DSV_Strongs(i)
2
H3863
Och, of
H3708
mijn verdriet
H8254 H8800
recht
H8254 H8735
gewogen wierd
H1942 H8675 H1962
, en men mijn ellende
H3162
samen
H3976
in een weegschaal
H5375 H8799
ophief!
3
H3588
Want
H6258
het zou nu
H3513 H8799
zwaarder zijn
H4480
dan
H2344
het zand
H3220
der zeeen
H5921 H3651
; daarom
H1697
worden mijn woorden
H3886 H8804
opgezwolgen.
4
H3588
Want
H2671
de pijlen
H7706
des Almachtigen
H5978
zijn in
H834
mij, welker
H2534
vurig venijn
H7307
mijn geest
H8354 H8802
uitdrinkt
H1161
; de verschrikkingen
H433
Gods
H6186 H8799
rusten zich tegen mij.
5
H5101 H8799
Rochelt
H6501
ook de woudezel
H5921
bij
H1877
het jonge gras
H518
?
H1600 H8799
Loeit
H7794
de os
H5921
bij
H1098
zijn voeder?
6
H8602
Wordt ook het onsmakelijke
H398 H8735
gegeten
H4480 H1097
zonder
H4417
zout
H518
?
H3426
Is er
H2940
smaak
H7388
in het witte
H2495
des dooiers?
7
H5315
Mijn ziel
H3985 H8765
weigert
H5060 H8800
[uw] [woorden] aan te roeren
H1992
; die
H1741
zijn als mijn laffe
H3899
spijze.
8
H4310 H5414 H8799
Och, of
H7596
mijn begeerte
H935 H8799
kwame
H433
, en dat God
H8615
mijn verwachting
H5414 H8799
gave;
9
H433
En dat het Gode
H2974 H8686
beliefde
H1792 H8762
, dat Hij mij verbrijzelde
H3027
, Zijn hand
H5425 H8686
losliet
H1214 H8762
, en een einde met mij maakte!
10
H5750
Dat zou nog
H5165
mijn troost
H1961 H8799
zijn
H5539 H8762
, en zou mij verkwikken
H2427
in den weedom
H3808
, [zo] Hij niet
H2550 H8799
spaarde
H3588
; want
H561
ik heb de redenen
H6918
des Heiligen
H3808
niet
H3582 H8765
verborgen gehouden.
11
H4100
Wat
H3581
is mijn kracht
H3588
, dat
H3176 H8762
ik hopen zou
H4100
? Of welk
H7093
is mijn einde
H3588
, dat
H5315
ik mijn leven
H748 H8686
verlengen zou?
13
H518
H369 H0
Is
H5833
dan mijn hulp
H369
niet
H8454
in mij, en is de wijsheid
H4480
uit
H5080 H8738
mij verdreven?
14
H4523
Aan hem, die versmolten is
H4480
, zou van
H7453
zijn vriend
H2617
weldadigheid
H3374
geschieden; of hij zou de vreze
H7706
des Almachtigen
H5800 H8799
verlaten.
15
H251
Mijn broeders
H898 H8804
hebben trouwelooslijk gehandeld
H3644
als
H5158
een beek
H650
; als de storting
H5158
der beken
H5674 H8799
gaan zij door;
16
H6937 H8802
Die verdonkerd zijn
H4480
van
H7140
het ijs
H5921
, [en] in
H7950
dewelke de sneeuw
H5956 H8691
zich verbergt.
17
H6256
Ten tijde
H2215 H8792
, als zij van hitte vervlieten
H6789 H8738
, worden zij uitgedelgd
H2527
; als zij warm worden
H1846 H8738
, verdwijnen zij
H4480
uit
H4725
haar plaats.
18
H734
De gangen
H1870
haars wegs
H3943 H8735
wenden zich ter zijde af
H5927 H8799
; zij lopen
H8414
op in het woeste
H6 H8799
, en vergaan.
19
H734
De reizigers
H8485
van Thema
H5027 H8689
zien
H1979
ze, de wandelaars
H7614
van Scheba
H6960 H8765
wachten
H3926
op haar.
20
H954 H8804
Zij worden beschaamd
H3588
, omdat
H982 H8804
elkeen vertrouwde
H5704
; als zij daartoe
H935 H8804
komen
H2659 H8799
, zo worden zij schaamrood.
21
H3588
Voorwaar
H6258
, [alzo] zijt gijlieden [mij] nu
H3808
niets
H1961 H8804
geworden
H7200 H8799
; gij hebt gezien
H2866
de ontzetting
H3372 H8799
, en gij hebt gevreesd.
22
H3588
H559 H8804
Heb ik gezegd
H3051 H8798
: Brengt
H7809 H8798
mij, en geeft geschenken
H1157
voor
H4480
mij van
H3581
uw vermogen?
23
H4422 H8761
Of bevrijdt
H4480
mij van
H3027
de hand
H6862
des verdrukkers
H6299 H8799
, en verlost
H4480
mij van
H3027
de hand
H6184
der tirannen?
24
H3384 H8685
Leert
H589
mij, en ik
H2790 H8686
zal zwijgen
H995 H8685
, en geeft mij te verstaan
H4100
, waarin
H7686 H8804
ik gedwaald heb.
25
H4100
O, hoe
H4834 H8738
krachtig zijn
H3476
de rechte
H561
redenen
H4100
! Maar wat
H3198 H8687
bestraft
H3198 H8686
het bestraffen
H4480
, [dat] van ulieden is?
26
H3198 H8687
Zult gij, om te bestraffen
H4405
, woorden
H2803 H8799
bedenken
H561
, en zullen de redenen
H2976 H8737
des mismoedigen
H7307
voor wind zijn?
27
H637
Ook
H5307 H8686
werpt gij
H5921
u op
H3490
een wees
H3738 H8799
; en gij graaft
H5921
tegen
H7453
uw vriend.
28
H6258
Maar nu
H2974 H8685
, belieft het u
H6437 H8798
, wendt u
H5921
tot mij, en het zal voor
H6440
ulieder aangezicht
H518
zijn, of
H3576 H8762
ik liege.