DSV_Strongs(i)
23
H1961 H8799
Er zij
H990
[wat] om zijn buik
H4390 H8763
te vullen
H2740
; [God] zal over hem de hitte
H639
Zijns toorns
H7971 H8762
zenden
H4305 H8686
, en over hem regenen
H5921
op
H3894
zijn spijze.
24
H1272 H8799
Hij zij gevloden
H4480
van
H1270
de ijzeren
H5402
wapenen
H5154
, de stalen
H7198
boog
H2498 H8799
zal hem doorschieten.
25
H8025 H8804
Men zal [het] [zwaard] uittrekken
H4480
, het zal uit
H1465
het lijf
H3318 H8799
uitgaan
H1300
, en glinsterende
H4480
uit
H4846
zijn gal
H1980 H8799
voortkomen
H367
; verschrikkingen
H5921
zullen over hem zijn.
26
H3605
Alle
H2822
duisternis
H2934 H8803
zal verborgen zijn
H6845 H8803
in zijn schuilplaatsen
H784
; een vuur
H3808
, dat niet
H5301 H8795
opgeblazen is
H398 H8762
, zal hem verteren
H8300
; den overigen
H168
in zijn tent
H3415 H8799
zal het kwalijk gaan.