Obadiah 1:2-9

DSV_Strongs(i)
  2 H2009 Ziet H6996 , Ik heb u klein H5414 H8804 gemaakt H1471 onder de heidenen H859 , gij H3966 zijt zeer H959 H8803 veracht.
  3 H2087 De trotsheid H3820 uws harten H5377 H8689 heeft u bedrogen H7931 H8802 ; hij, die daar woont H2288 in de kloven H5553 der steenrotsen H4791 , [in] zijn hoge H3427 H8800 woning H3820 ; die in zijn hart H559 H8802 zegt H4310 : Wie H776 zou mij ter aarde H3381 H8686 nederstoten?
  4 H518 Al H1361 H8686 verhieft gij u H5404 gelijk de arend H518 , en al H7760 H8800 steldet gij H7064 uw nest H996 tussen H3556 de sterren H4480 , zo zal Ik u van H8033 daar H3381 H8686 nederstoten H5002 H8803 , spreekt H3068 de HEERE.
  5 H518 Zo H1590 er dieven H518 , zo H7703 H8802 H3915 er nachtrovers H935 H8804 tot u gekomen waren H349 (hoe H1820 H8738 zijt gij uitgeroeid H3808 !), zouden zij niet H1589 H8799 gestolen hebben H1767 zoveel hun genoeg H518 ware? Zo H1219 H8802 er wijnlezers H935 H8804 tot u gekomen waren H3808 , zouden zij niet H5955 een nalezing H7604 H8686 hebben overgelaten?
  6 H349 Hoe H6215 zijn Ezau's H2664 H8738 [goederen] nagespeurd H4710 , zijn verborgen H1158 H8738 [schatten] opgezocht!
  7 H3605 Al H582 H1285 uw bondgenoten H5704 hebben u tot H1366 aan de landpale H7971 H8765 uitgeleid H582 H7965 ; uw vredegenoten H5377 H8689 hebben u bedrogen H3201 H8804 , zij hebben u overmocht H3899 ; [die] uw brood H4204 [eten], zullen een gezwel H7760 H8799 onder u zetten H369 , er is geen H8394 verstand in hem.
  8 H3808 Zal het niet H1931 te dien H3117 dage H5002 H8803 zijn, spreekt H3068 de HEERE H2450 , dat Ik de wijzen H4480 uit H123 Edom H8394 , en het verstand H4480 uit H6215 Ezau's H2022 gebergte H6 H8689 zal doen vergaan?
  9 H1368 Ook zullen uw helden H8487 , o Theman H2865 H8804 ! versaagd zijn H4616 ; opdat H376 een ieder H4480 uit H6215 Ezau's H2022 gebergte H6993 door den moord H3772 H8735 worde uitgeroeid.