DSV_Strongs(i)
2
G4697 G5736
Ik word innerlijk met ontferming bewogen
G1909
over
G3793
de schare
G3754
; want
G4357 G
zij zijn
G2235
nu
G5140
drie
G2250
dagen
G3427
bij Mij
G4357 G5719
gebleven
G2532
, en
G2192 G5719
hebben
G3756 G5101
niet
G5101
, wat
G5315 G5632
zij eten zouden.
3
G2532
En
G1437
indien
G846
Ik hen
G3523
nuchteren
G1519
naar
G846
hun
G3624
huis
G630 G5661
laat gaan
G1722
, zo zullen zij op
G3598
den weg
G1590 G5701
bezwijken
G1063
; want
G5100
sommigen
G846
van hen
G2240 G5758
komen
G3113
van verre.
4
G2532
En
G846
Zijn
G3101
discipelen
G611 G5662
antwoordden
G846
Hem
G4159
: Van waar
G1410 G
zal
G5100
iemand
G5128
dezen
G740
met broden
G5602
hier
G1909
in
G2047
de woestijn
G1410 G5695
kunnen
G5526 G5658
verzadigen?
5
G2532
En
G1905 G5707
Hij vraagde
G846
hun
G4214
: Hoeveel
G740
broden
G2192 G5719
hebt gij
G1161
? En
G2036 G5627
zij zeiden
G2033
: Zeven.
6
G2532
En
G3853 G5656
Hij gebood
G3793
de schare
G377 G5629
neder te zitten
G1909
op
G1093
de aarde
G2532
, en
G2983 G5631
Hij nam
G2033
de zeven
G740
broden
G2168 G5660
, en gedankt hebbende
G2806 G5656
, brak Hij
G2532
ze, en
G1325 G5707
gaf
G846
ze Zijn
G3101
discipelen
G2443
, opdat
G3908 G5632
zij ze zouden voorleggen
G2532
; en
G3908 G
zij leiden
G3793
ze der schare
G3908 G5656
voor.