DSV_Strongs(i)
1
H85
En Abraham
H5265 H8799
reisde
H776
van daar naar het land
H5045
van het zuiden
H3427 H8799
, en woonde
H996
tussen
H6946
Kades
H996
en tussen
H7793
Sur
H1481 H8799
; en hij verkeerde als vreemdeling
H1642
te Gerar.
2
H85
Als nu Abraham
H413
van
H8283
Sara
H802
, zijn huisvrouw
H559 H8799
, gezegd had
H1931
: Zij
H269
is mijn zuster
H7971 H8799
, zo zond
H40
Abimelech
H4428
, de koning
H1642
van Gerar
H3947 H8799
, en nam
H8283
Sara weg.
3
H430
Maar God
H935 H8799
kwam
H413
tot
H40
Abimelech
H2472
in een droom
H3915
des nachts
H559 H8799
, en Hij zeide
H2005
tot hem: Zie
H4191 H8801
, gij zijt dood
H5921
om
H802
der vrouwe
H834
wil, die
H3947 H8804
gij weggenomen hebt
H1931
; want zij
H1167
is met een man
H1166 H8803
getrouwd.
4
H40
Doch Abimelech
H413
was tot
H3808
haar niet
H7126 H8804
genaderd
H559 H8799
; daarom zeide hij
H136
: Heere
H1571
! zult Gij dan ook
H6662
een rechtvaardig
H1471
volk
H2026 H8799
doden?
5
H1931
Heeft hij zelf
H3808
mij niet
H559 H8804
gezegd
H1931
: Zij
H269
is mijn zuster
H1931
? en zij
H1571
, ook
H1931
zij
H559 H8804
heeft gezegd
H1931
: Hij
H251
is mijn broeder
H8537
. In oprechtheid
H3824
mijns harten
H5356
en in reinheid
H3709
mijner handen
H2063
, heb ik dit
H6213 H8804
gedaan.
6
H430
En God
H559 H8799
zeide
H413
tot
H2472
hem in den droom
H595
: Ik
H1571
heb ook
H3045 H8804
geweten
H2063
, dat gij dit
H8537
in oprechtheid
H3824
uws harten
H6213 H8804
gedaan hebt
H595
, en Ik
H853
heb u
H1571
ook
H2820 H8799
belet
H2398 H8800
van tegen Mij te zondigen
H5921 H3651
; daarom
H3808
heb Ik u niet
H5414 H8804
toegelaten
H413
, haar aan
H5060 H8800
te roeren.
7
H7725 H0
Zo geef
H6258
dan nu
H376
dezes mans
H802
huisvrouw
H7725 H8685
weder
H3588
; want
H1931
hij
H5030
is een profeet
H1157
, en hij zal voor u
H6419 H8691
bidden
H2421 H8798
, opdat gij leeft
H518
; maar zo
H369
gij haar niet
H7725 H8688
wedergeeft
H3045 H8798
, weet
H3588
, dat
H4191 H8800
gij voorzeker
H4191 H8799
sterven zult
H859
, gij
H3605
, en al
H834
wat uwes is!
8
H7925 H0
Toen stond
H40
Abimelech
H1242
des morgens
H7925 H8686
vroeg op
H7121 H8799
, en riep
H3605
al
H5650
zijn knechten
H1696 H8762
, en sprak
H3605
al
H428
deze
H1697
woorden
H241
voor hun oren
H582
. En die mannen
H3372 H8799
vreesden
H3966
zeer.
9
H40
En Abimelech
H7121 H8799
riep
H85
Abraham
H559 H8799
, en zeide
H4100
tot hem: Wat
H6213 H8804
hebt gij ons gedaan
H4100
? en wat
H2398 H8804
heb ik tegen u gezondigd
H3588
, dat
H5921
gij over
H5921
mij en over
H4467
mijn koninkrijk
H1419
een grote
H2401
zonde
H935 H8689
gebracht hebt
H4639
? gij hebt daden
H5973
met
H6213 H8804
mij gedaan
H3808
, die niet
H6213 H8735
zouden gedaan worden.
10
H559 H8799
Voorts zeide
H40
Abimelech
H413
tot
H85
Abraham
H4100
: Wat
H7200 H8804
hebt gij gezien
H3588
, dat
H2088
gij deze
H1697
zaak
H6213 H8804
gedaan hebt?
11
H85
En Abraham
H559 H8799
zeide
H559 H8804
: Want ik dacht
H7535
: alleen
H369 H0
is
H3374
de vreze
H430
Gods
H2088
in deze
H4725
plaats
H369
niet
H5921 H1697
, zodat zij mij om
H802
mijner huisvrouw
H1697
wil
H2026 H8804
zullen doden.
12
H1571
En ook
H546
[is] [zij] waarlijk
H269
mijn zuster
H1931
; zij
H1
is mijns vaders
H1323
dochter
H389
, maar
H3808
niet
H517
mijner moeder
H1323
dochter
H802
; en zij is mij ter vrouwe
H1961 H8799
geworden.
13
H1961 H8799
En het is geschied
H834
, als
H430
God
H853
mij
H4480
uit
H1
mijns vaders
H1004
huis
H8582 H8689
deed dwalen
H559 H8799
, zo sprak ik
H2088
tot haar: Dit
H2617
zij uw weldadigheid
H834
, die
H5973
gij bij mij
H6213 H8799
doen zult
H413
; aan
H3605
alle
H4725
plaatsen
H834 H8033
waar
H935 H8799
wij komen zullen
H559 H8798
, zeg
H1931
van mij: Hij
H251
[is] mijn broeder!
14
H3947 H8799
Toen nam
H40
Abimelech
H6629
schapen
H1241
en runderen
H5650
, ook dienstknechten
H8198
en dienstmaagden
H5414 H8799
, en gaf
H85
dezelve aan Abraham
H7725 H0
; en hij gaf
H853
hem
H8283
Sara
H802
zijn huisvrouw
H7725 H8686
weder.
15
H40
En Abimelech
H559 H8799
zeide
H2009
: Zie
H776
, mijn land
H6440
is voor uw aangezicht
H3427 H8798
; woon
H2896
, waar het goed
H5869
is in uw ogen.
16
H8283
En tot Sara
H559 H8804
zeide hij
H2009
: Zie
H251
, ik heb uw broeder
H505
duizend
H3701
zilverlingen
H5414 H8804
gegeven
H2009
; zie
H1931
, hij
H3682
zij u een deksel
H5869
der ogen
H3605
, allen
H834
, die
H854
met
H854
u zijn, ja, bij
H3605
allen
H3198 H8737
, en wees geleerd.