DSV_Strongs(i)
2
H2009
Ziet
H6996
, Ik heb u klein
H5414 H8804
gemaakt
H1471
onder de heidenen
H859
, gij
H3966
zijt zeer
H959 H8803
veracht.
3
H2087
De trotsheid
H3820
uws harten
H5377 H8689
heeft u bedrogen
H7931 H8802
; hij, die daar woont
H2288
in de kloven
H5553
der steenrotsen
H4791
, [in] zijn hoge
H3427 H8800
woning
H3820
; die in zijn hart
H559 H8802
zegt
H4310
: Wie
H776
zou mij ter aarde
H3381 H8686
nederstoten?
4
H518
Al
H1361 H8686
verhieft gij u
H5404
gelijk de arend
H518
, en al
H7760 H8800
steldet gij
H7064
uw nest
H996
tussen
H3556
de sterren
H4480
, zo zal Ik u van
H8033
daar
H3381 H8686
nederstoten
H5002 H8803
, spreekt
H3068
de HEERE.
5
H518
Zo
H1590
er dieven
H518
, zo
H7703 H8802 H3915
er nachtrovers
H935 H8804
tot u gekomen waren
H349
(hoe
H1820 H8738
zijt gij uitgeroeid
H3808
!), zouden zij niet
H1589 H8799
gestolen hebben
H1767
zoveel hun genoeg
H518
ware? Zo
H1219 H8802
er wijnlezers
H935 H8804
tot u gekomen waren
H3808
, zouden zij niet
H5955
een nalezing
H7604 H8686
hebben overgelaten?
6
H349
Hoe
H6215
zijn Ezau's
H2664 H8738
[goederen] nagespeurd
H4710
, zijn verborgen
H1158 H8738
[schatten] opgezocht!
7
H3605
Al
H582 H1285
uw bondgenoten
H5704
hebben u tot
H1366
aan de landpale
H7971 H8765
uitgeleid
H582 H7965
; uw vredegenoten
H5377 H8689
hebben u bedrogen
H3201 H8804
, zij hebben u overmocht
H3899
; [die] uw brood
H4204
[eten], zullen een gezwel
H7760 H8799
onder u zetten
H369
, er is geen
H8394
verstand in hem.