Psalms 107

DSV_Strongs(i)
  1 H3034 [H8685] Looft H3068 den HEERE H2896 , want Hij is goed H2617 ; want Zijn goedertierenheid H5769 is in der eeuwigheid.
  2 H1350 [H8803] Dat [zulks] de bevrijden H3068 des HEEREN H559 [H8799] zeggen H3027 , die Hij van de hand H6862 der wederpartijders H1350 [H8804] bevrijd heeft.
  3 H776 En Hij die uit de landen H6908 [H8765] verzameld heeft H4217 , van het oosten H4628 en van het westen H6828 , van het noorden H3220 en van de zee.
  4 H4057 Die in de woestijn H8582 [H8804] dwaalden H1870 , in een weg H3452 der wildernis H5892 , die geen stad H4186 ter woning H4672 [H8804] vonden;
  5 H7457 Zij waren hongerig H6771 , ook dorstig H5315 ; hun ziel H5848 [H8691] was in hen overstelpt.
  6 H6817 [H8799] Doch roepende H3068 tot den HEERE H6862 in de benauwdheid H5337 [H8686] , die zij hadden, heeft Hij hen gered H4691 uit hun angsten;
  7 H1869 [H8686] En Hij leidde H3477 hen op een rechten H1870 weg H3212 [H8800] , om te gaan H5892 tot een stad H4186 ter woning.
  8 H3068 Laat hen voor den HEERE H2617 Zijn goedertierenheid H3034 [H8686] loven H6381 [H8737] , en Zijn wonderwerken H1121 voor de kinderen H120 der mensen;
  9 H8264 [H8802] Want Hij heeft de dorstige H5315 ziel H7646 [H8689] verzadigd H7457 , en de hongerige H5315 ziel H2896 met goed H4390 [H8765] vervuld;
  10 H2822 Die in duisternis H6757 en de schaduw des doods H3427 [H8802] zaten H615 , gebonden H6040 met verdrukking H1270 en ijzer;
  11 H4784 [H8689] Omdat zij wederspannig waren geweest H410 tegen Gods H561 geboden H6098 , en den raad H5945 des Allerhoogsten H5006 [H8804] onwaardiglijk verworpen hadden.
  12 H3820 Waarom Hij hun het hart H5999 door zwarigheid H3665 [H8686] vernederd heeft H3782 [H8804] ; zij zijn gestruikeld H5826 [H8802] , en er was geen helper.
  13 H2199 [H8799] Doch roepende H3068 tot den HEERE H6862 in de benauwdheid H3467 [H8686] , die zij hadden, verloste Hij H4691 hen uit hun angsten.
  14 H3318 [H8686] Hij voerde hen uit H2822 de duisternis H6757 en de schaduw des doods H5423 [H8762] , en Hij brak H4147 hun banden.
  15 H3068 Laat hen voor den HEERE H2617 Zijn goedertierenheid H3034 [H8686] loven H6381 [H8737] , en Zijn wonderwerken H1121 voor de kinderen H120 der mensen;
  16 H5178 Want Hij heeft de koperen H1817 deuren H7665 [H8765] gebroken H1270 , en de ijzeren H1280 grendelen H1438 [H8765] in stukken gehouwen.
  17 H191 De zotten H1870 worden om den weg H6588 hunner overtreding H5771 , en om hun ongerechtigheden H6031 [H8691] geplaagd;
  18 H5315 Hun ziel H8581 [H8762] gruwelde H400 van alle spijze H8179 , en zij waren tot aan de poorten H4194 des doods H5060 [H8686] gekomen.
  19 H2199 [H8799] Doch roepende H3068 tot den HEERE H6862 in de benauwdheid H3467 [H8686] , die zij hadden, verloste Hij H4691 hen uit hun angsten.
  20 H7971 [H8799] Hij zond H1697 Zijn woord H7495 [H8799] uit, en heelde H4422 [H8762] hen, en rukte hen uit H7825 hun kuilen.
  21 H3068 Laat hen voor den HEERE H2617 Zijn goedertierenheid H3034 [H8686] loven H6381 [H8737] , en Zijn wonderwerken H1121 voor de kinderen H120 der mensen.
  22 H2077 H8426 En dat zij lofofferen H2076 [H8799] offeren H7440 , en met gejuich H4639 Zijn werken H5608 [H8762] vertellen.
  23 H591 Die met schepen H3220 ter zee H3381 [H8802] afvaren H4399 , handel H6213 [H8802] doende H7227 op grote H4325 wateren;
  24 H7200 [H8804] Die zien H4639 de werken H3068 des HEEREN H6381 [H8737] , en Zijn wonderwerken H4688 in de diepte.
  25 H559 [H8799] Als Hij spreekt H5591 H7307 , zo doet Hij een stormwind H5975 [H8686] opstaan H1530 , die haar golven H7311 [H8787] omhoog verheft.
  26 H5927 [H8799] Zij rijzen op H8064 naar den hemel H3381 [H8799] ; zij dalen neder H8415 tot in de afgronden H5315 ; hun ziel H4127 [H8709] versmelt H7451 van angst.
  27 H2287 [H8799] Zij dansen H5128 [H8799] en waggelen H7910 als een dronken man H2451 , en al hun wijsheid H1104 [H8691] wordt verslonden.
  28 H6817 [H8799] Doch roepende H3068 tot den HEERE H6862 in de benauwdheid H3318 [H8686] , die zij hadden, zo voerde Hij hen uit H4691 hun angsten.
  29 H6965 [H8686] Hij doet H5591 den storm H1827 stilstaan H1530 , zodat hun golven H2814 [H8799] stilzwijgen.
  30 H8055 [H8799] Dan zijn zij verblijd H8367 [H8799] , omdat zij gestild zijn H4231 , en dat Hij hen tot de haven H2656 hunner begeerte H5148 [H8686] geleid heeft.
  31 H3068 Laat hen voor den HEERE H2617 Zijn goedertierenheid H3034 [H8686] loven H6381 [H8737] , en Zijn wonderwerken H1121 voor de kinderen H120 der mensen;
  32 H7311 [H8787] En Hem verhogen H6951 in de gemeente H5971 des volks H4186 , en in het gestoelte H2205 der oudsten H1984 [H8762] Hem roemen.
  33 H7760 [H8799] Hij stelt H5104 de rivieren H4057 tot een woestijn H4325 H4161 , en watertochten H6774 tot dorstig [land].
  34 H6529 Het vruchtbaar H776 land H4420 tot zouten H7451 [grond], om de boosheid H3427 [H8802] dergenen, die daarin wonen.
  35 H7760 [H8799] Hij stelt H4057 de woestijn H98 H4325 tot een waterpoel H6723 , en het dorre H776 land H4325 H4161 tot watertochten.
  36 H7457 En Hij doet de hongerigen H3427 [H8686] aldaar wonen H3559 [H8787] , en zij stichten H5892 een stad H4186 ter woning;
  37 H2232 [H8799] En bezaaien H7704 akkers H5193 [H8799] , en planten H3754 wijngaarden H8393 , die inkomende H6529 vrucht H6213 [H8799] voortbrengen.
  38 H1288 [H8762] En Hij zegent H3966 hen, zodat zij zeer H7235 [H8799] vermenigvuldigen H929 , en hun vee H4591 [H8686] vermindert Hij niet.
  39 H4591 [H8799] Daarna verminderen zij H7817 [H8799] , en komen ten onder H6115 , door verdrukking H7451 , kwaad H3015 en droefenis.
  40 H8210 [H8802] Hij stort H937 verachting H5081 uit over de prinsen H8582 [H8686] , en doet hen dwalen H8414 in het woeste H1870 , waar geen weg is.
  41 H7682 H0 Maar Hij brengt H34 den nooddruftige H6040 uit de verdrukking H7682 [H8762] in een hoog vertrek H7760 [H8799] , en maakt H4940 de huisgezinnen H6629 als kudden.
  42 H3477 De oprechten H7200 [H8799] zien H8055 [H8799] het, en zijn verblijd H5766 , maar alle ongerechtigheid H7092 [H8804] stopt H6310 haar mond.
  43 H2450 Wie is wijs H8104 [H8799] ? Die neme deze [dingen] waar H995 [H8709] ; en dat zij verstandelijk letten H2617 op de goedertierenheden H3068 des HEEREN.