Zechariah 11:7-9

DSV_Strongs(i)
  7 H6629 H2028 Dies heb ik deze slachtschapen H7462 H8799 geweid H3651 , dewijl H6041 zij ellendige H6629 schapen H3947 H8799 zijn; en ik heb mij genomen H8147 twee H4731 stokken H259 , den een H7121 H8804 heb ik genoemd H5278 LIEFELIJKHEID H259 , en den anderen H7121 H8804 heb ik genoemd H2254 H8802 SAMENBINDERS H6629 ; en ik heb die schapen H7462 H8799 geweid.
  8 H7969 En ik heb drie H7462 H8802 herders H259 in een H3391 maand H3582 H8686 afgesneden H5315 ; want mijn ziel H7114 H8799 was over hen verdrietig geworden H1571 , en ook H5315 had hun ziel H973 H8804 een walg van mij.
  9 H559 H8799 En ik zeide H3808 : Ik zal ulieden niet H7462 H8799 [meer] weiden H4191 H8801 ; wat sterft H4191 H8799 , dat sterve H3582 H8737 , en wat afgesneden is H3582 H8735 , dat zij afgesneden H7604 H8737 , en dat de overgeblevenen H802 de een H7468 des anderen H1320 vlees H398 H8799 verslinden.