Genesis 20

DSV_Strongs(i)
  1 H85 En Abraham H5265 H8799 reisde H776 van daar naar het land H5045 van het zuiden H3427 H8799 , en woonde H996 tussen H6946 Kades H996 en tussen H7793 Sur H1481 H8799 ; en hij verkeerde als vreemdeling H1642 te Gerar.
  2 H85 Als nu Abraham H413 van H8283 Sara H802 , zijn huisvrouw H559 H8799 , gezegd had H1931 : Zij H269 is mijn zuster H7971 H8799 , zo zond H40 Abimelech H4428 , de koning H1642 van Gerar H3947 H8799 , en nam H8283 Sara weg.
  3 H430 Maar God H935 H8799 kwam H413 tot H40 Abimelech H2472 in een droom H3915 des nachts H559 H8799 , en Hij zeide H2005 tot hem: Zie H4191 H8801 , gij zijt dood H5921 om H802 der vrouwe H834 wil, die H3947 H8804 gij weggenomen hebt H1931 ; want zij H1167 is met een man H1166 H8803 getrouwd.
  4 H40 Doch Abimelech H413 was tot H3808 haar niet H7126 H8804 genaderd H559 H8799 ; daarom zeide hij H136 : Heere H1571 ! zult Gij dan ook H6662 een rechtvaardig H1471 volk H2026 H8799 doden?
  5 H1931 Heeft hij zelf H3808 mij niet H559 H8804 gezegd H1931 : Zij H269 is mijn zuster H1931 ? en zij H1571 , ook H1931 zij H559 H8804 heeft gezegd H1931 : Hij H251 is mijn broeder H8537 . In oprechtheid H3824 mijns harten H5356 en in reinheid H3709 mijner handen H2063 , heb ik dit H6213 H8804 gedaan.
  6 H430 En God H559 H8799 zeide H413 tot H2472 hem in den droom H595 : Ik H1571 heb ook H3045 H8804 geweten H2063 , dat gij dit H8537 in oprechtheid H3824 uws harten H6213 H8804 gedaan hebt H595 , en Ik H853 heb u H1571 ook H2820 H8799 belet H2398 H8800 van tegen Mij te zondigen H5921 H3651 ; daarom H3808 heb Ik u niet H5414 H8804 toegelaten H413 , haar aan H5060 H8800 te roeren.
  7 H7725 H0 Zo geef H6258 dan nu H376 dezes mans H802 huisvrouw H7725 H8685 weder H3588 ; want H1931 hij H5030 is een profeet H1157 , en hij zal voor u H6419 H8691 bidden H2421 H8798 , opdat gij leeft H518 ; maar zo H369 gij haar niet H7725 H8688 wedergeeft H3045 H8798 , weet H3588 , dat H4191 H8800 gij voorzeker H4191 H8799 sterven zult H859 , gij H3605 , en al H834 wat uwes is!
  8 H7925 H0 Toen stond H40 Abimelech H1242 des morgens H7925 H8686 vroeg op H7121 H8799 , en riep H3605 al H5650 zijn knechten H1696 H8762 , en sprak H3605 al H428 deze H1697 woorden H241 voor hun oren H582 . En die mannen H3372 H8799 vreesden H3966 zeer.
  9 H40 En Abimelech H7121 H8799 riep H85 Abraham H559 H8799 , en zeide H4100 tot hem: Wat H6213 H8804 hebt gij ons gedaan H4100 ? en wat H2398 H8804 heb ik tegen u gezondigd H3588 , dat H5921 gij over H5921 mij en over H4467 mijn koninkrijk H1419 een grote H2401 zonde H935 H8689 gebracht hebt H4639 ? gij hebt daden H5973 met H6213 H8804 mij gedaan H3808 , die niet H6213 H8735 zouden gedaan worden.
  10 H559 H8799 Voorts zeide H40 Abimelech H413 tot H85 Abraham H4100 : Wat H7200 H8804 hebt gij gezien H3588 , dat H2088 gij deze H1697 zaak H6213 H8804 gedaan hebt?
  11 H85 En Abraham H559 H8799 zeide H559 H8804 : Want ik dacht H7535 : alleen H369 H0 is H3374 de vreze H430 Gods H2088 in deze H4725 plaats H369 niet H5921 H1697 , zodat zij mij om H802 mijner huisvrouw H1697 wil H2026 H8804 zullen doden.
  12 H1571 En ook H546 [is] [zij] waarlijk H269 mijn zuster H1931 ; zij H1 is mijns vaders H1323 dochter H389 , maar H3808 niet H517 mijner moeder H1323 dochter H802 ; en zij is mij ter vrouwe H1961 H8799 geworden.
  13 H1961 H8799 En het is geschied H834 , als H430 God H853 mij H4480 uit H1 mijns vaders H1004 huis H8582 H8689 deed dwalen H559 H8799 , zo sprak ik H2088 tot haar: Dit H2617 zij uw weldadigheid H834 , die H5973 gij bij mij H6213 H8799 doen zult H413 ; aan H3605 alle H4725 plaatsen H834 H8033 waar H935 H8799 wij komen zullen H559 H8798 , zeg H1931 van mij: Hij H251 [is] mijn broeder!
  14 H3947 H8799 Toen nam H40 Abimelech H6629 schapen H1241 en runderen H5650 , ook dienstknechten H8198 en dienstmaagden H5414 H8799 , en gaf H85 dezelve aan Abraham H7725 H0 ; en hij gaf H853 hem H8283 Sara H802 zijn huisvrouw H7725 H8686 weder.
  15 H40 En Abimelech H559 H8799 zeide H2009 : Zie H776 , mijn land H6440 is voor uw aangezicht H3427 H8798 ; woon H2896 , waar het goed H5869 is in uw ogen.
  16 H8283 En tot Sara H559 H8804 zeide hij H2009 : Zie H251 , ik heb uw broeder H505 duizend H3701 zilverlingen H5414 H8804 gegeven H2009 ; zie H1931 , hij H3682 zij u een deksel H5869 der ogen H3605 , allen H834 , die H854 met H854 u zijn, ja, bij H3605 allen H3198 H8737 , en wees geleerd.
  17 H85 En Abraham H6419 H8691 bad H413 tot H430 God H430 ; en God H7495 H8799 genas H40 Abimelech H802 , en zijn huisvrouw H519 , en zijn dienstmaagden H3205 H8799 , zodat zij baarden.
  18 H3588 Want H3068 de HEERE H1157 H3605 had al H7358 de baarmoeders H1004 van het huis H40 van Abimelech H6113 H8800 ganselijk H6113 H8804 toegesloten H5921 , ter H1697 oorzake H8283 van Sara H85 , Abrahams H802 huisvrouw.