DSV_Strongs(i)
1
H3068
En de HEERE
H1696 H8762
sprak
H4872
tot Mozes
H4057
in de woestijn
H5514
van Sinai
H8145
, in het tweede
H8141
jaar
H776 H4714
, nadat zij uit Egypteland
H3318 H8800
uitgetogen waren
H7223
, in de eerste
H2320
maand
H559 H8800
, zeggende:
2
H1121
Dat de kinderen
H3478
Israels
H6453
het pascha
H6213 H8799
houden zouden
H4150
, op zijn gezetten tijd.
3
H702 H6240
Op den veertienden
H3117
dag
H2320
in deze maand
H6153
, tussen twee avonden
H6213 H8799
zult gij dat houden
H4150
, op zijn gezetten tijd
H2708
; naar al zijn inzettingen
H4941
, en naar al zijn rechten
H6213 H8799
zult gij dat houden.
4
H4872
Mozes
H1696 H8762
dan sprak
H1121
tot de kinderen
H3478
Israels
H6453
, dat zij het pascha
H6213 H8800
zouden houden.
5
H6213 H8799
En zij hielden
H6453
het pascha
H702 H6240
op den veertienden
H3117
dag
H7223
der eerste
H2320
maand
H6153
, tussen de twee avonden
H4057
, in de woestijn
H5514
van Sinai
H3068
; naar alles, wat de HEERE
H4872
Mozes
H6680 H8765
geboden had
H6213 H8804
, alzo deden
H1121
de kinderen
H3478
Israels.
6
H582
Toen waren er lieden
H5315
geweest, die over het dode lichaam
H120
eens mensen
H2931
onrein
H3117
[waren], en op denzelven dag
H6453
het pascha
H3201 H8804
niet hadden kunnen
H6213 H8800
houden
H7126 H8799
; daarom naderden zij
H6440
voor het aangezicht
H4872
van Mozes
H6440
, en voor het aangezicht
H175
van Aaron
H3117
op dienzelven dag.
7
H1992
En diezelve
H582
lieden
H559 H8799
zeiden
H2931
tot hem: Wij zijn onrein
H5315
over het dode lichaam
H120
eens mensen
H1639 H8735
; waarom zouden wij verkort worden
H7133
, dat wij de offerande
H3068
des HEEREN
H4150
op zijn gezetten tijd
H7126 H8687
niet zouden offeren
H8432
, in het midden
H1121
van de kinderen
H3478
Israels?
8
H4872
En Mozes
H559 H8799
zeide
H5975 H8798
tot hen: Blijft staande
H8085 H8799
, dat ik hoor
H3068
, wat de HEERE
H6680 H8762
u gebieden zal.
10
H1696 H8761
Spreek
H1121
tot de kinderen
H3478
Israels
H559 H8800
, zeggende
H376 H376
: Wanneer iemand
H1755
onder u, of onder uw geslachten
H5315
, over een dood lichaam
H2931
onrein
H7350
, of op een verren
H1870
weg
H3068
zal zijn, hij zal dan nog den HEERE
H6453
het pascha
H6213 H8804
houden.
11
H8145
In de tweede
H2320
maand
H702 H6240
, op den veertienden
H3117
dag
H6153
, tussen de twee avonden
H6213 H8799
, zullen zij dat houden
H4682
; met ongezuurde
H4844
[broden] en bittere
H398 H8799
saus zullen zij dat eten.
12
H7604 H8686
Zij zullen daarvan niet overlaten
H1242
tot den morgen
H6106
, en zullen daaraan geen been
H7665 H8799
breken
H2708
; naar alle inzetting
H6453
van het pascha
H6213 H8799
zullen zij dat houden.
13
H376
Als een man
H2889
, die rein
H1870
is, en op den weg
H2308 H8804
niet is, en nalaten zal
H6453
het pascha
H6213 H8800
te houden
H5315
, zo zal diezelve ziel
H5971
uit haar volken
H3772 H8738
uitgeroeid worden
H7133
; want hij heeft de offerande
H3068
des HEEREN
H4150
op zijn gezetten tijd
H7126 H8689
niet geofferd
H376
, diezelve man
H2399
zal zijn zonde
H5375 H8799
dragen.
14
H1616
En wanneer een vreemdeling
H1481 H8799
bij u als vreemdeling verkeert
H6453
, en hij het pascha
H3068
den HEERE
H6213 H8804
ook houden zal
H2708
, naar de inzetting
H6453
van het pascha
H4941
, en naar zijn wijze
H6213 H8799
, alzo zal hij het houden
H259
; het zal enerlei
H2708
inzetting
H1616
voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling
H249
en den inboorling
H776
des lands.
15
H3117
En op den dag
H6965 H8687
van het oprichten
H4908
des tabernakels
H3680 H8765
bedekte
H6051
de wolk
H4908
den tabernakel
H168
, op de tent
H5715
der getuigenis
H6153
; en in den avond
H4908
was over den tabernakel
H4758
als een gedaante
H784
des vuurs
H1242
, tot aan den morgen.
16
H8548
Alzo geschiedde het geduriglijk
H6051
; de wolk
H3680 H8762
bedekte
H3915
denzelven, en des nachts
H4758
was er een gedaante
H784
des vuurs.
17
H6310
Maar nadat
H6051
de wolk
H5927 H8736
opgeheven werd
H168
van boven de tent
H5265 H8799
, zo verreisden
H310
ook daarna
H1121
de kinderen
H3478
Israels
H4725
; en in de plaats
H6051
, waar de wolk
H7931 H8799
bleef
H2583 H8799
, daar legerden zich
H1121
de kinderen
H3478
Israels.
18
H6310
Naar den mond
H3068
des HEEREN
H5265 H8799
, verreisden
H1121
de kinderen
H3478
Israels
H3068
, en naar des HEEREN
H6310
mond
H2583 H8799
legerden zij zich
H3117
; al de dagen
H6051
, in dewelke de wolk
H4908
over den tabernakel
H7931 H8799
bleef
H2583 H8799
, legerden zij zich.
19
H6051
En als de wolk
H7227
vele
H3117
dagen
H4908
over den tabernakel
H748 H8687
verbleef
H8104 H0
, zo namen
H1121
de kinderen
H3478
Israels
H4931
de wacht
H3068
des HEEREN
H8104 H8804
waar
H5265 H8799
, en verreisden niet.
20
H3426
Als het nu was
H6051
, dat de wolk
H4557
weinige
H3117
dagen
H4908
op den tabernakel
H6310
was, naar den mond
H3068
des HEEREN
H2583 H8799
legerden zij zich
H6310
, en naar den mond
H3068
des HEEREN
H5265 H8799
verreisden zij.
21
H3426
Maar was het
H6051
, dat de wolk
H6153
van den avond
H1242
tot den morgen
H6051
daar was, en de wolk
H1242
in den morgen
H5927 H8738
opgeheven werd
H5265 H8804
, zo verreisden zij
H3119
; of des daags
H3915
, of des nachts
H6051
, als de wolk
H5927 H8738
opgeheven werd
H5265 H8804
, zo verreisden zij.
22
H6051
Of als de wolk
H3117
twee dagen
H2320
, of een maand
H3117
, of [vele] dagen
H748 H8687
vertoog
H4908
op den tabernakel
H7931 H8800
, blijvende
H2583 H8799
daarop, zo legerden zich
H1121
de kinderen
H3478
Israels
H5265 H8799
, en verreisden
H5927 H8736
niet; en als zij verheven werd
H5265 H8799
, verreisden zij.