Leviticus 17

DSV_Strongs(i)
  1 H1696 [H8762] Verder sprak H3068 de HEERE H4872 tot Mozes H559 [H8800] , zeggende:
  2 H1696 [H8761] Spreek H175 tot Aaron H1121 , en tot zijn zonen H1121 , en tot al de kinderen H3478 Israels H559 [H8804] , en zeg H1697 tot hen: Dit is het woord H3068 , hetwelk de HEERE H6680 [H8765] geboden heeft H559 [H8800] , zeggende:
  3 H376 Een H376 ieder H1004 van het huis H3478 Israels H7794 , die een os H3775 , of lam H5795 , of geit H4264 in het leger H7819 [H8799] slachten zal H7819 [H8799] , of die [ze] slachten zal H2351 buiten H4264 het leger;
  4 H6607 En dezelve aan de deur H168 van de tent H4150 der samenkomst H935 [H8689] niet brengen zal H7133 , om een offerande H3068 den HEERE H6440 voor H4908 den tabernakel H3068 des HEEREN H7126 [H8687] te offeren H1818 ; het bloed H376 zal dienzelven man H2803 [H8735] toegerekend worden H1818 , hij heeft bloed H8210 [H8804] vergoten H376 ; daarom zal dezelve man H7130 uit het midden H5971 zijns volks H3772 [H8738] uitgeroeid worden;
  5 H1121 Opdat, wanneer de kinderen H3478 Israels H2077 hun slachtofferen H935 [H8686] brengen H6440 , welke zij op H7704 het veld H2076 [H8802] slachten H3068 , dat zij die den HEERE H935 [H8689] toebrengen H6607 , aan de deur H168 van de tent H4150 der samenkomst H3548 tot den priester H8002 H2077 , en dezelve tot dankofferen H3068 den HEERE H2076 [H8804] slachten.
  6 H3548 En de priester H1818 zal het bloed H4196 op het altaar H3068 des HEEREN H6607 , aan de deur H168 van de tent H4150 der samenkomst H2236 [H8804] , sprengen H2459 ; en hij zal het vet H6999 [H8689] aansteken H5207 , tot een liefelijken H7381 reuk H3068 den HEERE.
  7 H2077 En zij zullen ook niet meer hun slachtofferen H8163 den duivelen H310 H2181 [H8802] , welke zij nahoereren H2076 [H8799] , offeren H5769 ; dat zal hun een eeuwige H2708 inzetting H1755 zijn voor hun geslachten.
  8 H559 [H8799] Zeg H376 dan tot hen: Een ieder H1004 van het huis H3478 Israels H1616 , en van de vreemdelingen H8432 , die in het midden H1481 [H8799] van hen als vreemdelingen verkeren H5930 , die een brandoffer H2077 of slachtoffer H5927 [H8686] zal offeren,
  9 H6607 En dat tot de deur H168 van de tent H4150 der samenkomst H935 [H8686] niet zal brengen H3068 , om hetzelve den HEERE H6213 [H8800] te bereiden H376 ; diezelve man H5971 zal uit zijn volken H3772 [H8738] uitgeroeid worden.
  10 H376 En een ieder H1004 uit het huis H3478 Israels H1616 , en uit de vreemdelingen H8432 , die in het midden H1481 [H8802] van hen als vreemdelingen verkeren H1818 , die enig bloed H398 [H8799] zal gegeten hebben H5315 , tegen diens ziel H1818 , die dat bloed H398 [H8802] zal gegeten hebben H6440 , zal Ik Mijn aangezicht H5414 [H8804] zetten H7130 , en zal die uit het midden H5971 haars volks H3772 [H8689] uitroeien.
  11 H5315 Want de ziel H1320 van het vlees H1818 is in het bloed H4196 ; daarom heb Ik het u op het altaar H5414 [H8804] gegeven H5315 , om over uw zielen H3722 [H8763] verzoening te doen H1818 ; want het is het bloed H5315 , dat voor de ziel H3722 [H8762] verzoening zal doen.
  12 H1121 Daarom heb Ik tot de kinderen H3478 Israels H559 [H8804] gezegd H5315 : Geen ziel H1818 van u zal bloed H398 [H8799] eten H1616 ; noch de vreemdeling H1481 H0 , die als vreemdeling H8432 in het midden H1481 [H8802] van u verkeert H1818 , zal bloed H398 [H8799] eten.
  13 H376 Een ieder H1121 ook van de kinderen H3478 Israels H1616 en van de vreemdelingen H1481 H0 , die als vreemdelingen H8432 in het midden H1481 [H8802] van hen verkeren H2416 , die enig wild gedierte H5775 , of gevogelte H398 [H8735] , dat gegeten wordt H6718 , in de jacht H6679 [H8799] gevangen zal hebben H1818 ; die zal deszelfs bloed H8210 [H8804] vergieten H6083 , en zal dat met stof H3680 [H8765] bedekken.
  14 H5315 Want het is de ziel H1320 van alle vlees H1818 ; zijn bloed H5315 is voor zijn ziel H1121 ; daarom heb Ik tot de kinderen H3478 Israels H559 [H8799] gezegd H1320 : Gij zult geens vleses H1818 bloed H398 [H8799] eten H5315 ; want de ziel H1320 van alle vlees H1818 , dat is zijn bloed H398 [H8802] ; zo wie dat eet H3772 [H8735] , zal uitgeroeid worden.
  15 H5315 En alle ziel H249 onder de inboorlingen H1616 of onder de vreemdelingen H5038 , die een dood aas H2966 of het verscheurde H398 [H8799] zal gegeten hebben H899 , die zal zijn klederen H3526 [H8765] wassen H4325 , en zich met water H7364 [H8804] baden H2930 [H8804] , en onrein zijn H6153 tot aan den avond H2891 [H8804] ; daarna zal hij rein zijn.
  16 H3526 [H8762] Maar indien hij [die] niet wast H1320 , en zijn vlees H7364 [H8799] niet baadt H5771 , zo zal hij zijn ongerechtigheid H5375 [H8804] dragen.