Numbers 19

DSV_Strongs(i)
  1 H1696 H8762 Wijders sprak H3068 de HEERE H4872 tot Mozes H175 en tot Aaron H559 H8800 , zeggende:
  2 H2708 Dit is de inzetting H8451 van de wet H3068 , die de HEERE H6680 H8765 geboden heeft H559 H8800 , zeggende H1696 H8761 : Spreek H1121 tot de kinderen H3478 Israels H3947 H8799 , dat zij tot u brengen H122 een rode H8549 volkomen H6510 vaars H3971 , in welke geen gebrek H3808 is, op welke geen H5923 juk H5927 H8804 gekomen is.
  3 H5414 H8804 En gij zult die geven H499 aan Eleazar H3548 , den priester H3318 H8689 ; en hij zal ze uitbrengen H2351 tot buiten H4264 het leger H6440 , en men zal haar voor zijn aangezicht H7819 H8804 slachten.
  4 H499 En Eleazar H3548 , den priester H1818 , zal van haar bloed H676 met zijn vinger H3947 H8804 nemen H1818 , en hij zal van haar bloed H5227 recht H6440 tegenover H168 de tent H4150 der samenkomst H7651 H6471 zevenmaal H5137 H8689 sprengen.
  5 H6510 Voorts zal men deze vaars H5869 voor zijn ogen H8313 H8804 verbranden H5785 ; haar vel H1320 , en haar vlees H1818 , en haar bloed H6569 , met haar mest H8313 H8799 , zal men verbranden.
  6 H3548 En de priester H3947 H8804 zal nemen H730 H6086 cederhout H231 , en hysop H8438 H8144 , en scharlaken H7993 H8689 , en werpen H8432 ze in het midden H8316 van den brand H6510 dezer vaars.
  7 H3548 Dan zal de priester H899 zijn klederen H3526 H8765 wassen H1320 , en zijn vlees H4325 met water H7364 H8804 baden H310 , en daarna H4264 in het leger H935 H8799 gaan H3548 ; en de priester H2930 H8804 zal onrein zijn H6153 tot aan den avond.
  8 H8313 H8802 Ook die haar verbrand heeft H899 , zal zijn klederen H4325 met water H3526 H8762 wassen H1320 , en zijn vlees H4325 met water H7364 H8804 baden H2930 H8804 , en onrein zijn H6153 tot aan den avond.
  9 H2889 En een rein H376 man H665 zal de as H6510 dezer vaars H622 H8804 verzamelen H2351 , en buiten H4264 het leger H2889 in een reine H4725 plaats H3240 H8689 wegleggen H4931 ; en het zal zijn ter bewaring H5712 voor de vergadering H1121 van de kinderen H3478 Israels H4325 , tot het water H5079 der afzondering H2403 ; het is ontzondiging.
  10 H665 En die de as H6510 dezer vaars H622 H8802 verzameld heeft H899 , zal zijn klederen H3526 H8765 wassen H2930 H8804 , en onrein zijn H6153 tot aan den avond H1121 . Dit zal den kinderen H3478 Israels H1616 , en den vreemdeling H8432 , die in het midden H1481 H8802 van henlieden als vreemdeling verkeert H5769 , tot een eeuwige H2708 inzetting zijn.
  11 H4191 H8801 Wie een dode H5315 , enig dood lichaam H120 van een mens H5060 H8802 , aanroert H7651 , die zal zeven H3117 dagen H2930 H8804 onrein zijn.
  12 H7992 Op den derden H3117 dag H2398 H8691 zal hij zich daarmede ontzondigen H7637 , zo zal hij op den zevenden H3117 dag H2891 H8799 rein zijn H7992 ; maar indien hij zich op den derden H3117 dag H2398 H8691 niet ontzondigt H7637 , zo zal hij op den zevenden H3117 dag H2891 H8799 niet rein zijn.
  13 H8801 Al wie een dode4191 H5315 , het dode lichaam H120 eens mensen H4191 H8799 , die gestorven zal zijn H5060 H8802 , aanroert H2398 H8691 , en zich niet ontzondigd zal hebben H2930 H8765 , die verontreinigt H4908 den tabernakel H3068 des HEEREN H5315 ; daarom zal die ziel H3772 H8738 uitgeroeid worden H3478 uit Israel H4325 ; omdat het water H5079 der afzondering H2236 H8795 op hem niet gesprengd is H2931 , zal hij onrein zijn H2932 ; zijn onreinigheid is nog in hem.
  14 H8451 Dit is de wet H120 , wanneer een mens H4191 H8799 zal gestorven zijn H168 in een tent H168 : al wie in die tent H935 H8802 ingaat H168 , en al wie in die tent H7651 is, zal zeven H3117 dagen H2930 H8799 onrein zijn.
  15 H6605 H8803 Ook alle open H3627 gereedschap H6781 , waarop geen deksel H6616 gebonden is H2931 , dat is onrein.
  16 H6440 En al wie in het open H7704 veld H2719 een, die met het zwaard H2491 verslagen is H4191 H8801 , of een dode H6106 , of het gebeente H120 eens mensen H6913 , of een graf H5060 H8799 zal aangeroerd hebben H7651 , zal zeven H3117 dagen H2930 H8799 onrein zijn.
  17 H2931 Voor een onreine H3947 H8804 nu zullen zij nemen H6083 van het stof H8316 des brands H2403 der ontzondiging H2416 , en daarop levend H4325 water H5414 H8804 doen H3627 in een vat.
  18 H2889 En een rein H376 man H231 zal hysop H3947 H8804 nemen H4325 , en in dat water H2881 H8804 dopen H5137 H8689 , en sprengen H168 het aan die tent H3627 , en op al het gereedschap H5315 , en aan de zielen H6106 , die daar geweest zijn; insgelijks aan dengene, die een gebeente H2491 , of een verslagene H4191 H8801 , of een dode H6913 , of een graf H5060 H8802 aangeroerd heeft.
  19 H2889 En de reine H2931 zal den onreine H7992 op den derden H3117 dag H7637 , en op den zevenden H3117 dag H5137 H8689 besprengen H7637 ; en op den zevenden H3117 dag H2398 H8765 zal hij hem ontzondigen H899 ; en hij zal zijn klederen H3526 H8765 wassen H4325 , en [zich] met water H7364 H8804 baden H6153 , en op den avond H2891 H8804 rein zijn.
  20 H376 Wie H2930 H8799 daarentegen onrein zal zijn H2398 H8691 , en zich niet zal ontzondigen H5315 , die ziel H8432 zal uit het midden H6951 der gemeente H3772 H8738 uitgeroeid worden H4720 ; want hij heeft het heiligdom H3068 des HEEREN H2930 H8765 verontreinigd H4325 , het water H5079 der afzondering H2236 H8795 is op hem niet gesprengd H2931 , hij is onrein.
  21 H5769 Dit zal hunlieden zijn tot een eeuwige H2708 inzetting H4325 . En die het water H5079 der afzondering H5137 H8688 sprengt H899 , zal zijn klederen H3526 H8762 wassen H4325 ; ook wie het water H5079 der afzondering H5060 H8802 aanroert H2930 H8799 , die zal onrein zijn H6153 tot aan den avond.
  22 H2931 Ja, al wat die onreine H5060 H8799 aangeroerd zal hebben H2930 H8799 , zal onrein zijn H5315 ; en de ziel H5060 H8802 , die [dat] aangeroerd zal hebben H2930 H8799 , zal onrein zijn H6153 tot aan den avond.