DSV_Strongs(i)
10
H6051
En de wolk
H5493 H8804
week
H168
van boven de tent
H4813
; en ziet, Mirjam
H6879 H8794
was melaats
H7950
, [wit] als de sneeuw
H175
. En Aaron
H6437 H8799
zag
H4813
Mirjam
H6879 H8794
aan, en ziet, zij was melaats.
11
H559 H8799
Daarom zeide
H175
Aaron
H4872
tot Mozes
H994
: Och
H113
, mijn heer
H7896 H8799
! leg
H2403
toch niet op ons de zonde
H2973 H8738
, waarmede wij zottelijk gedaan
H2398 H8804
, en waarmede wij gezondigd hebben!
12
H4994
Laat zij toch
H4191 H8801
niet zijn als een dode
H1320
, van wiens vlees
H517
, als hij uit zijns moeders
H7358
lijf
H3318 H8800
uitgaat
H2677
, de helft
H398 H8735
wel verteerd is!
13
H4872
Mozes
H6817 H8799
dan riep
H3068
tot den HEERE
H559 H8800
, zeggende
H410
: O God
H7495 H8798
! heel haar toch!
14
H3068
En de HEERE
H559 H8799
zeide
H4872
tot Mozes
H1
: Zo haar vader
H3417 H8800
smadelijk
H6440
in haar aangezicht
H3417 H8804
gespogen had
H7651
, zou zij niet zeven
H3117
dagen
H3637 H8735
beschaamd zijn
H7651
? Laat haar zeven
H3117
dagen
H2351
buiten
H4264
het leger
H5462 H8735
gesloten
H310
, en daarna
H622 H8735
aangenomen worden!