6
H559 H8799
[024:7] En hij zeide
H582
tot zijn mannen
H4480
: Dat late
H3068
de HEERE
H2486
ver van
H518
mij zijn, dat
H2088
ik
H1697
die zaak
H6213 H8799
doen zou
H113
aan mijn heer
H4899
, den gezalfde
H3068
des HEEREN
H3027
, dat ik mijn hand
H7971 H8800
tegen hem uitsteken zou
H3588
; want
H1931
hij
H4899
is de gezalfde
H3068
des HEEREN!
1 Samuel 24:6 Cross References - DSV_Strongs
1 Samuel 26:9-11
9
H1732
David
H559 H8799
daarentegen zeide
H413
tot
H52
Abisai
H7843 H8686
: Verderf
H408
hem niet
H3588
; want
H4310
wie
H3027
heeft zijn hand
H4899
aan den gezalfde
H3068
des HEEREN
H7971 H8804
gelegd
H5352 H8738
, en is onschuldig gebleven?
10
H559 H8799
Verder zeide
H1732
David
H3068
: [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE
H2416
leeft
H3588 H518
, maar
H3068
de HEERE
H5062 H8799
zal hem slaan
H176
, of
H3117
zijn dag
H935 H8799
zal komen
H4191 H8804
, dat hij zal sterven
H176
, of
H4421
hij zal in een strijd
H3381 H8799
trekken
H5595 H8738
, dat hij omkome.
2 Samuel 1:14
1 Kings 21:3
Job 31:29-30
Matthew 5:44
44
G1161
Maar
G1473
Ik
G3004 G5719
zeg
G5213
u
G25 G
: Hebt
G5216
uw
G2190
vijanden
G25 G5720
lief
G2127 G5720
; zegent
G5209
ze, die u
G2672 G5740
vervloeken
G4160 G5720
; doet
G2573
wel
G5209
dengenen, die u
G3404 G5723
haten
G2532
; en
G4336 G5737
bidt
G5228
voor
G3588
degenen
G5209
, die u
G1908 G5723
geweld doen
G2532
, en
G5209
die u
G1377 G5723
vervolgen;