DSV_Strongs(i)
4
H6419 H8691
Ik bad
H3068
dan tot den HEERE
H430
, mijn God
H3034 H8691
, en deed belijdenis
H559 H8799
, en zeide
H577
: Och
H136
Heere
H1419
! Gij grote
H3372 H8737
en verschrikkelijke
H410
God
H1285
, Die het verbond
H2617
en de weldadigheid
H8104 H8802
houdt
H157 H8802
dien, die Hem liefhebben
H4687
en Zijn geboden
H8104 H8802
houden.
5
H2398 H8804
Wij hebben gezondigd
H5753 H8804
, en hebben onrecht gedaan
H7561 H8689
, en goddelooslijk gehandeld
H4775 H8804
, en gerebelleerd
H5493 H8800
, met af te wijken
H4687
van Uw geboden
H4941
, en van Uw rechten.
6
H8085 H8804
En wij hebben niet gehoord
H5650
naar Uw dienstknechten
H5030
, de profeten
H8034
, die in Uw Naam
H1696 H8765
spraken
H4428
tot onze koningen
H8269
, onze vorsten
H1
en onze vaders
H5971
, en tot al het volk
H776
des lands.
7
H136
Bij U, o Heere
H6666
! is de gerechtigheid
H1322
, maar bij ons de beschaamdheid
H6440
der aangezichten
H3117
, gelijk het is te dezen dage
H376
; bij de mannen
H3063
van Juda
H3427 H8802
, en de inwoners
H3389
van Jeruzalem
H3478
, en geheel Israel
H7138
, die nabij
H7350
en die verre
H776
zijn, in al de landen
H5080 H8689
, waar Gij ze henengedreven hebt
H4604
, om hun overtreding
H4603 H8804
, waarmede zij tegen U overtreden hebben.