DSV_Strongs(i)
2
H2708
Dit is de inzetting
H8451
van de wet
H3068
, die de HEERE
H6680 H8765
geboden heeft
H559 H8800
, zeggende
H1696 H8761
: Spreek
H1121
tot de kinderen
H3478
Israels
H3947 H8799
, dat zij tot u brengen
H122
een rode
H8549
volkomen
H6510
vaars
H3971
, in welke geen gebrek
H3808
is, op welke geen
H5923
juk
H5927 H8804
gekomen is.
3
H5414 H8804
En gij zult die geven
H499
aan Eleazar
H3548
, den priester
H3318 H8689
; en hij zal ze uitbrengen
H2351
tot buiten
H4264
het leger
H6440
, en men zal haar voor zijn aangezicht
H7819 H8804
slachten.
4
H499
En Eleazar
H3548
, den priester
H1818
, zal van haar bloed
H676
met zijn vinger
H3947 H8804
nemen
H1818
, en hij zal van haar bloed
H5227
recht
H6440
tegenover
H168
de tent
H4150
der samenkomst
H7651 H6471
zevenmaal
H5137 H8689
sprengen.
5
H6510
Voorts zal men deze vaars
H5869
voor zijn ogen
H8313 H8804
verbranden
H5785
; haar vel
H1320
, en haar vlees
H1818
, en haar bloed
H6569
, met haar mest
H8313 H8799
, zal men verbranden.
6
H3548
En de priester
H3947 H8804
zal nemen
H730 H6086
cederhout
H231
, en hysop
H8438 H8144
, en scharlaken
H7993 H8689
, en werpen
H8432
ze in het midden
H8316
van den brand
H6510
dezer vaars.
7
H3548
Dan zal de priester
H899
zijn klederen
H3526 H8765
wassen
H1320
, en zijn vlees
H4325
met water
H7364 H8804
baden
H310
, en daarna
H4264
in het leger
H935 H8799
gaan
H3548
; en de priester
H2930 H8804
zal onrein zijn
H6153
tot aan den avond.
8
H8313 H8802
Ook die haar verbrand heeft
H899
, zal zijn klederen
H4325
met water
H3526 H8762
wassen
H1320
, en zijn vlees
H4325
met water
H7364 H8804
baden
H2930 H8804
, en onrein zijn
H6153
tot aan den avond.
9
H2889
En een rein
H376
man
H665
zal de as
H6510
dezer vaars
H622 H8804
verzamelen
H2351
, en buiten
H4264
het leger
H2889
in een reine
H4725
plaats
H3240 H8689
wegleggen
H4931
; en het zal zijn ter bewaring
H5712
voor de vergadering
H1121
van de kinderen
H3478
Israels
H4325
, tot het water
H5079
der afzondering
H2403
; het is ontzondiging.
10
H665
En die de as
H6510
dezer vaars
H622 H8802
verzameld heeft
H899
, zal zijn klederen
H3526 H8765
wassen
H2930 H8804
, en onrein zijn
H6153
tot aan den avond
H1121
. Dit zal den kinderen
H3478
Israels
H1616
, en den vreemdeling
H8432
, die in het midden
H1481 H8802
van henlieden als vreemdeling verkeert
H5769
, tot een eeuwige
H2708
inzetting zijn.
11
H4191 H8801
Wie een dode
H5315
, enig dood lichaam
H120
van een mens
H5060 H8802
, aanroert
H7651
, die zal zeven
H3117
dagen
H2930 H8804
onrein zijn.
12
H7992
Op den derden
H3117
dag
H2398 H8691
zal hij zich daarmede ontzondigen
H7637
, zo zal hij op den zevenden
H3117
dag
H2891 H8799
rein zijn
H7992
; maar indien hij zich op den derden
H3117
dag
H2398 H8691
niet ontzondigt
H7637
, zo zal hij op den zevenden
H3117
dag
H2891 H8799
niet rein zijn.
13
H8801
Al wie een dode4191
H5315
, het dode lichaam
H120
eens mensen
H4191 H8799
, die gestorven zal zijn
H5060 H8802
, aanroert
H2398 H8691
, en zich niet ontzondigd zal hebben
H2930 H8765
, die verontreinigt
H4908
den tabernakel
H3068
des HEEREN
H5315
; daarom zal die ziel
H3772 H8738
uitgeroeid worden
H3478
uit Israel
H4325
; omdat het water
H5079
der afzondering
H2236 H8795
op hem niet gesprengd is
H2931
, zal hij onrein zijn
H2932
; zijn onreinigheid is nog in hem.
14
H8451
Dit is de wet
H120
, wanneer een mens
H4191 H8799
zal gestorven zijn
H168
in een tent
H168
: al wie in die tent
H935 H8802
ingaat
H168
, en al wie in die tent
H7651
is, zal zeven
H3117
dagen
H2930 H8799
onrein zijn.
15
H6605 H8803
Ook alle open
H3627
gereedschap
H6781
, waarop geen deksel
H6616
gebonden is
H2931
, dat is onrein.
16
H6440
En al wie in het open
H7704
veld
H2719
een, die met het zwaard
H2491
verslagen is
H4191 H8801
, of een dode
H6106
, of het gebeente
H120
eens mensen
H6913
, of een graf
H5060 H8799
zal aangeroerd hebben
H7651
, zal zeven
H3117
dagen
H2930 H8799
onrein zijn.
17
H2931
Voor een onreine
H3947 H8804
nu zullen zij nemen
H6083
van het stof
H8316
des brands
H2403
der ontzondiging
H2416
, en daarop levend
H4325
water
H5414 H8804
doen
H3627
in een vat.
18
H2889
En een rein
H376
man
H231
zal hysop
H3947 H8804
nemen
H4325
, en in dat water
H2881 H8804
dopen
H5137 H8689
, en sprengen
H168
het aan die tent
H3627
, en op al het gereedschap
H5315
, en aan de zielen
H6106
, die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente
H2491
, of een verslagene
H4191 H8801
, of een dode
H6913
, of een graf
H5060 H8802
aangeroerd heeft.
19
H2889
En de reine
H2931
zal den onreine
H7992
op den derden
H3117
dag
H7637
, en op den zevenden
H3117
dag
H5137 H8689
besprengen
H7637
; en op den zevenden
H3117
dag
H2398 H8765
zal hij hem ontzondigen
H899
; en hij zal zijn klederen
H3526 H8765
wassen
H4325
, en [zich] met water
H7364 H8804
baden
H6153
, en op den avond
H2891 H8804
rein zijn.
20
H376
Wie
H2930 H8799
daarentegen onrein zal zijn
H2398 H8691
, en zich niet zal ontzondigen
H5315
, die ziel
H8432
zal uit het midden
H6951
der gemeente
H3772 H8738
uitgeroeid worden
H4720
; want hij heeft het heiligdom
H3068
des HEEREN
H2930 H8765
verontreinigd
H4325
, het water
H5079
der afzondering
H2236 H8795
is op hem niet gesprengd
H2931
, hij is onrein.
21
H5769
Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige
H2708
inzetting
H4325
. En die het water
H5079
der afzondering
H5137 H8688
sprengt
H899
, zal zijn klederen
H3526 H8762
wassen
H4325
; ook wie het water
H5079
der afzondering
H5060 H8802
aanroert
H2930 H8799
, die zal onrein zijn
H6153
tot aan den avond.