Job 20

DSV_Strongs(i)
  1 H6030 H8799 Toen antwoordde H6691 Zofar H5284 , de Naamathiet H559 H8799 , en zeide:
  2 H3651 Daarom H5587 doen mijn gedachten H7725 H8686 mij antwoorden H2363 H8800 , en over zulks is mijn verhaasten in mij.
  3 H8085 H8799 Ik heb aangehoord H4148 een bestraffing H3639 , die mij schande aandoet H7307 ; maar de geest H4480 zal uit H998 mijn verstand H6030 H8799 voor mij antwoorden.
  4 H3045 H8804 Weet gij H2063 dit H4480 ? Van H5703 altoos H4480 af, van H120 dat [God] den mens H5921 op H776 de wereld H7760 H8800 gezet heeft,
  5 H3588 Dat H7445 het gejuich H7563 de goddelozen H4480 van H7138 nabij H8057 geweest is, en de vreugde H2611 des huichelaars H7281 voor een ogenblik?
  6 H518 Wanneer H7863 zijn hoogheid H8064 tot den hemel H5927 H8799 toe opklomme H7218 , en zijn hoofd H5645 tot aan de wolken H5060 H8686 raakte;
  7 H1561 Zal hij, gelijk zijn drek H5331 , in eeuwigheid H6 H8799 vergaan H7200 H8802 ; die hem gezien hadden H559 H8799 , zullen zeggen H335 : Waar is hij?
  8 H5774 H8799 Hij zal wegvlieden H2472 als een droom H3808 , dat men hem niet H4672 H8799 vinden zal H5074 H8714 , en hij zal verjaagd worden H2384 als een gezicht H3915 des nachts.
  9 H5869 Het oog H7805 H8804 , dat hem zag H3808 , zal het niet H3254 H8686 meer doen H4725 ; en zijn plaats H3808 zal hem niet H5750 meer H7789 H8799 aanschouwen.
  10 H1121 Zijn kinderen H7521 H0 zullen zoeken H1800 den armen H7521 H8762 te behagen H3027 ; en zijn handen H202 zullen zijn vermogen H7725 H8686 moeten weder uitkeren.
  11 H6106 Zijn beenderen H4390 H0 zullen vol H5934 van zijn verborgene H4390 H8804 [zonden] zijn H5973 ; van welke elkeen met H5921 hem op H6083 het stof H7901 H8799 nederliggen zal.
  12 H518 Indien H7451 het kwaad H6310 in zijn mond H4985 H8686 zoet is H3582 H8686 , hij dat verbergt H8478 , onder H3956 zijn tong,
  13 H5921 Hij dat H2550 H8799 spaart H3808 , en hetzelve niet H5800 H8799 verlaat H8432 , maar dat in het midden H2441 van zijn gehemelte H4513 H8799 inhoudt;
  14 H3899 Zijn spijze H4578 zal in zijn ingewand H2015 H8738 veranderd worden H4846 ; gal H6620 der adderen H7130 zal zij in het binnenste van hem zijn.
  15 H2428 Hij heeft goed H1104 H8804 ingeslokt H6958 H8686 , maar zal het uitspuwen H410 ; God H4480 zal het uit H990 zijn buik H3423 H8686 uitdrijven.
  16 H7219 Het vergif H6620 der adderen H3243 H8799 zal hij zuigen H3956 ; de tong H660 der slang H2026 H8799 zal hem doden.
  17 H6390 De stromen H5104 , rivieren H5158 , beken H1706 van honig H2529 en boter H408 zal hij niet H7200 H8799 zien.
  18 H3022 Den arbeid H7725 H8688 zal hij wedergeven H3808 en niet H1104 H8799 inslokken H2428 ; naar het vermogen H8545 zijner verandering H5965 H0 , zo zal hij van vreugde H3808 niet H5965 H8799 opspringen.
  19 H3588 Omdat H7533 H8765 hij onderdrukt heeft H1800 , de armen H5800 H8804 verlaten heeft H1004 , een huis H1497 H8804 geroofd heeft H3808 , dat hij niet H1129 H8799 opgebouwd had;
  20 H3588 Omdat H3808 hij geen H7961 rust H990 in zijn buik H3045 H8804 gekend heeft H2530 H8803 , zo zal hij van zijn gewenst goed H3808 niet H4422 H8762 uitbehouden.
  21 H369 H0 Er zal niets H8300 overig H369 zijn H400 , dat hij ete H5921 H3651 ; daarom H3808 zal hij niet H2342 H8799 wachten H2898 naar zijn goed.
  22 H5607 Als zijn genoegzaamheid H4390 H8800 H8675 H4390 H8763 zal vol zijn H3334 H8799 , zal hem bang zijn H3605 ; alle H3027 hand H6001 des ellendigen H935 H8799 zal over hem komen.
  23 H1961 H8799 Er zij H990 [wat] om zijn buik H4390 H8763 te vullen H2740 ; [God] zal over hem de hitte H639 Zijns toorns H7971 H8762 zenden H4305 H8686 , en over hem regenen H5921 op H3894 zijn spijze.
  24 H1272 H8799 Hij zij gevloden H4480 van H1270 de ijzeren H5402 wapenen H5154 , de stalen H7198 boog H2498 H8799 zal hem doorschieten.
  25 H8025 H8804 Men zal [het] [zwaard] uittrekken H4480 , het zal uit H1465 het lijf H3318 H8799 uitgaan H1300 , en glinsterende H4480 uit H4846 zijn gal H1980 H8799 voortkomen H367 ; verschrikkingen H5921 zullen over hem zijn.
  26 H3605 Alle H2822 duisternis H2934 H8803 zal verborgen zijn H6845 H8803 in zijn schuilplaatsen H784 ; een vuur H3808 , dat niet H5301 H8795 opgeblazen is H398 H8762 , zal hem verteren H8300 ; den overigen H168 in zijn tent H3415 H8799 zal het kwalijk gaan.
  27 H8064 De hemel H5771 zal zijn ongerechtigheid H1540 H8762 openbaren H776 , en de aarde H6965 H8693 zal zich tegen hem opmaken.
  28 H2981 De inkomste H1004 van zijn huis H1540 H8799 zal weggevoerd worden H5064 H8737 ; het zal al henenvloeien H3117 in den dag H639 Zijns toorns.
  29 H2088 Dit H2506 is het deel H7563 des goddelozen H120 mensen H4480 van H430 God H5159 , en de erve H561 zijner redenen H4480 van H410 God.