Job 20:23-28

DSV_Strongs(i)
  23 H1961 H8799 Er zij H990 [wat] om zijn buik H4390 H8763 te vullen H2740 ; [God] zal over hem de hitte H639 Zijns toorns H7971 H8762 zenden H4305 H8686 , en over hem regenen H5921 op H3894 zijn spijze.
  24 H1272 H8799 Hij zij gevloden H4480 van H1270 de ijzeren H5402 wapenen H5154 , de stalen H7198 boog H2498 H8799 zal hem doorschieten.
  25 H8025 H8804 Men zal [het] [zwaard] uittrekken H4480 , het zal uit H1465 het lijf H3318 H8799 uitgaan H1300 , en glinsterende H4480 uit H4846 zijn gal H1980 H8799 voortkomen H367 ; verschrikkingen H5921 zullen over hem zijn.
  26 H3605 Alle H2822 duisternis H2934 H8803 zal verborgen zijn H6845 H8803 in zijn schuilplaatsen H784 ; een vuur H3808 , dat niet H5301 H8795 opgeblazen is H398 H8762 , zal hem verteren H8300 ; den overigen H168 in zijn tent H3415 H8799 zal het kwalijk gaan.
  27 H8064 De hemel H5771 zal zijn ongerechtigheid H1540 H8762 openbaren H776 , en de aarde H6965 H8693 zal zich tegen hem opmaken.
  28 H2981 De inkomste H1004 van zijn huis H1540 H8799 zal weggevoerd worden H5064 H8737 ; het zal al henenvloeien H3117 in den dag H639 Zijns toorns.