Job 37:2-11

DSV_Strongs(i)
  2 H8085 H8798 Hoort H8085 H8800 met aandacht H7267 de beweging H6963 Zijner stem H1899 , en het geluid H4480 , [dat] uit H6310 Zijn mond H3318 H8799 uitgaat!
  3 H3474 H8765 H8281 H8799 Dat zendt Hij rechtuit H8478 onder H3605 den gansen H8064 hemel H216 , en Zijn licht H5921 over H3671 de einden H776 der aarde.
  4 H310 Daarna H7580 H8799 brult Hij H6963 met de stem H7481 H8686 ; Hij dondert H6963 met de stem H1347 Zijner hoogheid H6117 H8762 , en vertrekt H3808 die dingen niet H3588 , als H6963 Zijn stem H8085 H8735 zal gehoord worden.
  5 H410 God H7481 H8686 dondert H6963 met Zijn stem H6381 H8737 zeer wonderlijk H6213 H8802 ; Hij doet H1419 grote dingen H3045 H8799 , en wij begrijpen H3808 ze niet.
  6 H518 Want H559 H8799 Hij zegt H7950 tot de sneeuw H1933 H8798 : Wees H776 op de aarde H4306 ; en [tot] den plasregen H1653 des regens H4306 ; dan is er de plasregen H5797 Zijner sterke H1653 regenen.
  7 H2856 H0 [Dan] zegelt Hij H3027 de hand H3605 van ieder H120 mens H2856 H8799 toe H3045 H8800 , opdat Hij kenne H3605 al H582 de lieden H4639 Zijns werks.
  8 H2416 En het gedierte H935 H8799 gaat H1119 in H695 de loerplaatsen H7931 H8799 , en blijft H4585 in zijn holen.
  9 H4480 Uit H2315 de binnenkamer H935 H8799 komt H5492 de wervelwind H4480 , en van H4215 de verstrooiende H7135 [winden] de koude.
  10 H4480 Door H5397 [zijn] geblaas H5414 H8799 geeft H410 God H7140 de vorst H7341 , zodat de brede H4325 wateren H4164 verstijfd worden.
  11 H637 Ook H2959 H8686 vermoeit Hij H5645 de dikke wolken H7377 [door] klaarheid H6327 H8686 ; Hij verstrooit H6051 de wolk H216 Zijns lichts.