Job 10

DSV_Strongs(i)
  1 H5315 Mijn ziel H5354 H8804 is verdrietig H2416 over mijn leven H7879 ; ik zal mijn klacht H5921 op H5800 H8799 mij laten H1696 H8762 ; ik zal spreken H4751 in bitterheid H5315 mijner ziel.
  2 H413 Ik zal tot H433 God H559 H8799 zeggen H7561 H8686 : Verdoem H408 mij niet H3045 H8685 ; doe mij weten H5921 H4100 , waarover H7378 H8799 Gij met mij twist.
  3 H2895 H8804 Is het U goed H3588 , dat H6231 H8799 Gij verdrukt H3588 , dat H3988 H8799 Gij verwerpt H3018 den arbeid H3709 Uwer handen H5921 , en over H6098 den raad H7563 der goddelozen H3313 H8689 schijnsel geeft?
  4 H1320 Hebt Gij vleselijke H5869 ogen H518 , H7200 H8799 ziet Gij H582 , gelijk een mens H7200 H8800 ziet?
  5 H3117 Zijn Uw dagen H3117 als de dagen H582 van een mens H518 ? H8141 Zijn Uw jaren H3117 als de dagen H1397 eens mans?
  6 H3588 Dat H1245 H8762 Gij onderzoekt H5771 naar mijn ongerechtigheid H2403 , en naar mijn zonde H1875 H8799 verneemt?
  7 H5921   H1847 Het is Uw wetenschap H3588 , dat H3808 ik niet H7561 H8799 goddeloos ben H369 ; nochtans is er niemand H4480 , die uit H3027 Uw hand H5337 H8688 verlosse.
  8 H3027 Uw handen H6087 H8765 doen mij smart aan H6213 H8799 , hoewel zij mij gemaakt hebben H3162 , te zamen H5439 rondom H1104 H8762 [mij] zijn zij, en Gij verslindt mij.
  9 H2142 H8798 Gedenk H4994 toch H3588 , dat H2563 Gij mij als leem H6213 H8804 bereid hebt H413 , en mij tot H6083 stof H7725 H8686 zult doen wederkeren.
  10 H3808 Hebt Gij mij niet H2461 als melk H5413 H8686 gegoten H1385 , en mij als een kaas H7087 H8686 doen runnen?
  11 H5785 Met vel H1320 en vlees H3847 H8686 hebt Gij mij bekleed H6106 ; met beenderen H1517 ook en zenuwen H7753 H8787 hebt Gij mij samengevlochten;
  12 H2416 Benevens het leven H2617 hebt Gij weldadigheid H5978 aan H6213 H8804 mij gedaan H6486 , en Uw opzicht H7307 heeft mijn geest H8104 H8804 bewaard.
  13 H428 Maar deze H6845 H8804 dingen hebt Gij verborgen H3824 in Uw hart H3045 H8804 ; ik weet H3588 , dat H2063 dit H5973 bij U geweest is.
  14 H518 Indien H2398 H8804 ik zondig H8104 H8804 , zo zult Gij mij waarnemen H4480 , en van H5771 mijn misdaad H3808 zult Gij mij niet H5352 H8762 onschuldig houden.
  15 H518 Zo H7561 H8804 ik goddeloos ben H480 , wee H6663 H8804 mij! En ben ik rechtvaardig H7218 , ik zal mijn hoofd H3808 niet H5375 H8799 opheffen H7649 ; ik ben zat H7036 van schande H7202 H8798 H8676 H7200 H8798 , maar aanzie H6040 mijn ellende.
  16 H1342 H8799 Want zij verheft zich H7826 ; gelijk een felle leeuw H6679 H8799 jaagt Gij H7725 H8799 mij; Gij keert weder H6381 H8691 en stelt U wonderlijk tegen mij.
  17 H2318 H8762 Gij vernieuwt H5707 Uw getuigen H5048 tegenover H7235 H8686 mij, en vermenigvuldigt H3708 Uw toorn H5978 tegen H2487 mij; verwisselingen H6635 , ja, een heirleger, zijn tegen mij.
  18 H4100 En waarom H4480 hebt Gij mij uit H7358 de baarmoeder H3318 H8689 voortgebracht H1478 H8799 ? Och, dat ik den geest gegeven had H3808 , en geen H5869 oog H7200 H8799 mij gezien had!
  19 H1961 H8799 Ik zou zijn H834 , alsof H1961 H8804 ik niet geweest ware H4480 ; van H990 [moeders] buik H6913 zou ik tot het graf H2986 H8714 gebracht zijn geweest.
  20 H3117 Zijn mijn dagen H3808 niet H4592 weinig H2308 H8798 H8675 H2308 H8799 ? Houd op H4480 , zet van H7896 H8798 H8675 H7896 H8799 mij af H4592 , dat ik mij een weinig H1082 H8686 verkwikke;
  21 H2962 Eer H3212 H8799 ik henenga H3808 (en niet H7725 H8799 wederkom H413 ) in H776 een land H2822 der duisternis H6757 en der schaduwe des doods;
  22 H5890 Een stikdonker H776 land H3962 , als H652 de duisternis H6757 zelve, de schaduwe des doods H3808 , en zonder H5468 ordeningen H3313 H8686 , en het geeft schijnsel H3644 als H652 de duisternis.