Lamentations 5

DSV_Strongs(i)
  1 H2142 H8798 Gedenk H3068 , HEERE H5027 H8685 , wat ons geschied is, aanschouw H7200 H8798 het, en zie H2781 onzen smaad aan.
  2 H5159 Ons erfdeel H2114 H8801 is tot de vreemdelingen H2015 H8738 gewend H1004 , onze huizen H5237 tot de uitlanders.
  3 H3490 Wij zijn wezen H369 zonder H1 vader H517 , onze moeders H490 zijn als de weduwen.
  4 H4325 Ons water H3701 moeten wij voor geld H8354 H8804 drinken H6086 ; ons hout H935 H0 komt H4242 [ons] op prijs H935 H8799 te staan.
  5 H7291 H8738 Wij lijden vervolging H6677 op onze halzen H3021 H8804 ; zijn wij moede H5117 H8717 , men laat ons geen rust.
  6 H4714 Wij hebben den Egyptenaar H3027 de hand H5414 H8804 gegeven H804 , [en] den Assyrier H3899 , om [met] brood H7646 H8800 verzadigd te worden.
  7 H1 Onze vaders H2398 H8804 hebben gezondigd H369 , en zijn niet H5445 H8804 [meer], en wij dragen H5771 hun ongerechtigheden.
  8 H5650 Knechten H4910 H8804 heersen H3027 over ons; er is niemand, die [ons] uit hun hand H6561 H8802 rukke.
  9 H3899 Wij moeten ons brood H5315 met gevaar onzes levens H935 H8686 halen H6440 , vanwege H2719 het zwaard H4057 der woestijn.
  10 H5785 Onze huid H3648 H8738 is zwart geworden H8574 gelijk een oven H6440 , vanwege H2152 den geweldigen storm H7458 des hongers.
  11 H802 Zij hebben de vrouwen H6726 te Sion H6031 H8765 verkracht H1330 , [en] de jonge dochters H5892 in de steden H3063 van Juda.
  12 H8269 De vorsten H3027 zijn door hunlieder hand H8518 H8738 opgehangen H6440 ; de aangezichten H2205 der ouden H1921 H8738 zijn niet geeerd geweest.
  13 H970 Zij hebben de jongelingen H5375 H8804 weggenomen H2911 , [om] te malen H5288 , en de jongens H3782 H8804 struikelen H6086 onder het hout.
  14 H2205 De ouden H7673 H8804 houden op H8179 van de poort H970 , de jongelingen H5058 van hun snarenspel.
  15 H4885 De vreugde H3820 onzes harten H7673 H8804 houdt op H4234 , onze rei H60 is in treurigheid H2015 H8738 veranderd.
  16 H5850 De kroon H7218 onzes hoofds H5307 H8804 is afgevallen H188 ; o wee H2398 H8804 nu onzer, dat wij [zo] gezondigd hebben!
  17 H3820 Daarom is ons hart H1739 mat H5869 , om deze dingen zijn onze ogen H2821 H8804 duister geworden.
  18 H2022 Om des bergs H6726 Sions H8074 H8804 wil, die verwoest is H7776 , waar de vossen H1980 H8765 op lopen.
  19 H3068 Gij, o HEERE H3427 H8799 , zit H5769 in eeuwigheid H3678 , Uw troon H1755 is van geslacht H1755 tot geslacht.
  20 H5331 Waarom zoudt Gij ons steeds H7911 H8799 vergeten H753 ? [Waarom] zoudt Gij ons [zo] langen H3117 tijd H5800 H8799 verlaten?
  21 H3068 HEERE H7725 H8685 , bekeer H7725 H8799 ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn H2318 H8761 ; vernieuw H3117 onze dagen H6924 als van ouds.
  22 H3988 H8800 Want zoudt Gij ons ganselijk H3988 H8804 verwerpen H3966 ? Zoudt Gij zozeer H7107 H8804 tegen ons verbolgen zijn?