Proverbs 24:21 Cross References - DSV_Strongs

  21 H1121 Mijn zoon H3372 H8798 ! vrees H3068 den HEERE H4428 en den koning H6148 H8691 ; vermeng u H8138 H8802 niet met hen, die naar verandering staan;

Exodus 14:31

  31 H7200 H8799 Ook zag H3478 Israel H1419 de grote H3027 hand H3068 , die de HEERE H4714 aan de Egyptenaren H6213 H8804 bewezen had H5971 ; en het volk H3372 H8799 vreesde H3068 den HEERE H539 H8686 , en geloofde H3068 in den HEERE H4872 , en aan Mozes H5650 , Zijn knecht.

Numbers 16:1-3

  1 H7141 Korach H1121 nu, de zoon H3324 van Jizhar H1121 , zoon H6955 van Kohath H1121 , zoon H3878 van Levi H3947 H8799 , nam H1885 tot zich zo Dathan H48 als Abiram H1121 , zonen H446 van Eliab H203 , en On H1121 , den zoon H6431 van Peleth H1121 , zonen H7205 van Ruben.
  2 H6965 H8799 En zij stonden op H6440 voor het aangezicht H4872 van Mozes H3967 , mitsgaders tweehonderd H2572 en vijftig H582 mannen H1121 uit de kinderen H3478 Israels H5387 , oversten H5712 der vergadering H7148 , de geroepenen H4150 der samenkomst H582 , mannen H8034 van naam.
  3 H6950 H8735 En zij vergaderden zich H4872 tegen Mozes H175 , en tegen Aaron H559 H8799 , en zeiden H7227 tot hen: Het is te veel H5712 voor u, want deze ganse vergadering H6918 , zij allen, zijn heilig H3068 , en de HEERE H8432 is in het midden H5375 H8691 van hen; waarom dan verheft gijlieden u H6951 over de gemeente H3068 des HEEREN?

1 Samuel 8:5-7

  5 H559 H8799 En zij zeiden H413 tot H2009 hem: Zie H859 , gij H2204 H8804 zijt oud geworden H1121 , en uw zonen H1980 H8804 wandelen H3808 niet H1870 in uw wegen H7760 H8798 ; zo zet H6258 nu H4428 een koning H8199 H8800 over ons, om ons te richten H3605 , gelijk al H1471 de volken [hebben].
  6 H1697 Maar dit woord H3415 H8799 was kwaad H5869 in de ogen H8050 van Samuel H834 , als H559 H8804 zij zeiden H5414 H8798 : Geef H4428 ons een koning H8199 H8800 , om ons te richten H8050 . En Samuel H6419 H8691 bad H3068 den HEERE H413 aan.
  7 H3068 Doch de HEERE H559 H8799 zeide H413 tot H8050 Samuel H8085 H8798 : Hoor H6963 naar de stem H5971 des volks H3605 in alles H834 , wat H413 zij tot H559 H8799 u zeggen zullen H3588 ; want H853 zij hebben u H3808 niet H3988 H8804 verworpen H3588 , maar H853 zij hebben Mij H3988 H8804 verworpen H4480 , dat Ik geen H4427 H0 Koning H5921 over H4427 H8800 hen zal zijn.

1 Samuel 12:12-19

  12 H7200 H8799 Als gij nu zaagt H3588 , dat H5176 Nahas H4428 , de koning H1121 van de kinderen H5983 Ammons H5921 , tegen H935 H8804 u kwam H559 H8799 , zo zeidet gij H3808 tot mij: Neen H3588 , maar H4428 een koning H5921 zal over H4427 H8799 ons regeren H3068 ; zo toch de HEERE H430 , uw God H4428 , uw Koning was.
  13 H6258 En nu H2009 , ziet H4428 daar den koning H977 H8804 , dien gij verkoren hebt H834 , dien H7592 H8804 gij begeerd hebt H2009 ; en ziet H3068 , de HEERE H4428 heeft een koning H5921 over H5414 H8804 ulieden gezet.
  14 H518 Zo H3068 gij den HEERE H3372 H8799 zult vrezen H853 , en Hem H5647 H8804 dienen H6963 , en naar Zijn stem H8085 H8804 horen H6310 , en den mond H3068 des HEEREN H3808 niet H4784 H8686 wederspannig zijt H1571 , zo zult gijlieden, zowel H859 gij H1571 als H4428 de koning H834 , die H5921 over H4427 H8804 u regeren zal H310 , achter H3068 den HEERE H430 , uw God H1961 H8799 , zijn.
  15 H518 Doch H6963 zo gij naar de stem H3068 des HEEREN H3808 niet H8085 H8799 zult horen H6310 , maar den mond H3068 des HEEREN H4784 H8804 wederspannig zijn H3027 , zo zal de hand H3068 des HEEREN H1961 H8804 , tegen u zijn H1 , als tegen uw vaders.
  16 H1571 Ook H3320 H8690 stelt u H6258 nu H7200 H8798 [hier], en ziet H2088 die H1419 grote H1697 zaak H834 , die H3068 de HEERE H5869 voor uw ogen H6213 H8802 doen zal.
  17 H3808 Is het niet H3117 vandaag H2406 H7105 de tarweoogst H413 ? Ik zal tot H3068 den HEERE H7121 H8799 roepen H6963 , en Hij zal donder H4306 en regen H5414 H8799 geven H3045 H8798 ; zo weet H7200 H8798 dan, en ziet H3588 , dat H7451 uw kwaad H7227 groot H834 is, dat H5869 gij voor de ogen H3068 des HEEREN H6213 H8804 gedaan hebt H4428 , dat gij een koning H7592 H8800 voor u begeerd hebt.
  18 H8050 Toen Samuel H413 den H3068 HEERE H7121 H8799 aanriep H5414 H8799 , zo gaf H3068 de HEERE H6963 donder H4306 en regen H1931 te dien H3117 dage H3372 H8799 ; daarom vreesde H3605 al H5971 het volk H3966 zeer H3068 den HEERE H8050 en Samuel.
  19 H3605 En al H5971 het volk H559 H8799 zeide H413 tot H8050 Samuel H6419 H8690 : Bid H1157 voor H5650 uw knechten H413 den H3068 HEERE H430 , uw God H408 , dat wij niet H4191 H8799 sterven H3588 ; want H5921 boven H3605 al H2403 onze zonden H7451 hebben wij dit kwaad H3254 H8804 daartoe gedaan H4428 , dat wij voor ons een koning H7592 H8800 begeerd hebben.

1 Samuel 24:6

  6 H559 H8799 [024:7] En hij zeide H582 tot zijn mannen H4480 : Dat late H3068 de HEERE H2486 ver van H518 mij zijn, dat H2088 ik H1697 die zaak H6213 H8799 doen zou H113 aan mijn heer H4899 , den gezalfde H3068 des HEEREN H3027 , dat ik mijn hand H7971 H8800 tegen hem uitsteken zou H3588 ; want H1931 hij H4899 is de gezalfde H3068 des HEEREN!

2 Samuel 15:13-37

  13 H935 H8799 Toen kwam H5046 H8688 er een boodschapper H1732 tot David H559 H8800 , zeggende H3820 : Het hart H376 van een iegelijk H3478 in Israel H1961 H8804 [volgt H53 ] Absalom H310 na.
  14 H559 H8799 Zo zeide H1732 David H3605 tot al H5650 zijn knechten H834 , die H854 met H3389 hem te Jeruzalem H6965 H8798 waren: Maakt u op H1272 H8799 , en laat ons vlieden H3588 , want H6413 er zou voor ons geen ontkomen H1961 H8799 zijn H4480 voor H53 Absaloms H6440 aangezicht H4116 H8761 ; haast u H3212 H8800 , om weg te gaan H6435 , opdat hij niet H4116 H8762 misschien haaste H5381 H8689 , en ons achterhale H7451 , en een kwaad H5921 over H5080 H8689 ons drijve H5892 , en deze stad H5221 H8689 sla H6310 met de scherpte H2719 des zwaards.
  15 H559 H8799 Toen zeiden H5650 de knechten H4428 des konings H413 tot H4428 den koning H3605 : Naar alles H834 , wat H113 mijn heer H4428 de koning H977 H8799 verkiezen zal H2009 , ziet H5650 , [hier] zijn uw knechten.
  16 H4428 En de koning H3318 H8799 ging uit H3605 met zijn ganse H1004 huis H7272 te voet H4428 ; doch de koning H5800 H8799 liet H6235 tien H802 H6370 bijwijven H1004 , om het huis H8104 H8800 te bewaren.
  17 H4428 Als nu de koning H3605 met al H5971 het volk H7272 te voet H3318 H8799 was uitgegaan H5975 H8799 , zo bleven zij staan H4801 H8677 H1023 in een verre H1004 plaats.
  18 H3605 En al H5650 zijn knechten H5674 H0 gingen H5921 aan H3027 zijn zijde H5674 H8802 heen H3605 , ook al H3774 de Krethi H3605 en al H6432 de Plethi H3605 , en al H1663 de Gethieten H8337 H3967 , zeshonderd H376 man H834 , die H4480 van H1661 Gath H7272 te voet H935 H8804 gekomen waren H5674 H0 , gingen H5921 voor H4428 des konings H6440 aangezicht H5674 H8802 heen.
  19 H559 H8799 Zo zeide H4428 de koning H413 tot H863 Ithai H1663 , den Gethiet H4100 : Waarom H859 zoudt gij H1571 ook H854 met H3212 H8799 ons gaan H7725 H8798 ? Keer weder H3427 H8798 , en blijf H5973 bij H4428 den koning H3588 ; want H859 gij H5237 zijt vreemd H1571 , en ook H859 zult gij H1540 H8802 weder vertrekken H4725 naar uw plaats.
  20 H8543 Gisteren H935 H8800 zijt gij gekomen H3117 , en heden H5973 zou ik u met H5128 H8686 H8675 H5128 H8799 ons omvoeren H3212 H8800 om te gaan H589 ? Zo ik H1980 H8802 toch gaan moet H5921 H834 , waarheen H589 ik H1980 H8802 gaan kan H7725 H8798 , keer weder H7725 H0 ; en breng H251 uw broederen H7725 H8685 wederom H2617 ; weldadigheid H571 en trouw H5973 zij met u.
  21 H863 Maar Ithai H6030 H8799 antwoordde H4428 den koning H559 H8799 , en zeide H3068 : [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE H2416 leeft H113 , en mijn heer H4428 de koning H2416 leeft H3588 H518 , H4725 in de plaats H834 H8033 , waar H113 mijn heer H4428 de koning H1961 H8799 zal zijn H518 , hetzij H4194 ten dode H518 , hetzij H2416 ten leven H8033 , daar H5650 zal uw knecht H3588 voorzeker H1961 H8799 ook zijn!
  22 H559 H8799 Toen zeide H1732 David H413 tot H863 Ithai H3212 H8798 : Zo kom H5674 H8798 , en ga over H5674 H0 . Alzo ging H863 Ithai H1663 , de Gethiet H5674 H8799 , over H3605 , en al H582 zijn mannen H3605 , en al H2945 de kinderen H834 die H854 met hem waren.
  23 H3605 En het ganse H776 land H1058 H8802 weende H1419 met luider H6963 stem H3605 , als al H5971 het volk H5674 H8802 overging H5674 H0 ; ook ging H4428 de koning H5674 H8802 over H5158 de beek H6939 Kidron H3605 , en al H5971 het volk H5674 H8802 ging over H5921 H6440 , recht naar H1870 den weg H4057 der woestijn.
  24 H2009 En ziet H6659 , Zadok H1571 was ook H3605 daar, en al H3881 de Levieten H854 met H5375 H8802 hem, dragende H727 de ark H1285 des verbonds H430 van God H3332 H0 , en zij zetten H727 de ark H430 Gods H3332 H8686 neder H54 ; en Abjathar H5927 H8799 klom op H5704 , totdat H3605 al H5971 het volk H4480 uit H5892 de stad H8552 H8800 geeindigd had H5674 H8800 over te gaan.
  25 H559 H8799 Toen zeide H4428 de koning H6659 tot Zadok H7725 H0 : Breng H727 de ark H430 Gods H7725 H8685 weder H5892 in de stad H518 ; indien H2580 ik genade H4672 H8799 zal vinden H3068 in des HEEREN H5869 ogen H7725 H8689 , zo zal Hij mij wederhalen H853 , en zal ze H7200 H8689 mij laten zien H5116 , mitsgaders Zijn woning.
  26 H518 Maar indien H3541 Hij alzo H559 H8799 zal zeggen H2654 H0 : Ik heb H3808 geen H2654 H8804 lust H2009 tot u; zie H6213 H8799 , [hier] ben ik, Hij doe H834 mij, zo als H5869 het in Zijn ogen H2896 goed is.
  27 H559 H8799 Voorts zeide H4428 de koning H413 tot H3548 den priester H6659 Zadok H859 : Zijt gij H7200 H8802 [niet] een ziener H7725 H8798 ? Keer weder H5892 in de stad H7965 met vrede H8147 ; ook ulieder beide H1121 zonen H290 , Ahimaaz H1121 , uw zoon H3083 , en Jonathan H54 , Abjathars H1121 zoon H854 , met u.
  28 H7200 H8798 Zie H595 , ik H4102 H8700 zal vertoeven H6160 H8675 H5679 in de vlakke velden H4057 der woestijn H5704 , totdat H1697 er een woord H4480 van H5973 ulieden H935 H8800 kome H5046 H8687 , dat men mij aanzegge.
  29 H7725 H0 Alzo bracht H6659 Zadok H54 , en Abjathar H727 , de ark H430 Gods H7725 H8686 weder H3389 te Jeruzalem H3427 H8799 , en zij bleven H8033 aldaar.
  30 H1732 En David H5927 H8802 ging op H4608 door den opgang H2132 der olijven H5927 H8802 , opgaande H1058 H8802 en wenende H7218 , en het hoofd H2645 H8802 was hem bewonden H1931 ; en hij zelf H1980 H8802 ging H3182 barrevoets H3605 ; ook had al H5971 het volk H834 , dat H854 met H376 hem was, een iegelijk H7218 zijn hoofd H2645 H8804 bedekt H5927 H8804 , en zij gingen op H5927 H8800 , opgaande H1058 H8800 en wenende.
  31 H5046 H0 Toen gaf H1732 men David H5046 H8689 te kennen H559 H8800 , zeggende H302 : Achitofel H5973 is onder degenen, die zich met H53 Absalom H7194 H8802 hebben verbonden H559 H8799 . Dies zeide H1732 David H3068 : O, HEERE H4994 ! maak toch H302 Achitofels H6098 raad H5528 H8761 tot zotheid.
  32 H1961 H8799 En het geschiedde H1732 , als David H5704 tot H7218 op de hoogte H935 H8804 kwam H834 , dat H8033 hij aldaar H430 God H7812 H8691 aanbad H2009 ; ziet H7125 H8800 , toen ontmoette H2365 hem Husai H757 , de Archiet H3801 , hebbende zijn rok H7167 H8803 gescheurd H127 , en aarde H5921 op H7218 zijn hoofd.
  33 H1732 En David H559 H8799 zeide H518 tot hem: Zo H854 gij met H5674 H8804 mij voortgaat H5921 , zo zult gij mij H4853 tot een last H1961 H8804 zijn;
  34 H518 Maar zo H7725 H0 gij weder H5892 in de stad H7725 H8799 gaat H53 , en tot Absalom H559 H8804 zegt H5650 : Uw knecht H589 , ik H4428 zal des konings H1961 H8799 zijn H1 ; ik ben wel uws vaders H5650 knecht H4480 van H227 te voren H6258 geweest, maar nu H589 zal ik H5650 uw knecht H6098 zijn; zo zoudt gij mij den raad H302 van Achitofel H6565 H8689 te niet maken.
  35 H3808 En zijn niet H6659 Zadok H54 en Abjathar H3548 , de priesters H8033 , aldaar H5973 met H1961 H8804 u? Zo zal het geschieden H3605 , dat gij alle H1697 ding H834 , dat H4480 gij uit H4428 des konings H1004 huis H8085 H8799 zult horen H3548 , den priesteren H6659 , Zadok H54 en Abjathar H5046 H8686 , zult te kennen geven.
  36 H2009 Ziet H8147 , hun beide H1121 zonen H8033 zijn aldaar H5973 bij H290 hen, Ahimaaz H6659 , Zadoks H3083 , en Jonathan H54 , Abjathars H3027 [zoon]; zo zult gijlieden door hun hand H413 tot H7971 H8804 mij zenden H3605 alle H1697 ding H834 , dat H8085 H8799 gij zult horen.
  37 H935 H8799 Alzo kwam H2365 Husai H1732 , Davids H7463 vriend H5892 , in de stad H53 ; en Absalom H935 H8799 kwam H3389 te Jeruzalem.

1 Kings 12:16

  16 H3605 Toen gans H3478 Israel H7200 H8799 zag H3588 , dat H4428 de koning H413 naar H3808 hen niet H8085 H8804 hoorde H7725 H0 , zo gaf H5971 het volk H4428 den koning H7725 H8686 weder H1697 antwoord H559 H8800 , zeggende H4100 : Wat H2506 deel H1732 hebben wij aan David H3808 ? Ja, geen H5159 erve H1121 [hebben] [wij] aan den zoon H3448 van Isai H168 ; naar uw tenten H3478 , o Israel H7200 H8798 ! Voorzie H6258 nu H1004 uw huis H1732 , o David H3212 H8799 ! Zo ging H3478 Israel H168 naar zijn tenten.

Ecclesiastes 8:2-5

  2 H8104 H8798 Ik [zeg]: Neem acht H6310 op den mond H4428 des konings H1700 ; doch naar de gelegenheid H7621 van den eed H430 Gods.
  3 H926 H8735 Haast u H3212 H8799 niet weg te gaan H6440 van zijn aangezicht H5975 H8799 ; blijf niet staande H7451 in een kwade H1697 zaak H2654 H8799 ; want al wat hem lust H6213 H8799 , doet hij.
  4 H1697 Waar het woord H4428 des konings H7983 is, daar is heerschappij H559 H8799 ; en wie zal tot hem zeggen H6213 H8799 : Wat doet gij?
  5 H4687 Wie het gebod H8104 H8802 onderhoudt H7451 H1697 , zal niets kwaads H3045 H8799 gewaar worden H3820 ; en het hart H2450 eens wijzen H6256 zal tijd H4941 en wijze H3045 H8799 weten.

Matthew 22:21

  21 G3004 G5719 Zij zeiden G846 tot Hem G2541 : Des keizers G5119 . Toen G3004 G5719 zeide Hij G846 tot hen G591 G5628 : Geeft G3767 dan G2541 den keizer G3588 , dat G2541 des keizers G2532 is, en G2316 Gode G3588 , dat G2316 Gods is.

Romans 13:1-7

  1 G3956 Alle G5590 ziel G1849 zij den machten G5242 G5723 , over [haar] gesteld G5293 G5732 , onderworpen G1063 ; want G2076 G5748 er is G3756 geen G1849 macht G1508 dan G575 van G2316 God G1161 , en G1849 de machten G5607 G5752 , die er zijn G1526 G5748 , die zijn G5259 van G2316 God G5021 G5772 geordineerd.
  2 G5620 Alzo dat G1849 die zich tegen de macht G498 G5734 stelt G1296 , de ordinantie G2316 van God G436 G5758 wederstaat G1161 ; en G436 G5761 die ze wederstaan G1438 , zullen over zichzelven G2917 een oordeel G2983 G5695 halen.
  3 G1063 Want G758 de oversten G1526 G5748 zijn G3756 niet G5401 [tot] een vreze G18 den goeden G2041 werken G235 , maar G2556 den kwaden G2309 G5719 . Wilt gij G1161 nu G1849 de macht G3361 niet G5399 G5738 vrezen G4160 G5720 , doe G18 het goede G2532 , en G1868 gij zult lof G1537 van G846 haar G2192 G5692 hebben;
  4 G1063 Want G2076 G5748 zij is G2316 Gods G1249 dienares G4671 , u G1519 ten G18 goede G1161 . Maar G1437 indien G2556 gij kwaad G4160 G5725 doet G5399 G5732 G5737 , zo vrees G1063 ; want G5409 G5719 zij draagt G3162 het zwaard G3756 niet G1500 te vergeefs G1063 ; want G2076 G5748 zij is G2316 Gods G1249 dienares G1558 , een wreekster G3709 tot straf G1519 dengene G2556 , die kwaad G4238 G5723 doet.
  5 G1352 Daarom G318 is het nodig G5293 G5733 onderworpen te zijn G3756 , niet G3440 alleen G1223 om G3709 der straffe G235 , maar G2532 ook G1223 om G4893 des gewetens wil.
  6 G1063 Want G5124 G1223 daarom G5055 G5719 betaalt gij G2532 ook G5411 schattingen G1063 ; want G1526 G5748 zij zijn G3011 dienaars G2316 van God G1519 , in G5124 G846 ditzelve G4342 G5723 geduriglijk bezig zijnde.
  7 G591 G5628 Zo geeft G3767 dan G3956 een iegelijk G3782 , wat gij schuldig zijt G5411 ; schatting G3588 , dien G5411 gij de schatting G5056 , tol G3588 , dien G5056 gij den tol G5401 , vreze G3588 , dien G5401 gij de vreze G5092 , eer G3588 , dien G5092 gij de eer [schuldig] [zijt].

Titus 3:1

  1 G5279 G5720 Vermaan G846 hen G746 , dat zij aan de overheden G2532 en G1849 machten G5293 G5733 onderdanig zijn G3980 G5721 , dat zij [hun] gehoorzaam zijn G4314 , dat zij tot G3956 alle G18 goed G2041 werk G2092 bereid G1511 G5750 zijn;

1 Peter 2:13-17

  13 G5293 G Zijt G3767 dan G3956 alle G442 menselijke G2937 ordening G5293 G5649 onderdanig G1223 , om G2962 des Heeren G1535 wil; hetzij G935 den koning G5613 , als G5242 G5723 de opperste macht hebbende;
  14 G1535 Hetzij G2232 den stadhouderen G5613 , als G1223 die van G846 hem G3992 G5746 gezonden worden G1519 , tot G1557 straf G3303 wel G2555 der kwaaddoeners G1161 , maar G1868 [tot] prijs G17 dergenen, die goed doen.
  15 G3754 Want G3779 alzo G2076 G5748 is het G2307 de wil G2316 van God G15 G5723 , dat gij, weldoende G5392 G5721 , den mond stopt G56 aan de onwetendheid G878 der dwaze G444 mensen;
  16 G5613 Als G1658 vrijen G2532 , en G3361 niet G1657 de vrijheid G2192 G5723 hebbende G5613 als G1942 een deksel G2549 der boosheid G235 , maar G5613 als G1401 dienstknechten G2316 van God.
  17 G5091 G5657 Eert G3956 een iegelijk G25 G ; hebt G81 de broederschap G25 G5720 lief G5399 G5737 ; vreest G2316 God G5091 G5720 ; eert G935 den koning.

Cross Reference data is from OpenBible.info, retrieved June 28, 2010, and licensed under a Creative Commons Attribution License.