DSV_Strongs(i)
2
H1696 H8761
Spreek
H5712
tot de ganse vergadering
H1121
der kinderen
H3478
Israels
H559 H8804
, en zeg
H6918
tot hen: Gij zult heilig
H3068
zijn, want Ik, de HEERE
H430
, uw God
H6918
, ben heilig!
3
H376
Want ieder
H517
zal zijn moeder
H1
en zijn vader
H3372 H8799
vrezen
H7676
, en Mijn sabbatten
H8104 H8799
houden
H3068
; Ik ben de HEERE
H430
, uw God!
4
H457
Gij zult u tot de afgoden
H6437 H8799
niet keren
H4541
, en u geen gegoten
H430
goden
H6213 H8799
maken
H3068
; Ik ben de HEERE
H430
, uw God!
5
H2077 H8002
En wanneer gij een dankoffer
H3068
den HEERE
H2076 H8799
offeren zult
H7522
, naar uw welgevallen
H2076 H8799
zult gij dat offeren.
6
H3117
Op den dag
H2077
van uw offeren
H4283
, en des anderen daags
H398 H8735
, zal het gegeten worden
H7992
; maar wat tot op den derden
H3117
dag
H3498 H8737
overblijft
H784
zal met vuur
H8313 H8735
verbrand worden.
7
H7992
En zo het op den derden
H3117
dag
H398 H8736
enigszins
H398 H8735
gegeten wordt
H6292
, het is een afgrijselijk
H7521 H8735
ding, het zal niet aangenaam zijn.
8
H398 H8802
En zo wie dat eet
H5771
, zal zijn ongerechtigheid
H5375 H8799
dragen
H6944
, omdat hij het heilige
H3068
des HEEREN
H2490 H8765
ontheiligd heeft
H5315
; daarom zal dezelve ziel
H5971
, uit haar volken
H3772 H8738
uitgeroeid worden.
9
H7105
Als gij ook den oogst
H776
uws lands
H7114 H8800
inoogsten zult
H6285
, gij zult den hoek
H7704
uws velds
H3615 H8762
niet ganselijk afoogsten
H7105
, en dat van uw oogst
H3951
op te zamelen is
H3950 H8762
, niet opzamelen.
10
H3754
Insgelijks zult gij uw wijngaard
H5953 H8779
niet nalezen
H6528
, en de afgevallen bezien
H3754
van uw wijngaard
H3950 H8762
niet opzamelen
H6041
; den arme
H1616
en den vreemdeling
H5800 H8799
zult gij die overlaten
H3068
; Ik ben de HEERE
H430
, uw God!
11
H1589 H8799
Gij zult niet stelen
H8266 H8762
, en gij zult niet liegen
H3584 H8762
, noch valselijk handelen
H376
, een iegelijk
H5997
tegen zijn naaste.
12
H8267
Gij zult niet valselijk
H8034
bij Mijn Naam
H7650 H8735
zweren
H8034
; want gij zoudt den Naam
H430
uws Gods
H2490 H8765
ontheiligen
H3068
; Ik ben de HEERE.
13
H7453
Gij zult uw naaste
H6231 H8799
niet bedriegelijk verdrukken
H1497 H8799
, noch beroven
H7916
; des dagloners
H6468
arbeidsloon
H3885 H8799
zal bij u niet vernachten
H1242
tot aan den morgen.
14
H2795
Gij zult den dove
H7043 H8762
niet vloeken
H6440
, en voor het aangezicht
H5787
des blinden
H4383
geen aanstoot
H5414 H8799
zetten
H430
; maar gij zult voor uw God
H3372 H8804
vrezen
H3068
; Ik ben de HEERE!
15
H5766
Gij zult geen onrecht
H6213 H8799
doen
H4941
in het gericht
H6440
; gij zult het aangezicht
H1800
des geringen
H5375 H8799
niet aannemen
H6440
, noch het aangezicht
H1419
des groten
H1921 H8799
voortrekken
H6664
; in gerechtigheid
H5997
zult gij uw naaste
H8199 H8799
richten.
16
H3212 H8799
Gij zult niet wandelen
H7400
[als] een achterklapper
H5971
onder uw volken
H5975 H8799
; gij zult niet staan
H1818
tegen het bloed
H7453
van uw naaste
H3068
; Ik ben de HEERE!
17
H251
Gij zult uw broeder
H3824
in uw hart
H8130 H8799
niet haten
H5997
; gij zult uw naaste
H3198 H8687
naarstiglijk
H3198 H8686
berispen
H2399
, en zult de zonde
H5375 H8799
in hem niet verdragen.
18
H5358 H8799
Gij zult niet wreken
H5201 H8799
, noch [toorn] behouden
H1121
tegen de kinderen
H5971
uws volks
H7453
; maar gij zult uw naaste
H157 H8804
liefhebben
H3644
als uzelven
H3068
; Ik ben de HEERE!
19
H2708
Gij zult Mijn inzettingen
H8104 H8799
houden
H3610
; gij zult geen tweeerlei aard
H929
uwer beesten
H7250 H8686
laten samen te doen hebben
H7704
; uwen akker
H3610
zult gij niet met tweeerlei
H2232 H8799
[zaad] bezaaien
H899
, en een kleed
H8162
van tweeerlei stof
H3610
, dooreen vermengd
H5927 H8799
, zal aan u niet komen.
20
H376
En wanneer een man
H7902
, door bijligging
H2233
des zaads
H802
, bij een vrouw
H7901 H8799
zal gelegen hebben
H8198
, die een dienstmaagd
H376
is, bij den man
H2778 H8737
versmaad
H6299 H8715
, en geenszins
H6299 H8738
gelost is
H2668
, en haar geen vrijheid
H5414 H8738
is gegeven
H1244
; die zullen gegeseld worden
H4191 H8714
; zij zullen niet gedood worden
H2666 H8795
; want zij was niet vrij gemaakt.
21
H817
En hij zal zijn schuldoffer
H3068
den HEERE
H6607
aan de deur
H168
van de tent
H4150
der samenkomst
H935 H8689
brengen
H352
, een ram
H817
ten schuldoffer.
22
H3548
En de priester
H352
zal met den ram
H817
des schuldoffers
H2403
, voor hem over zijn zonde
H2398 H8804
, die hij gezondigd heeft
H6440
, voor het aangezicht
H3068
des HEEREN
H3722 H8765
verzoening doen
H5545 H8738
; en hem zal vergeving geschieden
H2403
van zijn zonde
H2398 H8804
, die hij gezondigd heeft.
23
H776
Als gij ook in dat land
H935 H8799
gekomen zult zijn
H6086
, en alle geboomte
H3978
ter spijze
H5193 H8804
geplant zult hebben
H6190
, zo zult gij de voorhuid
H6529
daarvan, deszelfs vrucht
H6188 H8804
, besnijden
H7969
; drie
H8141
jaren
H6189
zal het u onbesneden zijn
H398 H8735
, daarvan zal niet gegeten worden.
24
H7243
Maar in het vierde
H8141
jaar
H6529
zal al zijn vrucht
H6944
een heilig
H1974
ding zijn, ter lofzegging
H3068
voor den HEERE.
25
H2549
En in het vijfde
H8141
jaar
H6529
zult gij deszelfs vrucht
H398 H8799
eten
H8393
, om het inkomen
H3254 H8687
daarvan voor u te vermeerderen
H3068
; Ik ben de HEERE
H430
, uw God!
26
H1818
Gij zult niets met het bloed
H398 H8799
eten
H5172 H8762
. Gij zult op geen vogelgeschrei acht geven
H6049 H8779
, noch guichelarij plegen.
27
H6285
Gij zult de hoeken
H7218
uws hoofds
H5362 H8686
niet rond afscheren
H6285
; ook zult gij de hoeken
H2206
uws baards
H7843 H8686
niet verderven.
28
H5315
Gij zult om een dood lichaam
H8296
geen snijding
H1320
in uw vlees
H5414 H8799
maken
H3793
, noch schrift
H7085
van een ingedrukt teken
H5414 H8799
in u maken
H3068
; Ik ben de HEERE!
29
H1323
Gij zult uw dochter
H2490 H8762
niet ontheiligen
H2181 H8687
, haar ter hoererij houdende
H776
; opdat het land
H2181 H8799
niet hoerere
H776
, en het land
H2154
met schandelijke daden
H4390 H8804
vervuld worde.
30
H7676
Gij zult Mijn sabbatten
H8104 H8799
houden
H4720
, en Mijn heiligdom
H3372 H8799
zult gij vrezen
H3068
; Ik ben de HEERE!
31
H6437 H8799
Gij zult u niet keren
H178
tot de waarzeggers
H3049
, en tot de duivelskunstenaars
H1245 H8762
; zoekt
H2930 H8800
hen niet, u met hen verontreinigende
H3068
; Ik ben de HEERE
H430
, uw God!
32
H6440
Voor
H7872
het grauwe haar
H6965 H8799
zult gij opstaan
H6440
, en zult het aangezicht
H2205
des ouden
H1921 H8804
vereren
H3372 H8804
; en gij zult vrezen
H430
voor uw God
H3068
; Ik ben de HEERE!
33
H1616
En wanneer een vreemdeling
H776
bij u in uw land
H1481 H8799
als vreemdeling verkeren zal
H3238 H8686
, gij zult hem niet verdrukken.
34
H1616
De vreemdeling
H1481 H8802
, die als vreemdeling bij u verkeert
H249
, zal onder u zijn als een inboorling
H157 H8804
van ulieden; gij zult hem liefhebben
H1616
als uzelven; want gij zijt vreemdeling
H776 H4714
geweest in Egypteland
H3068
; Ik ben de HEERE
H430
, uw God!
35
H5766
Gij zult geen onrecht
H6213 H8799
doen
H4941
in het gericht
H4060
, met de el
H4948
, met het gewicht
H4884
, of met de maat.