Psalms 49

DSV_Strongs(i)
  1 H4210 Een psalm H5329 H8764 , voor den opperzangmeester H1121 , onder de kinderen H7141 van Korach H8085 H8798 . [049:2] Hoort H5971 dit, alle gij volken H238 H8685 ! neemt ter ore H3427 H8802 , alle inwoners H2465 der wereld,
  2 H1121 H120 [049:3] Zowel slechten H1121 H376 als aanzienlijken H3162 , te zamen H6223 rijk H34 en arm!
  3 H6310 [049:4] Mijn mond H2454 zal enkel wijsheid H1696 H8762 spreken H1900 , en de overdenking H3820 mijns harten H8394 zal vol verstand zijn.
  4 H241 [049:5] Ik zal mijn oor H5186 H8686 neigen H4912 tot een spreuk H2420 ; ik zal mijn verborgene rede H6605 H8799 openen H3658 op de harp.
  5 H3372 H8799 [049:6] Waarom zou ik vrezen H7451 in kwade H3117 dagen H5771 , [als] de ongerechtigen H6120 , die op de hielen H5437 H8799 zijn, mij omringen?
  6 H2428 [049:7] Aangaande degenen, die op hun goed H982 H8802 vertrouwen H7230 ; en op de veelheid H6239 huns rijkdoms H1984 H8691 roemen;
  7 H376 [049:8] Niemand H251 van hen zal [zijn] broeder H6299 H8800 immermeer H6299 H8799 kunnen verlossen H430 ; hij zal Gode H3724 zijn rantsoen H5414 H8799 niet kunnen geven;
  8 H6306 [049:9] (Want de verlossing H5315 hunner ziel H3365 H8799 is te kostelijk H5769 , en zal in eeuwigheid H2308 H8804 ophouden);
  9 H5331 [049:10] Dat hij ook voortaan geduriglijk H2421 H8799 zou leven H7845 , [en] de verderving H7200 H8799 niet zien.
  10 H7200 H8799 [049:11] Want hij ziet H2450 , dat de wijzen H4191 H8799 sterven H3162 , dat te zamen H3684 een dwaas H1198 en een onvernuftige H6 H8799 omkomen H2428 , en hun goed H312 anderen H5800 H8804 nalaten.
  11 H7130 [049:12] Hun binnenste H1004 gedachte is, dat hun huizen H5769 zullen zijn in eeuwigheid H4908 , hun woningen H1755 van geslacht H1755 tot geslacht H7121 H8804 ; zij noemen H127 de landen H8034 naar hun namen.
  12 H120 [049:13] De mens H3366 nochtans, [die] in waarde H3885 H8799 is, blijft H4911 H8738 niet; hij wordt gelijk H929 als de beesten H1820 H8738 , [die] vergaan.
  13 H1870 [049:14] Deze hun weg H3689 is een dwaasheid H310 van hen; nochtans hebben hun nakomelingen H7521 H8799 een welbehagen H6310 in hun woorden H5542 . Sela.
  14 H8371 H8804 [049:15] Men zet H6629 hen als schapen H7585 in het graf H4194 , de dood H7462 H8799 zal hen afweiden H3477 ; en de oprechten H7287 H8799 zullen over hen heersen H1242 in dien morgenstond H7585 ; en het graf H6697 H8675 H6736 zal hun gedaante H1086 H8763 verslijten H2073 , [elk] uit zijn woning.
  15 H430 [049:16] Maar God H5315 zal mijn ziel H3027 van het geweld H7585 des grafs H6299 H8799 verlossen H3947 H8799 , want Hij zal mij opnemen H5542 . Sela.
  16 H3372 H8799 [049:17] Vrees H376 niet, wanneer een man H6238 H8686 rijk wordt H3519 , wanneer de eer H1004 van zijn huis H7235 H8799 groot wordt;
  17 H4194 [049:18] Want hij zal in zijn sterven H3947 H8799 niet met al medenemen H3519 , zijn eer H3381 H8799 H310 zal hem niet nadalen.
  18 H5315 [049:19] Hoewel hij zijn ziel H2416 in zijn leven H1288 H8762 zegent H3034 H8686 , en zij u loven H3190 H8686 , omdat gij uzelven goed doet;
  19 H935 H8799 [049:20] Zo zal zij [toch] komen H1755 tot het geslacht H1 harer vaderen H5331 ; tot in eeuwigheid H216 zullen zij het licht H3808 niet H7200 H8799 zien.
  20 H120 [049:21] De mens H3366 , [die] in waarde H995 H8799 is, en geen verstand heeft H4911 H8738 , wordt gelijk H929 als de beesten H1820 H8738 , [die] vergaan.