DSV_Strongs(i)
7
H1121
Maar gij, en uw zonen
H3550
met u, zult ulieder priesterambt
H8104 H8799
waarnemen
H1697
in alle zaken
H4196
des altaars
H1004
, en in hetgeen van binnen
H6532
den voorhang
H5647 H8804
is, dat zult gijlieden bedienen
H3550
; uw priesterambt
H5414 H8799
geve Ik
H5656
[u] tot een dienst
H4979
van een geschenk
H2114 H8801
; en de vreemde
H7131
, die nadert
H4191 H8714
, zal gedood worden.