Numbers 9

DSV_Strongs(i)
  1 H3068 En de HEERE H1696 H8762 sprak H4872 tot Mozes H4057 in de woestijn H5514 van Sinai H8145 , in het tweede H8141 jaar H776 H4714 , nadat zij uit Egypteland H3318 H8800 uitgetogen waren H7223 , in de eerste H2320 maand H559 H8800 , zeggende:
  2 H1121 Dat de kinderen H3478 Israels H6453 het pascha H6213 H8799 houden zouden H4150 , op zijn gezetten tijd.
  3 H702 H6240 Op den veertienden H3117 dag H2320 in deze maand H6153 , tussen twee avonden H6213 H8799 zult gij dat houden H4150 , op zijn gezetten tijd H2708 ; naar al zijn inzettingen H4941 , en naar al zijn rechten H6213 H8799 zult gij dat houden.
  4 H4872 Mozes H1696 H8762 dan sprak H1121 tot de kinderen H3478 Israels H6453 , dat zij het pascha H6213 H8800 zouden houden.
  5 H6213 H8799 En zij hielden H6453 het pascha H702 H6240 op den veertienden H3117 dag H7223 der eerste H2320 maand H6153 , tussen de twee avonden H4057 , in de woestijn H5514 van Sinai H3068 ; naar alles, wat de HEERE H4872 Mozes H6680 H8765 geboden had H6213 H8804 , alzo deden H1121 de kinderen H3478 Israels.
  6 H582 Toen waren er lieden H5315 geweest, die over het dode lichaam H120 eens mensen H2931 onrein H3117 [waren], en op denzelven dag H6453 het pascha H3201 H8804 niet hadden kunnen H6213 H8800 houden H7126 H8799 ; daarom naderden zij H6440 voor het aangezicht H4872 van Mozes H6440 , en voor het aangezicht H175 van Aaron H3117 op dienzelven dag.
  7 H1992 En diezelve H582 lieden H559 H8799 zeiden H2931 tot hem: Wij zijn onrein H5315 over het dode lichaam H120 eens mensen H1639 H8735 ; waarom zouden wij verkort worden H7133 , dat wij de offerande H3068 des HEEREN H4150 op zijn gezetten tijd H7126 H8687 niet zouden offeren H8432 , in het midden H1121 van de kinderen H3478 Israels?
  8 H4872 En Mozes H559 H8799 zeide H5975 H8798 tot hen: Blijft staande H8085 H8799 , dat ik hoor H3068 , wat de HEERE H6680 H8762 u gebieden zal.
  9 H1696 H8762 Toen sprak H3068 de HEERE H4872 tot Mozes H559 H8800 , zeggende:
  10 H1696 H8761 Spreek H1121 tot de kinderen H3478 Israels H559 H8800 , zeggende H376 H376 : Wanneer iemand H1755 onder u, of onder uw geslachten H5315 , over een dood lichaam H2931 onrein H7350 , of op een verren H1870 weg H3068 zal zijn, hij zal dan nog den HEERE H6453 het pascha H6213 H8804 houden.
  11 H8145 In de tweede H2320 maand H702 H6240 , op den veertienden H3117 dag H6153 , tussen de twee avonden H6213 H8799 , zullen zij dat houden H4682 ; met ongezuurde H4844 [broden] en bittere H398 H8799 saus zullen zij dat eten.
  12 H7604 H8686 Zij zullen daarvan niet overlaten H1242 tot den morgen H6106 , en zullen daaraan geen been H7665 H8799 breken H2708 ; naar alle inzetting H6453 van het pascha H6213 H8799 zullen zij dat houden.
  13 H376 Als een man H2889 , die rein H1870 is, en op den weg H2308 H8804 niet is, en nalaten zal H6453 het pascha H6213 H8800 te houden H5315 , zo zal diezelve ziel H5971 uit haar volken H3772 H8738 uitgeroeid worden H7133 ; want hij heeft de offerande H3068 des HEEREN H4150 op zijn gezetten tijd H7126 H8689 niet geofferd H376 , diezelve man H2399 zal zijn zonde H5375 H8799 dragen.
  14 H1616 En wanneer een vreemdeling H1481 H8799 bij u als vreemdeling verkeert H6453 , en hij het pascha H3068 den HEERE H6213 H8804 ook houden zal H2708 , naar de inzetting H6453 van het pascha H4941 , en naar zijn wijze H6213 H8799 , alzo zal hij het houden H259 ; het zal enerlei H2708 inzetting H1616 voor ulieden zijn, beiden den vreemdeling H249 en den inboorling H776 des lands.
  15 H3117 En op den dag H6965 H8687 van het oprichten H4908 des tabernakels H3680 H8765 bedekte H6051 de wolk H4908 den tabernakel H168 , op de tent H5715 der getuigenis H6153 ; en in den avond H4908 was over den tabernakel H4758 als een gedaante H784 des vuurs H1242 , tot aan den morgen.
  16 H8548 Alzo geschiedde het geduriglijk H6051 ; de wolk H3680 H8762 bedekte H3915 denzelven, en des nachts H4758 was er een gedaante H784 des vuurs.
  17 H6310 Maar nadat H6051 de wolk H5927 H8736 opgeheven werd H168 van boven de tent H5265 H8799 , zo verreisden H310 ook daarna H1121 de kinderen H3478 Israels H4725 ; en in de plaats H6051 , waar de wolk H7931 H8799 bleef H2583 H8799 , daar legerden zich H1121 de kinderen H3478 Israels.
  18 H6310 Naar den mond H3068 des HEEREN H5265 H8799 , verreisden H1121 de kinderen H3478 Israels H3068 , en naar des HEEREN H6310 mond H2583 H8799 legerden zij zich H3117 ; al de dagen H6051 , in dewelke de wolk H4908 over den tabernakel H7931 H8799 bleef H2583 H8799 , legerden zij zich.
  19 H6051 En als de wolk H7227 vele H3117 dagen H4908 over den tabernakel H748 H8687 verbleef H8104 H0 , zo namen H1121 de kinderen H3478 Israels H4931 de wacht H3068 des HEEREN H8104 H8804 waar H5265 H8799 , en verreisden niet.
  20 H3426 Als het nu was H6051 , dat de wolk H4557 weinige H3117 dagen H4908 op den tabernakel H6310 was, naar den mond H3068 des HEEREN H2583 H8799 legerden zij zich H6310 , en naar den mond H3068 des HEEREN H5265 H8799 verreisden zij.
  21 H3426 Maar was het H6051 , dat de wolk H6153 van den avond H1242 tot den morgen H6051 daar was, en de wolk H1242 in den morgen H5927 H8738 opgeheven werd H5265 H8804 , zo verreisden zij H3119 ; of des daags H3915 , of des nachts H6051 , als de wolk H5927 H8738 opgeheven werd H5265 H8804 , zo verreisden zij.
  22 H6051 Of als de wolk H3117 twee dagen H2320 , of een maand H3117 , of [vele] dagen H748 H8687 vertoog H4908 op den tabernakel H7931 H8800 , blijvende H2583 H8799 daarop, zo legerden zich H1121 de kinderen H3478 Israels H5265 H8799 , en verreisden H5927 H8736 niet; en als zij verheven werd H5265 H8799 , verreisden zij.
  23 H6310 Naar den mond H3068 des HEEREN H2583 H8799 legerden zij zich H6310 , en naar den mond H3068 des HEEREN H5265 H8799 verreisden zij H8104 H0 ; zij namen H4931 de wacht H3068 des HEEREN H8104 H8804 waar H6310 , naar den mond H3068 des HEEREN H3027 , door de hand H4872 van Mozes.