Job 13

DSV_Strongs(i)
  1 H2005 Ziet H3605 , [dat] alles H5869 heeft mijn oog H7200 H8804 gezien H241 , mijn oor H8085 H8804 gehoord H995 H8799 en verstaan.
  2 H1847 Gelijk gijlieden [het] weet H3045 H8804 , weet H589 ik H1571 het ook H595 ; ik H5307 H8802 zwicht H3808 niet H4480 voor u.
  3 H199 Maar H589 ik H413 zal tot H7706 den Almachtige H1696 H8762 spreken H2654 H8799 , en ben belust H3198 H8687 [mij] te verdedigen H413 voor H410 God.
  4 H199 Want gewisselijk H859 , gij H2950 H8802 H8267 zijt leugenstoffeerders H3605 ; gij allen H457 zijt nietige H7495 H8802 medicijnmeesters.
  5 H4310 H5414 H8799 Och, of H2790 H8687 gij gans H2790 H8686 stilzweegt H2451 ! Dat zou ulieden voor wijsheid H1961 H8799 wezen.
  6 H8085 H8798 Hoort H4994 toch H8433 mijn verdediging H7181 H8685 , en merkt H7379 op de twistingen H8193 mijner lippen.
  7 H410 Zult gij voor God H5766 onrecht H1696 H8762 spreken H7423 , en zult gij voor Hem bedriegerij H1696 H8762 spreken?
  8 H6440 Zult gij Zijn aangezicht H5375 H8799 aannemen H518 ? H410 Zult gij voor God H7378 H8799 twisten?
  9 H2895 H8804 Zal het goed zijn H3588 , als H853 Hij u H2713 H8799 zal onderzoeken H518 ? H2048 H8762 Zult gij met Hem spotten H582 , gelijk men met een mens H2048 H8763 spot?
  10 H853 Hij zal u H3198 H8687 gewisselijk H3198 H8686 bestraffen H518 , zo H5643 gij in het verborgene H6440 het aangezicht H5375 H8799 aanneemt.
  11 H3808 Zal u niet H7613 Zijn hoogheid H1204 H8762 verschrikken H6343 , en Zijn vreze H5921 over H5307 H8799 u vallen?
  12 H2146 Uw gedachtenissen H4912 zijn gelijk H665 as H1354 , uw hoogten H1354 als hoogten H2563 van leem.
  13 H2790 H8685 Houdt stil H4480 van H589 mij, opdat ik H1696 H8762 spreke H5674 H8799 , en er ga H5921 over H4100 mij, wat [het zij].
  14 H5921 H4100 Waarom H1320 zou ik mijn vlees H8127 in mijn tanden H5375 H8799 nemen H5315 , en mijn ziel H3709 in mijn hand H7760 H8799 stellen?
  15 H2005 Ziet H6991 H8799 , [zo] Hij mij doodde H3808 , zou ik niet H3176 H8762 hopen H1870 ? Evenwel zal ik mijn wegen H413 voor H6440 Zijn aangezicht H3198 H8686 verdedigen.
  16 H1571 Ook H1931 zal Hij H3444 mij tot zaligheid H3588 zijn; maar H2611 een huichelaar H6440 zal voor Zijn aangezicht H3808 niet H935 H8799 komen.
  17 H8085 H8798 Hoort H8085 H8800 naarstiglijk H4405 mijn rede H262 , en mijn aanwijzing H241 met uw oren.
  18 H2009 Ziet H4994 nu H4941 , ik heb het recht H6186 H8804 ordentelijk gesteld H3045 H8804 ; ik weet H3588 , dat H869 ik H6663 H8799 rechtvaardig zal verklaard worden.
  19 H4310 Wie H1931 is hij H5978 , die met H7378 H8799 mij twist H3588 ? Wanneer H6258 ik nu H2790 H8686 zweeg H1478 H8799 , zo zou ik den geest geven.
  20 H389 Alleenlijk H6213 H8799 doe H8147 twee H408 dingen niet H5978 met H227 mij; dan H4480 zal ik mij van H6440 Uw aangezicht H3808 niet H5641 H8735 verbergen.
  21 H7368 H0 Doe H3709 Uw hand H7368 H8685 verre H4480 van H5921 op H367 mij, en Uw verschrikking H1204 H0 make H408 mij niet H1204 H8762 verbaasd.
  22 H7121 H8798 Roep H595 dan, en ik H6030 H8799 zal antwoorden H176 ; of H1696 H8762 ik zal spreken H7725 H8685 , en geef mij antwoord.
  23 H4100 Hoeveel H5771 misdaden H2403 en zonden H3045 H0 heb ik? Maak H6588 mijn overtreding H2403 en mijn zonden H3045 H8685 mij bekend.
  24 H4100 Waarom H5641 H8686 verbergt Gij H6440 Uw aangezicht H2803 H8799 , en houdt H341 H8802 mij voor Uw vijand?
  25 H5086 H8737 Zult Gij een gedreven H5929 blad H6206 H8799 verbrijzelen H3002 , en zult Gij een drogen H7179 stoppel H7291 H8799 vervolgen?
  26 H3588 Want H3789 H8799 Gij schrijft H5921 tegen H4846 mij bittere dingen H3423 H8686 ; en Gij doet mij erven H5771 de misdaden H5271 mijner jonkheid.
  27 H7760 H8799 Gij legt H7272 ook mijn voeten H5465 in den stok H8104 H8799 , en neemt waar H3605 al H734 mijn paden H2707 H8691 ; Gij drukt U H5921 in H8328 de wortelen H7272 mijner voeten,
  28 H1931 En hij H1086 H8799 veroudert H7538 als een verrotting H899 , als een kleed H6211 , dat de mot H398 H8804 opeet.