Judges 5

DSV_Strongs(i)
  1 H7891 H8799 Voorts zong H1683 Debora H1301 , en Barak H1121 , de zoon H42 van Abinoam H1931 , ten zelven H3117 dage H559 H8800 , zeggende:
  2 H1288 H8761 Looft H3068 den HEERE H6544 H8800 , van het wreken H6546 der wraken H3478 in Israel H5971 , van dat het volk H5068 H8692 zich gewillig heeft aangeboden.
  3 H8085 H8798 Hoort H4428 , gij koningen H238 H8685 , neemt ter oren H7336 H8802 , gij vorsten H595 ! Ik H3068 , den HEERE H595 zal ik H7891 H8799 zingen H3068 , ik zal den HEERE H430 , den God H3478 Israels H2167 H8762 , psalmzingen.
  4 H3068 HEERE H3318 H8800 ! toen Gij voorttoogt H4480 van H8165 Seir H6805 H8800 , toen Gij daarheen traadt H4480 van H7704 het veld H123 van Edom H7493 H8804 , beefde H776 de aarde H1571 , ook H5197 H8804 droop H8064 de hemel H1571 , ook H5197 H8804 dropen H5645 de wolken H4325 van water.
  5 H2022 De bergen H5140 H8804 vervloten H4480 van H6440 het aangezicht H3068 des HEEREN H2088 ; zelfs H5514 Sinai H4480 van H6440 het aangezicht H3068 des HEEREN H430 , des Gods H3478 van Israel.
  6 H3117 In de dagen H8044 van Samgar H1121 , den zoon H6067 van Anath H3117 , in de dagen H3278 van Jael H2308 H0 , hielden H734 de wegen H2308 H8804 op H5410 , en die op paden H1980 H8802 wandelden H3212 H8799 , gingen H6128 kromme wegen.
  7 H6520 De dorpen H2308 H8804 hielden op H3478 in Israel H2308 H8804 , zij hielden op H5704 ; totdat H1683 ik, Debora H6965 H8804 , opstond H6965 H8804 , dat ik opstond H517 , een moeder H3478 in Israel.
  8 H977 H8799 Verkoos hij H2319 nieuwe H430 goden H227 , dan H3901 was er krijg H8179 in de poorten H518 ; werd er ook H4043 een schild H7200 H8735 gezien H7420 , of een spies H705 , onder veertig H505 duizend H3478 in Israel?
  9 H3820 Mijn hart H2710 H8802 is tot wetgevers H3478 van Israel H5068 H8693 , die zich gewillig aangeboden hebben H5971 onder het volk H1288 H8761 ; looft H3068 den HEERE!
  10 H6715 Gij, die op witte H860 ezelinnen H7392 H8802 rijdt H5921 , gij, die aan H4055 het gerichte H3427 H8802 zit H5921 , en gij, die over H1870 weg H1980 H8802 wandelt H7878 H8798 , spreekt er van!
  11 H4480 Van H6963 het gedruis H2686 H8764 der schutters H996 , tussen H4857 de plaatsen, waar men water H8567 H8762 schept, spreekt H8033 aldaar H6666 te zamen van de gerechtigheid H3068 des HEEREN H6666 , van de gerechtigheden H6520 , [bewezen] aan zijn dorpen H3478 in Israel H227 ; toen H3381 H0 ging H3068 des HEEREN H5971 volk H3381 H8804 af H8179 tot de poorten.
  12 H5782 H8798 Waak op H5782 H8798 , waak op H1683 , Debora H5782 H8798 , waak op H5782 H8798 , waak op H1696 H8761 , spreek H7892 een lied H6965 H8798 ! maak u op H1301 , Barak H7617 H0 ! en leid H7628 uw gevangenen H7617 H8798 gevangen H1121 , gij zoon H42 van Abinoam.
  13 H227 Toen H8300 deed Hij de overgeblevenen H7287 H8762 heersen H117 over de heerlijken H5971 [onder] het volk H3068 ; de HEERE H7287 H8762 doet mij heersen H1368 over de geweldigen.
  14 H4480 Uit H669 Efraim H8328 was hun wortel H6002 tegen Amalek H310 . Achter H1144 u was Benjamin H5971 onder uw volken H4480 . Uit H4353 Machir H2710 H8781 zijn de wetgevers H3381 H8804 afgetogen H4480 , en uit H2074 Zebulon H4900 H8802 , trekkende H7626 door den staf H5608 H8802 des schrijvers.
  15 H8269 Ook waren de vorsten H3485 in Issaschar H5973 met H1683 Debora H3485 ; en [gelijk] Issaschar H3651 , alzo H1301 was Barak H7272 ; op zijn voeten H7971 H8795 werd hij gezonden H6010 in het dal H7205 . In Rubens H6390 gedeelten H2711 waren de inbeeldingen H3820 des harten H1419 groot.
  16 H4100 Waarom H3427 H8804 bleeft gij zitten H996 tussen H4942 de stallingen H8085 H8800 , om te horen H8292 het geblaat H5739 der kudden H6390 ? De gedeelten H7205 van Ruben H1419 hadden grote H2714 onderzoekingen H3820 des harten.
  17 H1568 Gilead H7931 H8804 bleef H5676 aan gene zijde H3383 van de Jordaan H1835 ; en Dan H4100 , waarom H1481 H8799 onthield hij zich H591 in schepen H836 ! Aser H3427 H8804 zat H3220 H2348 aan de zeehaven H7931 H8799 , en bleef H5921 in H4664 zijn gescheurde plaatsen.
  18 H2074 Zebulon H5971 , het is een volk H5315 , [dat] zijn ziel H2778 H8765 versmaad heeft H4191 H8800 ter dood H5321 , insgelijks Nafthali H5921 , op H4791 de hoogten H7704 des velds.
  19 H4428 De koningen H935 H8804 kwamen H3898 H8738 , zij streden H227 ; toen H3898 H8738 streden H4428 de koningen H3667 van Kanaan H8590 , te Thaanach H5921 aan H4325 de wateren H4023 van Megiddo H3947 H8804 ; zij brachten H3808 geen H1215 gewin H3701 des zilvers daarvan.
  20 H4480 Van H8064 den hemel H3898 H8738 streden zij H3556 , de sterren H4480 uit H4546 haar loopplaatsen H3898 H8738 streden H5973 tegen H5516 Sisera.
  21 H5158 De beek H7028 Kison H1640 H8804 wentelde hen weg H5158 , de beek H6917 Kedumin H5158 , de beek H7028 Kison H1869 H8799 ; vertreed H5315 , o mijn ziel H5797 ! de sterken.
  22 H227 Toen H6119 H5483 werden de paardenhoeven H1986 H8804 verpletterd H4480 , van H1726 het rennen H1726 , het rennen H47 zijner machtigen.
  23 H779 H8798 Vloekt H4789 Meroz H559 H8804 , zegt H4397 de Engel H3068 des HEEREN H779 H8798 , vloekt H3427 H8802 haar inwoners H779 H8800 geduriglijk H3588 ; omdat H3808 zij niet H935 H8804 gekomen zijn H5833 tot de hulp H3068 des HEEREN H5833 , tot de hulp H3068 des HEEREN H1368 , met de helden.
  24 H1288 H8792 Gezegend H4480 zij boven H802 de vrouwen H3278 Jael H802 , de huisvrouw H2268 van Heber H7017 , den Keniet H1288 H8792 ; gezegend H4480 zij ze boven H802 de vrouwen H168 in de tent!
  25 H4325 Water H7592 H8804 eiste hij H2461 , melk H5414 H8804 gaf zij H117 H5602 ; in een herenschaal H7126 H8689 bracht zij H2529 boter.
  26 H3027 Haar hand H7971 H8799 sloeg zij H3489 aan den nagel H3225 , en haar rechterhand H1989 aan den hamer H6001 der arbeidslieden H1986 H8804 ; en zij klopte H5516 Sisera H4277 H0 ; zij streek H7218 zijn hoofd H4277 H8804 af H7541 , als zij zijn slaap H4272 H8804 had doorgenageld H2498 H8804 en doorgedrongen.
  27 H996 Tussen H7272 haar voeten H3766 H8804 kromde hij zich H5307 H8804 , viel henen H7901 H8804 , lag daar neder H996 ; tussen H7272 haar voeten H3766 H8804 kromde hij zich H5307 H8804 ; hij viel H834 ; alwaar H3766 H8804 hij zich kromde H8033 , daar H5307 H8804 lag hij H7703 H8803 geheel geschonden!
  28 H517 De moeder H5516 van Sisera H8259 H8738 keek uit H1157 door H2474 het venster H2980 H8762 , en schreeuwde H1157 door H822 de tralien H4069 : Waarom H954 H8765 vertoeft H7393 zijn wagen H935 H8800 te komen H4069 ! Waarom H309 H0 blijven H6471 de gangen H4818 zijner wagenen H309 H8765 achter?
  29 H2450 De wijsten H8282 harer staatsvrouwen H6030 H8799 antwoordden H637 ; ook H7725 H8686 beantwoordde H1931 zij H561 haar redenen aan zichzelve:
  30 H7998 Zouden zij dan den buit H3808 niet H4672 H8799 vinden H2505 H8762 [en] delen H7356 ? een liefje H7361 , [of] twee liefjes H7218 , voor iegelijken H1397 man H5516 ? Voor Sisera H7998 een buit H6648 van verscheidene verven H7998 , een buit H6648 van verscheidene verven H7553 , gestikt H6648 ; van verscheiden verf H7553 aan beide zijden gestikt H6677 H7998 , voor de buithalzen?
  31 H3651 Alzo H6 H8799 moeten omkomen H3605 al H341 H8802 Uw vijanden H3068 , o HEERE H157 H8802 ! die Hem daarentegen liefhebben H8121 , [moeten] [zijn], als wanneer de zon H3318 H8800 opgaat H1369 in haar kracht H776 . En het land H8252 H8799 was stil H705 , veertig H8141 jaren.