Job 16

DSV_Strongs(i)
  1 H347 Maar Job H6030 H8799 antwoordde H559 H8799 en zeide:
  2 H7227 Ik heb vele H428 dergelijke H8085 H8804 dingen gehoord H3605 ; gij allen H5999 zijt moeilijke H5162 H8764 vertroosters.
  3 H7093 Zal er een einde H7307 zijn aan de winderige H1697 woorden H176 ? Of H4100 wat H4834 H8686 stijft H3588 u, dat H6030 H8799 gij [alzo] antwoordt?
  4 H595 Zou ik H1571 ook H1696 H8762 , als gijlieden, spreken H3863 , indien H5315 uw ziel H3426 ware H5315 in mijner ziele H8478 plaats H4405 ? Zou ik woorden H5921 tegen H2266 H8686 u samenhopen H5921 , en zou ik over H1119 u met H7218 mijn hoofd H5128 H8686 schudden?
  5 H553 H8762 Ik zou u versterken H1119 met H6310 mijn mond H5205 , en de beweging H8193 mijner lippen H2820 H8799 zou zich inhouden.
  6 H518 Zo H1696 H8762 ik spreek H3511 , mijn smart H3808 wordt niet H2820 H8735 ingehouden H2308 H8799 ; en houd ik op H4100 , wat H1980 H0 gaat H4480 er van H1980 H8799 mij weg?
  7 H389 Gewisselijk H6258 , Hij heeft mij nu H3811 H8689 vermoeid H3605 ; Gij hebt mijn ganse H5712 vergadering H8074 H8689 verwoest.
  8 H7059 H8799 Dat Gij mij rimpelachtig gemaakt hebt H1961 H8804 , is H5707 tot een getuige H3585 ; en mijn magerheid H6965 H0 staat H6965 H8799 tegen mij op H6030 H8799 , zij getuigt H6440 in mijn aangezicht.
  9 H639 Zijn toorn H2963 H8804 verscheurt H7852 H8799 , en Hij haat H2786 H8804 mij; Hij knerst H5921 over H8127 mij met Zijn tanden H6862 ; mijn wederpartijder H3913 H8799 scherpt H5869 zijn ogen tegen mij.
  10 H6473 H8804 Zij gapen H6310 met hun mond H5921 tegen H5221 H8689 mij; zij slaan H2781 met smaadheid H3895 op mijn kinnebakken H4390 H8691 ; zij vervullen zich H3162 te zamen H5921 aan mij.
  11 H410 God H413 heeft mij den H5760 verkeerde H5462 H8686 overgegeven H3399 H8804 , en heeft mij afgewend H5921 in H3027 de handen H7563 der goddelozen.
  12 H1961 H8804 Ik had H7961 rust H6565 H8770 , maar Hij heeft mij verbroken H6203 , en bij mijn nek H270 H8804 gegrepen H6327 H8770 , en mij verpletterd H4307 ; en Hij heeft mij Zich tot een doelwit H6965 H8686 opgericht.
  13 H7228 Zijn schutters H5437 H8799 H5921 hebben mij omringd H3629 ; Hij heeft mijn nieren H6398 H8762 doorspleten H3808 , en niet H2550 H8799 gespaard H4845 ; Hij heeft mijn gal H776 op de aarde H8210 H8799 uitgegoten.
  14 H6555 H8799 Hij heeft mij gebroken H6556 met breuk H5921 H6440 op H6556 breuk H5921 ; Hij is tegen H7323 H8799 mij aangelopen H1368 als een geweldige.
  15 H8242 Ik heb een zak H5921 over H1539 mijn huid H8609 H8804 genaaid H7161 ; ik heb mijn hoorn H6083 in het stof H5953 H8782 gedaan.
  16 H6440 Mijn aangezicht H2560 H8777 is gans bemodderd H4480 van H1065 wenen H5921 , en over H6079 mijn oogleden H6757 is des doods schaduw.
  17 H5921 Daar H3808 toch geen H2555 wrevel H3709 in mijn handen H8605 is, en mijn gebed H2134 zuiver is.
  18 H776 O, aarde H3680 H8762 ! bedek H1818 mijn bloed H408 niet H2201 ; en voor mijn geroep H1961 H8799 zij H408 geen H4725 plaats.
  19 H1571 Ook H6258 nu H2009 , zie H8064 , in den hemel H5707 is mijn Getuige H7717 , en mijn Getuige H4791 in de hoogten.
  20 H7453 Mijn vrienden H3887 H8688 zijn mijn bespotters H5869 ; [doch] mijn oog H1811 H8804 druipt H413 tot H433 God.
  21 H3198 H8686 Och, mocht men rechten H1397 voor een man H5973 met H433 God H1121 , gelijk een kind H120 des mensen H7453 voor zijn vriend.
  22 H3588 Want H8141 [weinige] jaren H4557 in getal H857 H8799 zullen er [nog] aankomen H734 , en ik zal het pad H1980 H8799 henengaan H3808 , [waardoor] ik niet H7725 H8799 zal wederkeren.