Proverbs 19

DSV_Strongs(i)
  1 H7326 H8802 De arme H8537 , in zijn oprechtheid H1980 H8802 wandelende H2896 , is beter H6141 dan de verkeerde H8193 van lippen H3684 , en die een zot is.
  2 H5315 Ook is de ziel H1847 zonder wetenschap H2896 niet goed H7272 ; en die met de voeten H213 H8801 haastig is H2398 H8802 , zondigt.
  3 H200 De dwaasheid H120 des mensen H1870 zal zijn weg H5557 H8762 verkeren H3820 ; en zijn hart H3068 zal zich tegen den HEERE H2196 H8799 vergrammen.
  4 H1952 Het goed H3254 H0 brengt H7227 veel H7453 vrienden H3254 H8686 toe H1800 ; maar de arme H7453 wordt van zijn vriend H6504 H8735 gescheiden.
  5 H8267 Een vals H5707 getuige H5352 H8735 zal niet onschuldig zijn H3577 ; en die leugenen H6315 H8686 blaast H4422 H8735 , zal niet ontkomen.
  6 H7227 Velen H2470 H8762 smeken H6440 het aangezicht H5081 des prinsen H7453 ; en een ieder is een vriend H376 desgenen H4976 , die giften geeft.
  7 H251 Al de broeders H7326 H8802 des armen H8130 H8804 haten H7368 H0 hem; hoeveel te meer gaan H4828 zijn vrienden H7368 H8804 verre H7291 H8764 van hem! Hij loopt hen na H561 [met] woorden, die niets zijn.
  8 H3820 Die verstand H7069 H8802 bekomt H157 H0 , heeft H5315 zijn ziel H157 H8802 lief H8104 H0 ; hij neemt H8394 de verstandigheid H8104 H8802 waar H2896 , om het goede H4672 H8800 te vinden.
  9 H8267 Een vals H5707 getuige H5352 H8735 zal niet onschuldig zijn H3577 ; en die leugenen H6315 H8686 blaast H6 H8799 , zal vergaan.
  10 H8588 De weelde H3684 staat een zot H5000 niet wel H5650 ; hoeveel te min een knecht H4910 H8800 te heersen H8269 over vorsten!
  11 H7922 Het verstand H120 des mensen H748 H8689 vertraagt H639 zijn toorn H8597 ; en zijn sieraad H6588 is de overtreding H5674 H8800 voorbij te gaan.
  12 H4428 Des konings H2197 gramschap H5099 is als het brullen H3715 eens jongen leeuws H7522 ; maar zijn welgevallen H2919 is als dauw H6212 op het kruid.
  13 H3684 Een zotte H1121 zoon H1 is zijn vader H1942 grote ellende H4079 ; en de kijvingen H802 ener vrouw H2956 H8802 [als] een gestadig H1812 druipen.
  14 H1004 Huis H1952 en goed H5159 is een erve H1 van de vaderen H7919 H8688 ; maar een verstandige H802 vrouw H3068 is van den HEERE.
  15 H6103 Luiheid H8639 doet in diepen slaap H5307 H8686 vallen H7423 ; en een bedriegelijke H5315 ziel H7456 H8799 zal hongeren.
  16 H4687 Die het gebod H8104 H8802 bewaart H8104 H8802 , bewaart H5315 zijn ziel H1870 ; die zijn wegen H959 H8802 veracht H4191 H8799 , zal sterven.
  17 H1800 Die zich des armen H2603 H8802 ontfermt H3867 H8688 , leent H3068 den HEERE H1576 , en Hij zal hem zijn weldaad H7999 H8762 vergelden.
  18 H3256 H8761 Tuchtig H1121 uw zoon H8615 , als er nog hoop H3426 is H5375 H8799 ; maar verhef H5315 uw ziel H4191 H8687 niet, om hem te doden.
  19 H1419 H1632 Die groot H2534 is van grimmigheid H6066 , zal straf H5375 H8802 dragen H5337 H8686 ; want zo gij [hem] uitredt H3254 H8686 , zo zult gij nog moeten voortvaren.
  20 H8085 H8798 Hoor H6098 raad H6901 H8761 , en ontvang H4148 tucht H319 , opdat gij in uw laatste H2449 H8799 wijs zijt.
  21 H3820 In het hart H376 des mans H7227 zijn veel H4284 gedachten H6098 ; maar de raad H3068 des HEEREN H6965 H8799 , die zal bestaan.
  22 H8378 De wens H120 des mensen H2617 is zijn weldadigheid H7326 H8802 ; maar de arme H2896 is beter H3577 dan een leugenachtig H376 man.
  23 H3374 De vreze H3068 des HEEREN H2416 is ten leven H7649 ; want men zal verzadigd H3885 H8799 zijnde vernachten H7451 ; met het kwaad H6485 H8735 zal men niet bezocht worden.
  24 H6102 Een luiaard H2934 H8804 verbergt H3027 de hand H6747 in den boezem H7725 H0 , en hij zal ze niet weder H6310 aan zijn mond H7725 H8686 brengen.
  25 H5221 H8686 Sla H3887 H8801 den spotter H6612 , zo zal de slechte H6191 H8686 kloekzinnig worden H3198 H8689 ; en bestraf H995 H8737 den verstandige H1847 , hij zal wetenschap H995 H8799 begrijpen.
  26 H1 Wie den vader H7703 H8764 verwoest H517 , [of] de moeder H1272 H8686 verjaagt H1121 , is een zoon H954 H8688 , die beschaamd maakt H2659 H8688 , en schande aandoet.
  27 H2308 H8798 Laat af H1121 , mijn zoon H8085 H8800 , horende H4148 de tucht H7686 H8800 , af te dwalen H561 van de redenen H1847 der wetenschap.
  28 H1100 H5707 Een Belialsgetuige H3887 H8686 bespot H4941 het recht H6310 ; en de mond H7563 der goddelozen H1104 H0 slokt H205 de ongerechtigheid H1104 H8762 in.
  29 H8201 Gerichten H3887 H8801 zijn voor de spotters H3559 H8738 bereid H4112 , en slagen H1460 voor den rug H3684 der zotten.