DSV_Strongs(i)
2
H8085 H8798
Hoort
H8085 H8800
met aandacht
H7267
de beweging
H6963
Zijner stem
H1899
, en het geluid
H4480
, [dat] uit
H6310
Zijn mond
H3318 H8799
uitgaat!
3
H3474 H8765 H8281 H8799
Dat zendt Hij rechtuit
H8478
onder
H3605
den gansen
H8064
hemel
H216
, en Zijn licht
H5921
over
H3671
de einden
H776
der aarde.
4
H310
Daarna
H7580 H8799
brult Hij
H6963
met de stem
H7481 H8686
; Hij dondert
H6963
met de stem
H1347
Zijner hoogheid
H6117 H8762
, en vertrekt
H3808
die dingen niet
H3588
, als
H6963
Zijn stem
H8085 H8735
zal gehoord worden.
5
H410
God
H7481 H8686
dondert
H6963
met Zijn stem
H6381 H8737
zeer wonderlijk
H6213 H8802
; Hij doet
H1419
grote dingen
H3045 H8799
, en wij begrijpen
H3808
ze niet.
6
H518
Want
H559 H8799
Hij zegt
H7950
tot de sneeuw
H1933 H8798
: Wees
H776
op de aarde
H4306
; en [tot] den plasregen
H1653
des regens
H4306
; dan is er de plasregen
H5797
Zijner sterke
H1653
regenen.
7
H2856 H0
[Dan] zegelt Hij
H3027
de hand
H3605
van ieder
H120
mens
H2856 H8799
toe
H3045 H8800
, opdat Hij kenne
H3605
al
H582
de lieden
H4639
Zijns werks.
8
H2416
En het gedierte
H935 H8799
gaat
H1119
in
H695
de loerplaatsen
H7931 H8799
, en blijft
H4585
in zijn holen.
9
H4480
Uit
H2315
de binnenkamer
H935 H8799
komt
H5492
de wervelwind
H4480
, en van
H4215
de verstrooiende
H7135
[winden] de koude.