Job 6

DSV_Strongs(i)
  1 H347 Maar Job H6030 H8799 antwoordde H559 H8799 en zeide:
  2 H3863 Och, of H3708 mijn verdriet H8254 H8800 recht H8254 H8735 gewogen wierd H1942 H8675 H1962 , en men mijn ellende H3162 samen H3976 in een weegschaal H5375 H8799 ophief!
  3 H3588 Want H6258 het zou nu H3513 H8799 zwaarder zijn H4480 dan H2344 het zand H3220 der zeeen H5921 H3651 ; daarom H1697 worden mijn woorden H3886 H8804 opgezwolgen.
  4 H3588 Want H2671 de pijlen H7706 des Almachtigen H5978 zijn in H834 mij, welker H2534 vurig venijn H7307 mijn geest H8354 H8802 uitdrinkt H1161 ; de verschrikkingen H433 Gods H6186 H8799 rusten zich tegen mij.
  5 H5101 H8799 Rochelt H6501 ook de woudezel H5921 bij H1877 het jonge gras H518 ? H1600 H8799 Loeit H7794 de os H5921 bij H1098 zijn voeder?
  6 H8602 Wordt ook het onsmakelijke H398 H8735 gegeten H4480 H1097 zonder H4417 zout H518 ? H3426 Is er H2940 smaak H7388 in het witte H2495 des dooiers?
  7 H5315 Mijn ziel H3985 H8765 weigert H5060 H8800 [uw] [woorden] aan te roeren H1992 ; die H1741 zijn als mijn laffe H3899 spijze.
  8 H4310 H5414 H8799 Och, of H7596 mijn begeerte H935 H8799 kwame H433 , en dat God H8615 mijn verwachting H5414 H8799 gave;
  9 H433 En dat het Gode H2974 H8686 beliefde H1792 H8762 , dat Hij mij verbrijzelde H3027 , Zijn hand H5425 H8686 losliet H1214 H8762 , en een einde met mij maakte!
  10 H5750 Dat zou nog H5165 mijn troost H1961 H8799 zijn H5539 H8762 , en zou mij verkwikken H2427 in den weedom H3808 , [zo] Hij niet H2550 H8799 spaarde H3588 ; want H561 ik heb de redenen H6918 des Heiligen H3808 niet H3582 H8765 verborgen gehouden.
  11 H4100 Wat H3581 is mijn kracht H3588 , dat H3176 H8762 ik hopen zou H4100 ? Of welk H7093 is mijn einde H3588 , dat H5315 ik mijn leven H748 H8686 verlengen zou?
  12 H518   H3581 Is mijn kracht H68 stenen H3581 kracht H518 ? H1320 Is mijn vlees H5153 staal?
  13 H518   H369 H0 Is H5833 dan mijn hulp H369 niet H8454 in mij, en is de wijsheid H4480 uit H5080 H8738 mij verdreven?
  14 H4523 Aan hem, die versmolten is H4480 , zou van H7453 zijn vriend H2617 weldadigheid H3374 geschieden; of hij zou de vreze H7706 des Almachtigen H5800 H8799 verlaten.
  15 H251 Mijn broeders H898 H8804 hebben trouwelooslijk gehandeld H3644 als H5158 een beek H650 ; als de storting H5158 der beken H5674 H8799 gaan zij door;
  16 H6937 H8802 Die verdonkerd zijn H4480 van H7140 het ijs H5921 , [en] in H7950 dewelke de sneeuw H5956 H8691 zich verbergt.
  17 H6256 Ten tijde H2215 H8792 , als zij van hitte vervlieten H6789 H8738 , worden zij uitgedelgd H2527 ; als zij warm worden H1846 H8738 , verdwijnen zij H4480 uit H4725 haar plaats.
  18 H734 De gangen H1870 haars wegs H3943 H8735 wenden zich ter zijde af H5927 H8799 ; zij lopen H8414 op in het woeste H6 H8799 , en vergaan.
  19 H734 De reizigers H8485 van Thema H5027 H8689 zien H1979 ze, de wandelaars H7614 van Scheba H6960 H8765 wachten H3926 op haar.
  20 H954 H8804 Zij worden beschaamd H3588 , omdat H982 H8804 elkeen vertrouwde H5704 ; als zij daartoe H935 H8804 komen H2659 H8799 , zo worden zij schaamrood.
  21 H3588 Voorwaar H6258 , [alzo] zijt gijlieden [mij] nu H3808 niets H1961 H8804 geworden H7200 H8799 ; gij hebt gezien H2866 de ontzetting H3372 H8799 , en gij hebt gevreesd.
  22 H3588   H559 H8804 Heb ik gezegd H3051 H8798 : Brengt H7809 H8798 mij, en geeft geschenken H1157 voor H4480 mij van H3581 uw vermogen?
  23 H4422 H8761 Of bevrijdt H4480 mij van H3027 de hand H6862 des verdrukkers H6299 H8799 , en verlost H4480 mij van H3027 de hand H6184 der tirannen?
  24 H3384 H8685 Leert H589 mij, en ik H2790 H8686 zal zwijgen H995 H8685 , en geeft mij te verstaan H4100 , waarin H7686 H8804 ik gedwaald heb.
  25 H4100 O, hoe H4834 H8738 krachtig zijn H3476 de rechte H561 redenen H4100 ! Maar wat H3198 H8687 bestraft H3198 H8686 het bestraffen H4480 , [dat] van ulieden is?
  26 H3198 H8687 Zult gij, om te bestraffen H4405 , woorden H2803 H8799 bedenken H561 , en zullen de redenen H2976 H8737 des mismoedigen H7307 voor wind zijn?
  27 H637 Ook H5307 H8686 werpt gij H5921 u op H3490 een wees H3738 H8799 ; en gij graaft H5921 tegen H7453 uw vriend.
  28 H6258 Maar nu H2974 H8685 , belieft het u H6437 H8798 , wendt u H5921 tot mij, en het zal voor H6440 ulieder aangezicht H518 zijn, of H3576 H8762 ik liege.
  29 H7725 H0 Keert H4994 toch H7725 H8798 weder H1961 H0 , laat H3808 er geen H5766 onrecht H1961 H8799 wezen H7725 H8798 , ja, keert weder H5750 ; nog H6664 zal mijn gerechtigheid daarin zijn.
  30 H5766 Zou onrecht H3956 op mijn tong H3426 wezen H518 ? H2441 Zou mijn gehemelte H3808 niet H1942 de ellenden H995 H8799 te verstaan geven?