Psalms 144

DSV_Strongs(i)
  1 H1732 [Een] [psalm] van David H1288 [H8803] . Gezegend H3068 zij de HEERE H6697 , mijn Rotssteen H3027 , Die mijn handen H3925 [H8764] onderwijst H7128 ten strijde H676 , mijn vingeren H4421 ten oorlog;
  2 H2617 Mijn Goedertierenheid H4686 en mijn Burg H4869 , mijn Hoog Vertrek H6403 [H8764] en mijn Bevrijder H4043 voor mij, mijn Schild H2620 [H8804] , en op Wien ik mij betrouwe H5971 ; Die mijn volk H7286 [H8802] aan mij onderwerpt!
  3 H3068 O HEERE H120 ! wat is de mens H3045 [H8799] , dat Gij hem kent H1121 , het kind H582 des mensen H2803 [H8762] , dat Gij het acht?
  4 H120 De mens H1892 is der ijdelheid H1819 [H8804] gelijk H3117 ; zijn dagen H5674 [H8802] zijn als een voorbijgaande H6738 schaduw.
  5 H5186 [H8685] Neig H8064 Uw hemelen H3068 , HEERE H3381 [H8799] ! en daal neder H5060 [H8798] ; raak H2022 de bergen H6225 [H8799] aan, dat zij roken.
  6 H1299 [H8798] Bliksem H1300 bliksem H6327 [H8686] , en verstrooi H7971 [H8798] hen; zend H2671 Uw pijlen H2000 [H8799] uit, en verdoe hen.
  7 H7971 H0 Steek H3027 Uw handen H4791 van de hoogte H7971 [H8798] uit H6475 [H8798] ; ontzet H5337 [H8685] mij, en ruk H7227 mij uit de grote H4325 wateren H3027 , uit de hand H5236 H1121 der vreemden;
  8 H6310 Welker mond H7723 leugen H1696 [H8765] spreekt H3225 , en hun rechterhand H3225 is een rechterhand H8267 der valsheid.
  9 H430 O God H2319 ! ik zal U een nieuw H7892 lied H7891 [H8799] zingen H5035 ; met de luit H6218 [en] het tiensnarig instrument H2167 [H8762] zal ik U psalmzingen.
  10 H4428 Gij, Die den koningen H8668 overwinning H5414 [H8802] geeft H5650 , Die Zijn knecht H1732 David H6475 [H8802] ontzet H7451 van het boze H2719 zwaard;
  11 H6475 [H8798] Ontzet H5337 [H8685] mij en red H3027 mij van de hand H5236 H1121 der vreemden H6310 , welker mond H7723 leugen H1696 [H8765] spreekt H3225 , en hun rechterhand H3225 is een rechterhand H8267 der valsheid;
  12 H1121 Opdat onze zonen H5195 zijn als planten H1431 [H8794] , welke groot geworden zijn H5271 in hun jeugd H1323 ; onze dochters H2106 als hoekstenen H2404 [H8794] , uitgehouwen H8403 naar de gelijkenis H1964 van een paleis.
  13 H4200 Dat onze winkelen H4392 vol H2177 zijnde, den enen voorraad H2177 na den anderen H6329 [H8688] uitgeven H6629 ; dat onze kudden H503 [H8688] bij duizenden werpen H7231 H0 , [ja], bij tienduizenden H2351 op onze hoeven H7231 [H8794] vermenigvuldigen.
  14 H441 Dat onze ossen H5445 [H8794] wel geladen zijn H6556 ; dat geen inbreuk H3318 [H8802] , noch uitval H6682 , noch gekrijs H7339 zij op onze straten.
  15 H835 Welgelukzalig H5971 is het volk H3602 , dien het alzo H835 gaat; welgelukzalig H5971 , is het volk H430 , wiens God H3068 de HEERE is.