Amos 9

DSV_Strongs(i)
  1 H7200 [H8804] Ik zag H136 den Heere H5324 [H8737] staan H5921 op H4196 het altaar H559 [H8799] , en Hij zeide H5221 [H8685] : Sla H3730 dien knoop H5592 , dat de posten H7493 [H8799] beven H1214 [H8798] , en doorkloof H3605 ze allen H7218 in het hoofd H319 ; en Ik zal hun achterste H2719 met het zwaard H2026 [H8799] doden H5127 [H8801] ; en vliedende H3808 zal onder hen niet H5127 [H8799] ontvlieden H3808 , noch H6412 de ontkomende H4422 [H8735] onder hen behouden worden.
  2 H518 Al H2864 [H8799] groeven zij H7585 [tot] in de hel H3027 , zo zal Mijn hand H4480 ze van H8033 daar H3947 [H8799] halen H518 , en al H5927 [H8799] klommen zij H8064 in den hemel H4480 , zo zal Ik ze van H8033 daar H3381 [H8686] doen nederdalen.
  3 H518 En al H2244 [H8735] verstaken zij zich H7218 op de hoogte H3760 van Karmel H2664 [H8762] , zo zal Ik ze naspeuren H4480 en van H8033 daar H3947 [H8804] halen H518 ; en al H5641 [H8735] verborgen zij zich H4480 van H5048 voor H5869 Mijn ogen H7172 in den grond H3220 van de zee H4480 , zo zal Ik van H8033 daar H5175 een slang H6680 [H8762] gebieden H5391 [H8804] , die zal ze bijten.
  4 H518 En al H3212 [H8799] gingen zij H7628 in gevangenis H6440 voor het aangezicht H341 [H8802] hunner vijanden H4480 , zo zal Ik van H8033 daar H2719 het zwaard H6680 [H8762] gebieden H2026 [H8804] , dat het hen dode H5869 ; en Ik zal Mijn oog H5921 tegen H7760 [H8804] hen zetten H7451 ten kwade H3808 , en niet H2896 ten goede.
  5 H136 Want de Heere H3069 HEERE H6635 der heirscharen H776 is het, Die het land H5060 [H8802] aanroert H4127 [H8799] , dat het versmelte H3605 , en allen H3427 [H8802] , die daarin wonen H56 [H8804] , treuren H3605 ; en [dat] het geheel H5927 [H8804] oprijze H2975 als een rivier H8257 [H8804] , en verdronken worde H2975 als [door] de rivier H4714 van Egypte.
  6 H4609 Die Zijn opperzalen H8064 in den hemel H1129 [H8802] bouwt H92 , en Zijn benden H5921 heeft Hij op H776 aarde H3245 [H8804] gefondeerd H4325 ; Die de wateren H3220 der zee H7121 [H8802] roept H8210 [H8799] , en giet ze uit H5921 op H6440 H776 den aardbodem H3068 ; HEERE H8034 is Zijn Naam.
  7 H859 Zijt gijlieden H3808 Mij niet H1121 als de kinderen H3569 der Moren H1121 , o kinderen H3478 Israels H5002 [H8803] ? spreekt H3068 de HEERE H3478 . Heb Ik Israel H3808 niet H5927 [H8689] opgevoerd H4480 uit H776 H4714 Egypteland H6430 , en de Filistijnen H4480 uit H3731 Kafthor H758 , en de Syriers H4480 uit H7024 Kir?
  8 H2009 Ziet H5869 , de ogen H136 des Heeren H3069 HEEREN H2403 zijn tegen dit zondig H4467 koninkrijk H853 , dat Ik het H4480 van H6440 H127 den aardbodem H8045 [H8689] verdelge H657 ; behalve H3588 dat H1004 Ik het huis H3290 Jakobs H3808 niet H8045 [H8687] ganselijk H8045 [H8686] zal verdelgen H5002 [H8803] , spreekt H3068 de HEERE.
  9 H3588 Want H2009 ziet H6680 [H8764] , Ik geef bevel H1004 , en Ik zal het huis H3478 Israels H3605 onder al H1471 de heidenen H5128 [H8689] schudden H834 , gelijk als H5128 [H8735] [zaad] geschud wordt H3531 in een zeef H3808 ; en niet H6872 een steentje H776 zal er ter aarde H5307 [H8799] vallen.
  10 H3605 Alle H2400 zondaars H5971 Mijns volks H2719 zullen door het zwaard H4191 [H8799] sterven H559 [H8802] ; die daar zeggen H7451 : Het kwaad H5704 zal tot H3808 ons niet H5066 [H8686] genaken H6923 [H8686] , noch [ons] voorkomen.
  11 H1931 Te dien H3117 dage H5307 [H8802] zal Ik de vervallen H5521 hut H1732 van David H6965 [H8686] weder oprichten H6556 , en Ik zal haar reten H1443 [H8804] vertuinen H2034 , en wat aan haar is afgebroken H6965 [H8686] , weder oprichten H1129 [H8804] , en zal ze bouwen H3117 , als [in] de dagen H5769 van ouds;
  12 H4616 Opdat H3423 [H8799] zij erfelijk bezitten H7611 het overblijfsel H123 van Edom H3605 , en al H1471 de heidenen H834 , die H5921 naar H8034 Mijn Naam H7121 [H8738] genoemd worden H5002 [H8803] , spreekt H3068 de HEERE H2063 , Die dit H6213 [H8802] doet.
  13 H2009 Ziet H3117 , de dagen H935 [H8802] komen H5002 [H8803] , spreekt H3068 de HEERE H2790 [H8802] , dat de ploeger H7114 [H8802] den maaier H1869 H6025 [H8802] , en de druiventreder H4900 H2233 [H8802] den zaadzaaier H5066 [H8738] genaken zal H2022 ; en de bergen H6071 zullen van zoeten wijn H5197 [H8689] druipen H3605 , en al H1389 de heuvelen H4127 [H8709] zullen smelten.
  14 H7622 En Ik zal de gevangenis H5971 van Mijn volk H3478 Israel H7725 [H8804] wenden H8074 [H8737] , en zij zullen de verwoeste H5892 steden H1129 [H8804] herbouwen H3427 [H8804] en bewonen H3754 , en wijngaarden H5193 [H8804] planten H3196 , en derzelver wijn H8354 [H8804] drinken H1593 ; en zij zullen hoven H6213 [H8804] maken H6529 , en derzelver vrucht H398 [H8804] eten.
  15 H5921 En Ik zal ze in H127 hun land H5193 [H8804] planten H3808 ; en zij zullen niet H5750 meer H5428 [H8735] worden uitgerukt H4480 H5921 uit H127 hun land H834 , dat H5414 [H8804] Ik hunlieden gegeven heb H559 [H8804] , zegt H3068 de HEERE H430 , uw God.