Leviticus 19

DSV_Strongs(i)
  1 H1696 H8762 Verder sprak H3068 de HEERE H4872 tot Mozes H559 H8800 , zeggende:
  2 H1696 H8761 Spreek H5712 tot de ganse vergadering H1121 der kinderen H3478 Israels H559 H8804 , en zeg H6918 tot hen: Gij zult heilig H3068 zijn, want Ik, de HEERE H430 , uw God H6918 , ben heilig!
  3 H376 Want ieder H517 zal zijn moeder H1 en zijn vader H3372 H8799 vrezen H7676 , en Mijn sabbatten H8104 H8799 houden H3068 ; Ik ben de HEERE H430 , uw God!
  4 H457 Gij zult u tot de afgoden H6437 H8799 niet keren H4541 , en u geen gegoten H430 goden H6213 H8799 maken H3068 ; Ik ben de HEERE H430 , uw God!
  5 H2077 H8002 En wanneer gij een dankoffer H3068 den HEERE H2076 H8799 offeren zult H7522 , naar uw welgevallen H2076 H8799 zult gij dat offeren.
  6 H3117 Op den dag H2077 van uw offeren H4283 , en des anderen daags H398 H8735 , zal het gegeten worden H7992 ; maar wat tot op den derden H3117 dag H3498 H8737 overblijft H784 zal met vuur H8313 H8735 verbrand worden.
  7 H7992 En zo het op den derden H3117 dag H398 H8736 enigszins H398 H8735 gegeten wordt H6292 , het is een afgrijselijk H7521 H8735 ding, het zal niet aangenaam zijn.
  8 H398 H8802 En zo wie dat eet H5771 , zal zijn ongerechtigheid H5375 H8799 dragen H6944 , omdat hij het heilige H3068 des HEEREN H2490 H8765 ontheiligd heeft H5315 ; daarom zal dezelve ziel H5971 , uit haar volken H3772 H8738 uitgeroeid worden.
  9 H7105 Als gij ook den oogst H776 uws lands H7114 H8800 inoogsten zult H6285 , gij zult den hoek H7704 uws velds H3615 H8762 niet ganselijk afoogsten H7105 , en dat van uw oogst H3951 op te zamelen is H3950 H8762 , niet opzamelen.
  10 H3754 Insgelijks zult gij uw wijngaard H5953 H8779 niet nalezen H6528 , en de afgevallen bezien H3754 van uw wijngaard H3950 H8762 niet opzamelen H6041 ; den arme H1616 en den vreemdeling H5800 H8799 zult gij die overlaten H3068 ; Ik ben de HEERE H430 , uw God!
  11 H1589 H8799 Gij zult niet stelen H8266 H8762 , en gij zult niet liegen H3584 H8762 , noch valselijk handelen H376 , een iegelijk H5997 tegen zijn naaste.
  12 H8267 Gij zult niet valselijk H8034 bij Mijn Naam H7650 H8735 zweren H8034 ; want gij zoudt den Naam H430 uws Gods H2490 H8765 ontheiligen H3068 ; Ik ben de HEERE.
  13 H7453 Gij zult uw naaste H6231 H8799 niet bedriegelijk verdrukken H1497 H8799 , noch beroven H7916 ; des dagloners H6468 arbeidsloon H3885 H8799 zal bij u niet vernachten H1242 tot aan den morgen.
  14 H2795 Gij zult den dove H7043 H8762 niet vloeken H6440 , en voor het aangezicht H5787 des blinden H4383 geen aanstoot H5414 H8799 zetten H430 ; maar gij zult voor uw God H3372 H8804 vrezen H3068 ; Ik ben de HEERE!
  15 H5766 Gij zult geen onrecht H6213 H8799 doen H4941 in het gericht H6440 ; gij zult het aangezicht H1800 des geringen H5375 H8799 niet aannemen H6440 , noch het aangezicht H1419 des groten H1921 H8799 voortrekken H6664 ; in gerechtigheid H5997 zult gij uw naaste H8199 H8799 richten.
  16 H3212 H8799 Gij zult niet wandelen H7400 [als] een achterklapper H5971 onder uw volken H5975 H8799 ; gij zult niet staan H1818 tegen het bloed H7453 van uw naaste H3068 ; Ik ben de HEERE!
  17 H251 Gij zult uw broeder H3824 in uw hart H8130 H8799 niet haten H5997 ; gij zult uw naaste H3198 H8687 naarstiglijk H3198 H8686 berispen H2399 , en zult de zonde H5375 H8799 in hem niet verdragen.
  18 H5358 H8799 Gij zult niet wreken H5201 H8799 , noch [toorn] behouden H1121 tegen de kinderen H5971 uws volks H7453 ; maar gij zult uw naaste H157 H8804 liefhebben H3644 als uzelven H3068 ; Ik ben de HEERE!
  19 H2708 Gij zult Mijn inzettingen H8104 H8799 houden H3610 ; gij zult geen tweeerlei aard H929 uwer beesten H7250 H8686 laten samen te doen hebben H7704 ; uwen akker H3610 zult gij niet met tweeerlei H2232 H8799 [zaad] bezaaien H899 , en een kleed H8162 van tweeerlei stof H3610 , dooreen vermengd H5927 H8799 , zal aan u niet komen.
  20 H376 En wanneer een man H7902 , door bijligging H2233 des zaads H802 , bij een vrouw H7901 H8799 zal gelegen hebben H8198 , die een dienstmaagd H376 is, bij den man H2778 H8737 versmaad H6299 H8715 , en geenszins H6299 H8738 gelost is H2668 , en haar geen vrijheid H5414 H8738 is gegeven H1244 ; die zullen gegeseld worden H4191 H8714 ; zij zullen niet gedood worden H2666 H8795 ; want zij was niet vrij gemaakt.
  21 H817 En hij zal zijn schuldoffer H3068 den HEERE H6607 aan de deur H168 van de tent H4150 der samenkomst H935 H8689 brengen H352 , een ram H817 ten schuldoffer.
  22 H3548 En de priester H352 zal met den ram H817 des schuldoffers H2403 , voor hem over zijn zonde H2398 H8804 , die hij gezondigd heeft H6440 , voor het aangezicht H3068 des HEEREN H3722 H8765 verzoening doen H5545 H8738 ; en hem zal vergeving geschieden H2403 van zijn zonde H2398 H8804 , die hij gezondigd heeft.
  23 H776 Als gij ook in dat land H935 H8799 gekomen zult zijn H6086 , en alle geboomte H3978 ter spijze H5193 H8804 geplant zult hebben H6190 , zo zult gij de voorhuid H6529 daarvan, deszelfs vrucht H6188 H8804 , besnijden H7969 ; drie H8141 jaren H6189 zal het u onbesneden zijn H398 H8735 , daarvan zal niet gegeten worden.
  24 H7243 Maar in het vierde H8141 jaar H6529 zal al zijn vrucht H6944 een heilig H1974 ding zijn, ter lofzegging H3068 voor den HEERE.
  25 H2549 En in het vijfde H8141 jaar H6529 zult gij deszelfs vrucht H398 H8799 eten H8393 , om het inkomen H3254 H8687 daarvan voor u te vermeerderen H3068 ; Ik ben de HEERE H430 , uw God!
  26 H1818 Gij zult niets met het bloed H398 H8799 eten H5172 H8762 . Gij zult op geen vogelgeschrei acht geven H6049 H8779 , noch guichelarij plegen.
  27 H6285 Gij zult de hoeken H7218 uws hoofds H5362 H8686 niet rond afscheren H6285 ; ook zult gij de hoeken H2206 uws baards H7843 H8686 niet verderven.
  28 H5315 Gij zult om een dood lichaam H8296 geen snijding H1320 in uw vlees H5414 H8799 maken H3793 , noch schrift H7085 van een ingedrukt teken H5414 H8799 in u maken H3068 ; Ik ben de HEERE!
  29 H1323 Gij zult uw dochter H2490 H8762 niet ontheiligen H2181 H8687 , haar ter hoererij houdende H776 ; opdat het land H2181 H8799 niet hoerere H776 , en het land H2154 met schandelijke daden H4390 H8804 vervuld worde.
  30 H7676 Gij zult Mijn sabbatten H8104 H8799 houden H4720 , en Mijn heiligdom H3372 H8799 zult gij vrezen H3068 ; Ik ben de HEERE!
  31 H6437 H8799 Gij zult u niet keren H178 tot de waarzeggers H3049 , en tot de duivelskunstenaars H1245 H8762 ; zoekt H2930 H8800 hen niet, u met hen verontreinigende H3068 ; Ik ben de HEERE H430 , uw God!
  32 H6440 Voor H7872 het grauwe haar H6965 H8799 zult gij opstaan H6440 , en zult het aangezicht H2205 des ouden H1921 H8804 vereren H3372 H8804 ; en gij zult vrezen H430 voor uw God H3068 ; Ik ben de HEERE!
  33 H1616 En wanneer een vreemdeling H776 bij u in uw land H1481 H8799 als vreemdeling verkeren zal H3238 H8686 , gij zult hem niet verdrukken.
  34 H1616 De vreemdeling H1481 H8802 , die als vreemdeling bij u verkeert H249 , zal onder u zijn als een inboorling H157 H8804 van ulieden; gij zult hem liefhebben H1616 als uzelven; want gij zijt vreemdeling H776 H4714 geweest in Egypteland H3068 ; Ik ben de HEERE H430 , uw God!
  35 H5766 Gij zult geen onrecht H6213 H8799 doen H4941 in het gericht H4060 , met de el H4948 , met het gewicht H4884 , of met de maat.
  36 H6664 Gij zult een rechte H3976 wage H6664 hebben, rechte H68 weegstenen H6664 , een rechte H374 efa H6664 , en een rechte H1969 hin H3068 ; Ik ben de HEERE H430 , uw God H776 H4714 , die u uit Egypteland H3318 H8689 uitgevoerd heb!
  37 H2708 Daarom zult gij al Mijn inzettingen H4941 en al Mijn rechten H8104 H8804 onderhouden H6213 H8804 , en zult ze doen H3068 ; Ik ben de HEERE!