Psalms 81

DSV_Strongs(i)
  1 H5329 [H8764] Voor den opperzangmeester H1665 , op de Gittith H623 , [een] [psalm] van Asaf H7442 [H8685] . [081:2] Zingt vrolijk H430 Gode H5797 , onze Sterkte H7321 [H8685] ; juicht H430 den God H3290 van Jakob.
  2 H5375 H0 [081:3] Heft H2172 een psalm H5375 [H8798] op H5414 [H8798] , en geeft H8596 de trommel H5273 ; de liefelijke H3658 harp H5035 met de luit.
  3 H8628 [H8798] [081:4] Blaast H7782 de bazuin H2320 in de nieuwe maan H3677 , ter bestemder tijd H2282 H3117 , op onzen feestdag.
  4 H2706 [081:5] Want dat is een inzetting H3478 in Israel H4941 , een recht H430 van den God H3290 Jakobs.
  5 H7760 [H8804] [081:6] Hij heeft het gezet H5715 tot een getuigenis H3084 in Jozef H3318 [H8800] , als Hij uitgetogen was H776 H4714 tegen Egypteland H8085 [H8799] ; [alwaar] ik gehoord heb H8193 een spraak H3045 [H8804] , die ik niet verstond;
  6 H7926 [081:7] Ik heb zijn schouder H5447 van den last H5493 [H8689] onttrokken H3709 ; zijn handen H1731 zijn van de potten H5674 [H8799] ontslagen.
  7 H6869 [081:8] In de benauwdheid H7121 [H8804] riept gij H2502 [H8762] , en Ik hielp u uit H6030 [H8799] ; Ik antwoordde H5643 u uit de schuilplaats H7482 des donders H974 [H8799] ; Ik beproefde H4325 u aan de wateren H4809 van Meriba H5542 . Sela.
  8 H5971 [081:9] Mijn volk H8085 [H8798] , [zeide] [Ik] hoor toe H5749 [H8686] , en Ik zal onder u betuigen H3478 , Israel H8085 [H8799] , of gij naar Mij hoordet!
  9 H2114 [H8801] [081:10] Er zal onder u geen uitlands H410 god H5236 wezen, en gij zult u voor geen vreemden H410 god H7812 [H8691] nederbuigen.
  10 H3068 [081:11] Ik ben de Heere H430 , uw God H5927 [H8688] , Die u heb opgevoerd H776 uit het land H4714 van Egypte H6310 ; doe uw mond H7337 [H8685] wijd open H4390 [H8762] , en Ik zal hem vervullen.
  11 H5971 [081:12] Maar Mijn volk H6963 heeft Mijn stem H8085 [H8804] niet gehoord H3478 ; en Israel H14 [H8804] heeft Mijner niet gewild.
  12 H7971 [H8762] [081:13] Dies heb Ik het overgegeven H8307 in het goeddunken H3820 huns harten H3212 [H8799] , dat zij wandelden H4156 in hun raadslagen.
  13 H3863 [081:14] Och H5971 , dat Mijn volk H8085 [H8802] naar Mij gehoord had H3478 , dat Israel H1870 in Mijn wegen H1980 [H8762] gewandeld had!
  14 H4592 [081:15] In kort H341 [H8802] zou Ik hun vijanden H3665 [H8686] gedempt hebben H3027 , en Mijn hand H7725 [H8686] gewend hebben H6862 tegen hun wederpartijders.
  15 H3068 [081:16] Die den HEERE H8130 [H8764] haten H3584 [H8762] , zouden zich Hem geveinsdelijk onderworpen hebben H6256 , maar hunlieder tijd H5769 zou eeuwig geweest zijn.
  16 H398 [H8686] [081:17] En Hij zou het gespijsd hebben H2459 met het vette H2406 der tarwe H7646 [H8686] ; ja, Ik zou u verzadigd hebben H1706 met honig H6697 uit de rotsstenen.