Numbers 14:11-21

DSV_Strongs(i)
  11 H3068 En de HEERE H559 [H8799] zeide H4872 tot Mozes H5971 : Hoe lang zal mij dit volk H5006 [H8762] tergen H3808 ? En hoe lang zullen zij aan Mij niet H539 [H8686] geloven H226 , door alle tekenen H7130 , die Ik in het midden H6213 [H8804] van hen gedaan heb?
  12 H1698 Ik zal het met pestilentie H5221 [H8686] slaan H3423 [H8686] , en Ik zal het verstoten H1419 ; en Ik zal u tot een groter H6099 en sterker H1471 volk H6213 [H8799] maken, dan dit is.
  13 H4872 En Mozes H559 [H8799] zeide H3068 tot den HEERE H4714 : Zo zullen het de Egyptenaars H8085 [H8804] horen H3581 ; want Gij hebt door Uw kracht H5971 dit volk H7130 uit het midden H5927 [H8689] van hen doen optrekken;
  14 H559 [H8804] En zij zullen zeggen H3427 [H8802] tot de inwoners H776 van dit land H8085 [H8804] , [die] gehoord hebben H3068 , dat Gij, HEERE H7130 ! in het midden H5971 van dit volk H3068 zijt; dat Gij, HEERE H5869 ! oog H5869 aan oog H7200 [H8738] gezien wordt H6051 , dat Uw wolk H5975 [H8802] over hen staat H5982 H6051 , en Gij in een wolkkolom H6440 voor hun aangezicht H1980 [H8802] gaat H3119 des daags H5982 H784 , en in een vuurkolom H3915 des nachts.
  15 H5971 En zoudt Gij dit volk H259 als een enigen H376 man H4191 [H8689] doden H1471 , zo zouden de heidenen H8088 , die Uw gerucht H8085 [H8804] gehoord hebben H559 [H8804] , spreken H559 [H8800] , zeggende:
  16 H3068 Omdat de HEERE H5971 dit volk H1115 niet H3201 [H8800] kon H935 [H8687] brengen H776 in dat land H7650 [H8738] , hetwelk Hij hun gezworen had H7819 [H8799] , zo heeft Hij hen geslacht H4057 in de woestijn!
  17 H3581 Nu dan, laat toch de kracht H136 des HEEREN H1431 [H8799] groot worden H834 , gelijk als H1696 [H8765] Gij gesproken hebt H559 [H8800] , zeggende:
  18 H3068 De HEERE H750 H639 is lankmoedig H7227 en groot H2617 van weldadigheid H5375 [H8802] , vergevende H5771 de ongerechtigheid H6588 en overtreding H5352 [H8763] , die [den] [schuldige] geenszins H5352 [H8762] onschuldig houdt H6485 [H8802] , bezoekende H5771 de ongerechtigheid H1 der vaderen H1121 aan de kinderen H8029 , in het derde H7256 en in het vierde [lid].
  19 H5545 [H8798] Vergeef H5771 toch de ongerechtigheid H5971 dezes volks H1433 , naar de grootte H2617 Uwer goedertierenheid H5971 , en gelijk Gij ze aan dit volk H4714 , van Egypteland H2008 af tot hiertoe H5375 [H8804] , vergeven hebt!
  20 H3068 En de HEERE H559 [H8799] zeide H5545 [H8804] : Ik heb hun vergeven H1697 naar uw woord.
  21 H199 Doch zekerlijk H2416 , [zo] [waarachtig] [als] Ik leef H776 , zo zal de ganse aarde H3519 met de heerlijkheid H3068 des HEEREN H4390 [H8735] vervuld worden!