Mijn aangezicht H5641 H8686 voor hen niet meer verbergen H7307 , wanneer Ik Mijn Geest H1004 over het huis H3478 Israels H8210 H8804 zal hebben uitgegoten H5002 H8803 , spreekt H136 de Heere H3069 HEERE.