Numbers 21:1-6

DSV_Strongs(i)
  1 H3669 Als de Kanaaniet H4428 , de koning H6166 van Harad H3427 H8802 , wonende H5045 tegen het zuiden H8085 H8799 , hoorde H3478 , dat Israel H1870 door den weg H871 der verspieders H935 H8802 kwam H3898 H8735 , zo streed hij H3478 tegen Israel H7617 H0 , en hij voerde H7628 enige gevangenen H7617 H8799 uit denzelven gevankelijk weg.
  2 H5087 H8799 Toen beloofde H3478 Israel H3068 den HEERE H5088 een gelofte H559 H8799 , en zeide H5971 : Indien Gij dit volk H5414 H8800 geheel H3027 in mijn hand H5414 H8799 geeft H5892 , zo zal ik hun steden H2763 H8689 verbannen.
  3 H3068 De HEERE H8085 H8799 dan verhoorde H6963 de stem H3478 van Israel H5414 H8799 , en gaf H3669 de Kanaanieten H2763 H8686 over; en hij verbande H5892 hen en hun steden H7121 H8799 ; en hij noemde H8034 den naam H4725 dier plaats H2767 Horma.
  4 H5265 H8799 Toen reisden zij H2022 van den berg H2023 Hor H1870 , op den weg H5488 H3220 der Schelfzee H5437 H0 , dat zij om H776 het land H123 der Edomieten H5437 H8800 heentogen H5315 ; doch de ziel H5971 des volks H7114 H8799 werd verdrietig H1870 op dezen weg.
  5 H5971 En het volk H1696 H8762 sprak H430 tegen God H4872 en tegen Mozes H5927 H8689 : Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken H4714 uit Egypte H4191 H8800 , opdat wij sterven zouden H4057 in de woestijn H3899 ? Want hier is geen brood H4325 , ook geen water H5315 , en onze ziel H6973 H8804 walgt H7052 over dit zeer lichte H3899 brood.
  6 H7971 H8762 Toen zond H3068 de HEERE H8314 vurige H5175 slangen H5971 onder het volk H5391 H8762 , die beten H5971 het volk H4191 H8799 ; en er stierf H7227 veel H5971 volks H3478 van Israel.