Job 30

DSV_Strongs(i)
  1 H6258 Maar nu H7832 [H8804] lachen H5921 over H6810 mij minderen H4480 dan H3117 ik van dagen H834 , welker H1 vaderen H3988 [H8804] ik versmaad zou hebben H5973 , om bij H3611 de honden H6629 mijner kudde H7896 [H8800] te stellen.
  2 H4100 Waartoe H1571 zou mij ook H3581 geweest zijn de krachten H3027 hunner handen H3624 ? Zij was [door] ouderdom H5921 in H6 [H8804] hen vergaan.
  3 H2639 Die door gebrek H3720 en honger H1565 eenzaam H6207 [H8802] waren, vliedende H6723 naar dorre plaatsen H570 , [in] [het] donkere H7722 , woeste H4875 en verwoeste.
  4 H4408 Die ziltige kruiden H6998 [H8801] plukten H5921 bij H7880 de struiken H3899 , en welker spijze H8328 was de wortel H7574 der jeneveren.
  5 H4480 Zij werden uit H1460 het midden H1644 [H8792] uitgedreven H7321 [H8686] ; [men jouwde H5921 over H1590 hen, als [over] een dief],
  6 H7931 [H8800] Opdat zij wonen zouden H6178 in de kloven H5158 der dalen H2356 , de holen H6083 des stofs H3710 en der steenrotsen.
  7 H5101 [H8799] Zij schreeuwden H996 tussen H7880 de struiken H8478 ; onder H2738 de netelen H5596 [H8792] vergaderden zij zich.
  8 H1121 Zij waren kinderen H5036 der dwazen H1571 , en H1121 kinderen H1097 van geen H8034 naam H5217 [H8738] ; zij waren geslagen H4480 uit H776 den lande.
  9 H6258 Maar nu H1961 [H8804] ben ik H5058 hun een snarenspel H1961 [H8799] geworden, en ik ben H4405 hun tot een klapwoord.
  10 H8581 [H8765] Zij hebben een gruwel H4480 aan H7368 [H8804] mij, zij maken zich verre H2820 [H8804] van mij, ja, zij onthouden H7536 het speeksel H3808 niet H4480 van H6440 mijn aangezicht.
  11 H3588 Want H3499 Hij heeft mijn zeel H6605 [H8765] losgemaakt H6031 [H8762] , en mij bedrukt H7448 ; daarom hebben zij den breidel H4480 voor H6440 mijn aangezicht H7971 [H8765] afgeworpen.
  12 H5921 Ter H3225 rechterhand H6965 H0 staat H6526 de jeugd H6965 [H8799] op H7971 H0 , stoten H7272 mijn voeten H7971 [H8765] uit H5549 [H8799] , en banen H5921 tegen H343 mij hun verderfelijke H734 wegen.
  13 H5420 H0 Zij breken H5410 mijn pad H5420 [H8804] af H3276 [H8686] , zij bevorderen H1942 H1962 [H8675] mijn ellende H3926 ; zij hebben H3808 geen H5826 [H8802] helper [van] [doen].
  14 H857 [H8799] Zij komen aan H7342 , als door een wijde H6556 breuk H8478 ; onder H7722 de verwoesting H1556 [H8701] rollen zij zich aan.
  15 H1091 Men is [met] verschrikkingen H5921 tegen H2015 [H8717] mij gekeerd H7291 [H8799] ; elk een vervolgt H7307 als een wind H5082 mijn edele H3444 [ziel], en mijn heil H5645 is als een wolk H5674 [H8804] voorbijgegaan.
  16 H8210 H0 Daarom stort zich H6258 nu H5315 mijn ziel H5921 in H8210 [H8691] mij uit H3117 ; de dagen H6040 des druks H270 [H8799] grijpen mij aan.
  17 H3915 Des nachts H5365 [H8765] doorboort Hij H6106 mijn beenderen H4480 H5921 in H6207 [H8802] mij, en mijn polsaderen H7901 [H8799] rusten H3808 niet.
  18 H7230 Door de veelheid H3581 der kracht H3830 is mijn kleed H2664 [H8691] veranderd H247 [H8799] ; Hij omgordt H6310 mij als de kraag H3801 mijns roks.
  19 H2563 Hij heeft mij in het slijk H3384 [H8689] geworpen H4911 [H8691] , en ik ben gelijk geworden H6083 als stof H665 en as.
  20 H7768 [H8762] Ik schrei H413 tot H6030 [H8799] U, maar Gij antwoordt H3808 mij niet H5975 [H8804] ; ik sta H995 [H8709] , maar Gij acht [niet] op mij.
  21 H2015 [H8735] Gij zijt veranderd H393 in een wrede H6108 tegen mij; door de sterkte H3027 Uwer hand H7852 [H8799] wederstaat Gij mij hatelijk.
  22 H5375 [H8799] Gij heft mij op H413 in H7307 den wind H7392 [H8686] ; Gij doet mij [daarop] rijden H4127 [H8787] , en Gij versmelt H8454 H7738 [H8675] mij het wezen.
  23 H3588 Want H3045 [H8804] ik weet H4194 , dat Gij mij ter dood H7725 [H8686] brengen zult H1004 , en tot het huis H4150 der samenkomst H3605 aller H2416 levenden.
  24 H389 Maar H1164 Hij zal tot den aardhoop H3027 de hand H3808 niet H7971 [H8799] uitsteken H518 ; H7769 is er bij henlieden geschrei H6365 in zijn verdrukking?
  25 H518   H1058 [H8804] Weende ik H3808 niet H7186 over hem, die harde H3117 dagen H5315 had? Was mijn ziel H5701 [H8804] niet beangst H34 over den nooddruftige?
  26 H3588 [Nochtans] toen H2896 ik het goede H6960 [H8765] verwachtte H935 [H8799] , zo kwam H7451 het kwade H3176 [H8762] ; toen ik hoopte H216 naar het licht H935 [H8799] , zo kwam H652 de donkerheid.
  27 H4578 Mijn ingewand H7570 [H8795] ziedt H1826 H0 , en is H3808 niet H1826 [H8804] stil H3117 ; de dagen H6040 der verdrukking H6923 [H8765] zijn mij voorgekomen.
  28 H1980 [H8765] Ik ga H6937 [H8802] zwart H3808 daarheen, niet H2535 van de zon H6965 [H8804] ; opstaande H7768 [H8762] schreeuw ik H6951 in de gemeente.
  29 H8577 Ik ben den draken H251 een broeder H1961 [H8804] geworden H7453 , en een metgezel H1323 der jonge H3284 struisen.
  30 H5785 Mijn huid H7835 [H8804] is zwart H4480 H5291 geworden over H6106 mij, en mijn gebeente H2787 [H8804] is ontstoken H4480 van H2721 dorrigheid.
  31 H3658 Hierom is mijn harp H60 tot een rouwklage H1961 [H8799] geworden H5748 , en mijn orgel H6963 tot een stem H1058 [H8802] der wenenden.