Job 39:22-25

DSV(i) 22 Zult gij het paard sterkte geven? Kunt gij zijn hals met donder bekleden? 23 Zult gij het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking. 24 Het graaft in den grond, en het is vrolijk in zijn kracht; en trekt uit, den geharnaste tegemoet. 25 Het belacht de vreze, en wordt niet ontsteld, en keert niet wederom vanwege het zwaard.