DSV_Strongs(i)
1
H1109
Toen Bileam
H7200 H8799
zag
H2895 H8804
, dat het goed was
H5869
in de ogen
H3068
des HEEREN
H3478
, dat hij Israel
H1288 H8763
zegende
H1980 H8804
, zo ging hij
H6471
ditmaal niet heen, gelijk meermalen
H7125 H8800
, tot
H5173
de toverijen
H7896 H8799
; maar hij stelde
H6440
zijn aangezicht
H4057
naar de woestijn.
2
H1109
Als Bileam
H5869
zijn ogen
H5375 H8799
ophief
H3478
, en Israel
H7200 H8799
zag
H7931 H8802
, wonende
H7626
naar zijn stammen
H7307
, zo was de Geest
H430
van God op hem.
3
H5375 H0
En hij hief
H4912
zijn spreuk
H5375 H8799
op
H559 H8799
, en zeide
H1109
: Bileam
H1121
, de zoon
H1160
van Beor
H5002 H8803
, spreekt
H1397
, en de man
H5869
, wien de ogen
H8365 H8803
geopend zijn
H5002 H8803
, spreekt!
4
H8085 H8802
De hoorder
H561
der redenen
H410
Gods
H5002 H8803
spreekt
H4236
, die het gezicht
H7706
des Almachtigen
H2372 H8799
ziet
H5307 H8802
; die verrukt wordt
H5869
, en wien de ogen
H1540 H8803
ontdekt worden!
6
H5158
Gelijk de beken
H5186 H8738
breiden zij zich uit
H1593
, als de hoven
H5104
aan de rivieren
H3068
; de HEERE
H5193 H8804
heeft ze geplant
H174
, als de sandelbomen
H730
, als de cederbomen
H4325
aan het water.
7
H4325
Er zal water
H1805
uit zijn emmeren
H5140 H8799
vloeien
H2233
, en zijn zaad
H7227
zal in vele
H4325
wateren
H4428
zijn; en zijn koning
H90
zal boven Agag
H7311 H8799
verheven worden
H4438
, en zijn koninkrijk
H5375 H8691
zal verhoogd worden.
8
H410
God
H4714
heeft hem uit Egypte
H3318 H8688
uitgevoerd
H8443
; zijn krachten
H7214
zijn als van een eenhoorn
H1471
; hij zal de heidenen
H6862
, zijn vijanden
H398 H8799
, verteren
H6106
, en hun gebeente
H1633 H8762
breken
H2671
, en met zijn pijlen
H4272 H8799
doorschieten.
9
H3766 H8804
Hij heeft zich gekromd
H7901 H8804
, hij heeft zich nedergelegd
H738
, gelijk een leeuw
H3833
, en als een oude leeuw
H6965 H8686
; wie zal hem doen opstaan
H1288 H8764
? Zo wie u zegent
H1288 H8803
, die zij gezegend
H779 H8803
, en vervloekt zij
H779 H8802
, wie u vervloekt!
10
H2734 H8799
Toen ontstak
H639
de toorn
H1111
van Balak
H1109
tegen Bileam
H5606 H0
, en hij sloeg
H3709
zijn handen
H5606 H8799
samen
H1111
; en Balak
H559 H8799
zeide
H1109
tot Bileam
H7121 H8804
: Ik heb u geroepen
H341 H8802
, om mijn vijanden
H6895 H8800
te vloeken
H7969 H6471
; maar zie, gij hebt hen nu driemaal
H1288 H8763
gedurig
H1288 H8765
gezegend!
11
H1272 H8798
En nu, pak u weg
H4725
naar uw plaats
H559 H8804
! Ik had gezegd
H3513 H8763
, dat ik u hoog
H3513 H8762
vereren zou
H3068
; maar zie, de HEERE
H3519
heeft u die eer
H4513 H8804
van u geweerd!
12
H559 H8799
Toen zeide
H1109
Bileam
H1111
tot Balak
H4397
: Heb ik ook niet tot uw boden
H7971 H8804
, die gij tot mij gezonden hebt
H1696 H8765
, gesproken
H559 H8800
, zeggende:
13
H1111
Wanneer mij Balak
H1004
zijn huis
H4393
vol
H3701
zilver
H2091
en goud
H5414 H8799
gave
H3201 H8799
, zo kan ik
H6310
het bevel
H3068
des HEEREN
H5674 H8800
niet overtreden
H6213 H8800
, doende
H2896
goed
H7451
of kwaad
H3820
uit mijn [eigen] hart
H3068
; wat de HEERE
H1696 H8762
spreken zal
H1696 H8762
, dat zal ik spreken.
14
H1980 H8802
En nu, zie, ik ga
H5971
tot mijn volk
H3212 H8798
; kom
H3289 H8799
, ik zal u raad geven
H5971
, [en] [zeggen] wat dit volk
H5971
uw volk
H6213 H8799
doen zal
H319
in de laatste
H3117
dagen.
15
H5375 H0
Toen hief hij
H4912
zijn spreuk
H5375 H8799
op
H559 H8799
, en zeide
H1109
: Bileam
H1121
, de zoon
H1160
van Beor
H5002 H8803
, spreekt
H1397
, en die man
H5869
, wien de ogen
H8365 H8803
geopend zijn
H5002 H8803
, spreekt!
16
H8085 H8802
De hoorder
H561
der redenen
H410
Gods
H5002 H8803
spreekt
H1847
, en die de wetenschap
H5945
des Allerhoogsten
H3045 H8802
weet
H4236
; die het gezicht
H7706
des Almachtigen
H2372 H8799
ziet
H5307 H8802
, die verrukt wordt
H5869
, en wien de ogen
H1540 H8803
ontdekt worden.
17
H7200 H8799
Ik zal hem zien
H7789 H8799
, maar nu niet; ik zal hem aanschouwen
H7138
, maar niet nabij
H3556
. Er zal een ster
H1869 H8804
voortkomen
H3290
uit Jakob
H7626
, en er zal een scepter
H3478
uit Israel
H6965 H8804
opkomen
H6285
; die zal de palen
H4124
der Moabieten
H4272 H8804
verslaan
H1121
, en zal al de kinderen
H8352 H8676 H8351
van Seth
H6979 H8773
verstoren.
18
H123
En Edom
H3424
zal een erfelijke bezitting
H8165
zijn; en Seir
H341 H8802
zal zijn vijanden
H3424
een erfelijke bezitting
H3478
zijn; doch Israel
H2428
zal kracht
H6213 H8802
doen.
19
H3290
En er zal [een] uit Jakob
H7287 H8799
heersen
H8300
, en hij zal de overigen
H5892
uit de steden
H6 H8689
ombrengen.
20
H6002
Toen hij de Amalekieten
H7200 H8799
zag
H5375 H0
, zo hief hij
H4912
zijn spreuk
H5375 H8799
op
H559 H8799
, en zeide
H6002
: Amalek
H7225
is de eersteling
H1471
der heidenen
H319
; maar zijn uiterste
H8 H5703
is ten verderve!
21
H7017
Toen hij de Kenieten
H7200 H8799
zag
H5375 H0
, zo hief hij
H4912
zijn spreuk
H5375 H8799
op
H559 H8799
, en zeide
H4186
: Uw woning
H386
is vast
H7064
, en gij hebt uw nest
H5553
in een steenrots
H7760 H8798
gelegd.
22
H518
Evenwel
H7014
zal Kain
H1197 H8763
verteerd worden
H804
, totdat u Assur
H7617 H8799
gevankelijk wegvoeren zal!
23
H5375 H0
Voorts hief hij
H4912
zijn spreuk
H5375 H8799
op
H559 H8799
, en zeide
H188
: Och
H2421 H8799
, wie zal leven
H410
, als God
H7760 H8800
dit doen zal!