Proverbs 5

DSV_Strongs(i)
  1 H1121 Mijn zoon H7181 [H8685] ! merk op H2451 mijn wijsheid H5186 [H8685] , neig H241 uw oor H8394 tot mijn verstand;
  2 H4209 Opdat gij alle bedachtzaamheid H8104 [H8800] behoudt H8193 , en uw lippen H1847 wetenschap H5341 [H8799] bewaren.
  3 H8193 Want de lippen H2114 [H8801] der vreemde H5197 [H8799] [vrouw] druppen H5317 honigzeem H2441 , en haar gehemelte H2509 is gladder H8081 dan olie.
  4 H319 Maar het laatste H4751 van haar is bitter H3939 als alsem H2299 , scherp H6310 als een tweesnijdend H2719 zwaard.
  5 H7272 Haar voeten H3381 [H8802] dalen H4194 naar den dood H6806 , haar treden H8551 H0 houden H7585 de hel H8551 [H8799] vast.
  6 H734 Opdat gij het pad H2416 des levens H6424 [H8762] niet zoudt wegen H4570 , zijn haar gangen H5128 [H8804] ongestadig H3045 [H8799] , [dat] gij het niet merkt.
  7 H1121 Nu dan, gij kinderen H8085 [H8798] ! hoort H5493 [H8799] naar mij, en wijkt H561 niet van de redenen H6310 mijns monds.
  8 H7368 H0 Maak H1870 uw weg H7368 [H8685] verre H7126 [H8799] van haar, en nader H6607 niet tot de deur H1004 van haar huis;
  9 H312 Opdat gij anderen H1935 uw eer H5414 [H8799] niet geeft H8141 , en uw jaren H394 den wrede;
  10 H2114 [H8801] Opdat de vreemden H7646 [H8799] zich niet verzadigen H3581 van uw vermogen H6089 , en al uw smartelijke arbeid H1004 niet [kome] in het huis H5237 des onbekenden;
  11 H319 En gij in uw laatste H5098 [H8804] brult H1320 , als uw vlees H7607 , en uw lijf H3615 [H8800] verteerd is;
  12 H559 [H8804] En zegt H4148 : Hoe heb ik de tucht H8130 [H8804] gehaat H3820 , en mijn hart H8433 de bestraffing H5006 [H8804] versmaad!
  13 H8085 [H8804] En heb niet gehoord H6963 naar de stem H3384 [H8688] mijner onderwijzers H241 , noch mijn oren H5186 [H8689] geneigd H3925 [H8764] tot mijn leraars!
  14 H4592 Ik ben bijna H7451 in alle kwaad H8432 geweest, in het midden H6951 der gemeente H5712 en der vergadering!
  15 H8354 [H8798] Drink H4325 water H953 uit uw bak H5140 [H8802] , en vloeden H8432 uit het midden H875 van uw bornput;
  16 H4599 Laat uw fonteinen H2351 zich buiten H6327 [H8799] verspreiden H6388 H4325 , [en] de waterbeken H7339 op de straten;
  17 H2114 [H8801] Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u.
  18 H4726 Uw springader H1288 [H8803] zij gezegend H8055 [H8798] ; en verblijd u H802 vanwege de huisvrouw H5271 uwer jeugd;
  19 H158 Een zeer liefelijke H365 hinde H2580 , en een aangenaam H3280 steengeitje H1717 ; laat u haar borsten H6256 te allen tijd H7301 [H8762] dronken maken H7686 [H8799] ; dool H8548 steeds H160 in haar liefde.
  20 H1121 En waarom zoudt gij, mijn zoon H2114 [H8801] , in een vreemde H7686 [H8799] dolen H2436 , en den schoot H5237 der onbekende H2263 [H8762] omvangen?
  21 H376 Want eens iegelijks H1870 wegen H5227 zijn voor H5869 de ogen H3068 des HEEREN H6424 [H8764] , en Hij weegt H4570 al zijne gangen.
  22 H7563 Den goddeloze H5771 zullen zijn ongerechtigheden H3920 [H8799] vangen H2256 , en met de banden H2403 zijner zonden H8551 [H8735] zal hij vastgehouden worden.
  23 H4191 [H8799] Hij zal sterven H4148 , omdat hij zonder tucht H7230 geweest is, en in de grootheid H200 zijner dwaasheid H7686 [H8799] zal hij verdwalen.