Genesis 16

DSV_Strongs(i)
  1 H8297 Doch Sarai H87 , Abrams H802 huisvrouw H3205 H8804 , baarde H3808 hem niet H4713 ; en zij had een Egyptische H8198 dienstmaagd H8034 , welker naam H1904 was Hagar.
  2 H559 H8799 Zo zeide H8297 Sarai H413 tot H87 Abram H2009 : Zie H4994 toch H3068 , de HEERE H6113 H8804 heeft mij toegesloten H4480 , dat ik niet H3205 H8800 bare H935 H0 ; ga H4994 toch H935 H8798 in H413 tot H8198 mijn dienstmaagd H194 , misschien H4480 zal ik uit H1129 H8735 haar gebouwd worden H87 . En Abram H8085 H8799 hoorde H6963 naar de stem H8297 van Sarai.
  3 H3947 H8799 Zo nam H8297 Sarai H87 , Abrams H802 huisvrouw H4713 , de Egyptische H1904 Hagar H8198 , haar dienstmaagd H7093 , ten einde H6235 van tien H8141 jaren H87 , welke Abram H776 in het land H3667 Kanaan H3427 H8800 gewoond had H5414 H8799 , en zij gaf H853 haar H87 aan Abram H376 , haar man H802 , hem tot een vrouw.
  4 H935 H8799 En hij ging in H413 tot H1904 Hagar H2029 H8799 , en zij ontving H7200 H8799 . Als zij nu zag H3588 , dat H2029 H8804 zij ontvangen had H1404 , zo werd haar vrouw H7043 H8799 veracht H5869 in haar ogen.
  5 H559 H8799 Toen zeide H8297 Sarai H413 tot H87 Abram H2555 : Mijn ongelijk H5921 is op H595 u; ik H8198 heb mijn dienstmaagd H2436 in uw schoot H5414 H8804 gegeven H7200 H8799 ; nu zij ziet H3588 , dat H2029 H8804 zij ontvangen heeft H7043 H8799 , zo ben ik veracht H5869 in haar ogen H3068 ; de HEERE H8199 H8799 rechte H996 tussen H996 mij en tussen u!
  6 H87 En Abram H559 H8799 zeide H413 tot H8297 Sarai H2009 : Zie H8198 uw dienstmaagd H3027 is in uw hand H6213 H8798 ; doe H2896 haar, wat goed H5869 is in uw ogen H8297 . En Sarai H6031 H8762 vernederde H1272 H8799 haar, en zij vluchtte H4480 van H6440 haar aangezicht.
  7 H4397 En de Engel H3068 des HEEREN H4672 H8799 vond H5921 haar aan H5869 H4325 een waterfontein H4057 in de woestijn H5921 , aan H5869 de fontein H1870 op den weg H7793 van Sur.
  8 H559 H8799 En hij zeide H1904 : Hagar H8198 , gij, dienstmaagd H8297 van Sarai H335 ! van waar H935 H8804 komt gij H575 , en waar H3212 H8799 zult gij heengaan H559 H8799 ? En zij zeide H595 : Ik H1272 H8802 ben vluchtende H4480 van H6440 het aangezicht H1404 mijner vrouw H8297 Sarai!
  9 H559 H8799 Toen zeide H4397 de Engel H3068 des HEEREN H7725 H8798 tot haar: Keer weder H413 tot H1404 uw vrouw H6031 H8690 , en verneder u H8478 onder H3027 haar handen.
  10 H559 H8799 Voorts zeide H4397 de Engel H3068 des HEEREN H2233 tot haar: Ik zal uw zaad H7235 H8687 grotelijks H7235 H8686 vermenigvuldigen H7230 , zodat het vanwege de menigte H3808 niet H5608 H8735 zal geteld worden.
  11 H559 H8799 Ook zeide H3068 des HEEREN H4397 Engel H2009 tot haar: Zie H2030 , gij zijt zwanger H1121 , en zult een zoon H3205 H8802 baren H8034 , en gij zult zijn naam H3458 Ismael H7121 H8804 noemen H3588 , omdat H3068 de HEERE H6040 uw verdrukking H8085 H8804 H413 aangehoord heeft.
  12 H1931 En hij H6501 zal een woudezel H120 [van] [een] mens H1961 H8799 zijn H3027 ; zijn hand H3605 zal tegen allen H3027 zijn, en de hand H3605 van allen H7931 H8799 tegen hem; en hij zal wonen H5921 voor H6440 het aangezicht H3605 van al H251 zijn broederen.
  13 H7121 H8799 En zij noemde H8034 den Naam H3068 des HEEREN H413 , Die tot H1696 H8802 haar sprak H859 : Gij H410 , God H7210 des aanziens H3588 ! want H559 H8804 zij zeide H1571 : Heb ik ook H1988 hier H7200 H8804 gezien H310 naar H7210 Dien, Die mij aanziet?
  14 H3651 H5921 Daarom H7121 H8804 noemde men H875 dien put H883 , den put H2416 H7203 Lachai-roi H2009 ; ziet H996 , hij is tussen H6946 Kades H996 en tussen H1260 Bered.
  15 H1904 En Hagar H3205 H8799 baarde H87 Abram H1121 een zoon H87 ; en Abram H7121 H8799 noemde H8034 den naam H1121 zijns zoons H834 , die H1904 Hagar H3205 H8804 gebaard had H3458 , Ismael.
  16 H87 En Abram H8337 H8141 was zes H8084 en tachtig H8141 jaren H1121 oud H1904 , toen Hagar H3458 Ismael H87 aan Abram H3205 H8800 baarde.