Job 38:4-9

DSV_Strongs(i)
  4 H375 Waar H1961 H8804 waart gij H776 , toen Ik de aarde H3245 H8800 grondde H5046 H8685 ? Geef het te kennen H518 , indien H3045 H0 gij kloek H998 van verstand H3045 H8804 zijt.
  5 H4310 Wie H4461 heeft haar maten H7760 H8804 gezet H3588 , want H3045 H8799 gij weet H176 het; of H4310 wie H5921 heeft over H6957 haar een richtsnoer H5186 H8804 getrokken?
  6 H5921 H4100 Waarop H134 zijn haar grondvesten H2883 H8717 nedergezonken H176 , of H4310 wie H6438 H68 heeft haar hoeksteen H3384 H8804 gelegd?
  7 H1242 H3556 Toen de morgensterren H3162 te zamen H7442 H8800 vrolijk zongen H3605 , en al H1121 de kinderen H430 Gods H7321 H8686 juichten.
  8 H3220 Of [wie] heeft de zee H1817 met deuren H5526 H8686 toegesloten H1518 H8800 , toen zij uitbrak H4480 , [en] uit H7358 de baarmoeder H3318 H8799 voortkwam?
  9 H6051 Toen Ik de wolk H3830 [tot] haar kleding H7760 H8800 stelde H6205 , en de donkerheid H2854 [tot] haar windeldoek;