DSV_Strongs(i)
1
H7891 H8799
Voorts zong
H1683
Debora
H1301
, en Barak
H1121
, de zoon
H42
van Abinoam
H1931
, ten zelven
H3117
dage
H559 H8800
, zeggende:
2
H1288 H8761
Looft
H3068
den HEERE
H6544 H8800
, van het wreken
H6546
der wraken
H3478
in Israel
H5971
, van dat het volk
H5068 H8692
zich gewillig heeft aangeboden.
3
H8085 H8798
Hoort
H4428
, gij koningen
H238 H8685
, neemt ter oren
H7336 H8802
, gij vorsten
H595
! Ik
H3068
, den HEERE
H595
zal ik
H7891 H8799
zingen
H3068
, ik zal den HEERE
H430
, den God
H3478
Israels
H2167 H8762
, psalmzingen.
4
H3068
HEERE
H3318 H8800
! toen Gij voorttoogt
H4480
van
H8165
Seir
H6805 H8800
, toen Gij daarheen traadt
H4480
van
H7704
het veld
H123
van Edom
H7493 H8804
, beefde
H776
de aarde
H1571
, ook
H5197 H8804
droop
H8064
de hemel
H1571
, ook
H5197 H8804
dropen
H5645
de wolken
H4325
van water.
5
H2022
De bergen
H5140 H8804
vervloten
H4480
van
H6440
het aangezicht
H3068
des HEEREN
H2088
; zelfs
H5514
Sinai
H4480
van
H6440
het aangezicht
H3068
des HEEREN
H430
, des Gods
H3478
van Israel.
6
H3117
In de dagen
H8044
van Samgar
H1121
, den zoon
H6067
van Anath
H3117
, in de dagen
H3278
van Jael
H2308 H0
, hielden
H734
de wegen
H2308 H8804
op
H5410
, en die op paden
H1980 H8802
wandelden
H3212 H8799
, gingen
H6128
kromme wegen.
7
H6520
De dorpen
H2308 H8804
hielden op
H3478
in Israel
H2308 H8804
, zij hielden op
H5704
; totdat
H1683
ik, Debora
H6965 H8804
, opstond
H6965 H8804
, dat ik opstond
H517
, een moeder
H3478
in Israel.
8
H977 H8799
Verkoos hij
H2319
nieuwe
H430
goden
H227
, dan
H3901
was er krijg
H8179
in de poorten
H518
; werd er ook
H4043
een schild
H7200 H8735
gezien
H7420
, of een spies
H705
, onder veertig
H505
duizend
H3478
in Israel?
9
H3820
Mijn hart
H2710 H8802
is tot wetgevers
H3478
van Israel
H5068 H8693
, die zich gewillig aangeboden hebben
H5971
onder het volk
H1288 H8761
; looft
H3068
den HEERE!
10
H6715
Gij, die op witte
H860
ezelinnen
H7392 H8802
rijdt
H5921
, gij, die aan
H4055
het gerichte
H3427 H8802
zit
H5921
, en gij, die over
H1870
weg
H1980 H8802
wandelt
H7878 H8798
, spreekt er van!
11
H4480
Van
H6963
het gedruis
H2686 H8764
der schutters
H996
, tussen
H4857
de plaatsen, waar men water
H8567 H8762
schept, spreekt
H8033
aldaar
H6666
te zamen van de gerechtigheid
H3068
des HEEREN
H6666
, van de gerechtigheden
H6520
, [bewezen] aan zijn dorpen
H3478
in Israel
H227
; toen
H3381 H0
ging
H3068
des HEEREN
H5971
volk
H3381 H8804
af
H8179
tot de poorten.
12
H5782 H8798
Waak op
H5782 H8798
, waak op
H1683
, Debora
H5782 H8798
, waak op
H5782 H8798
, waak op
H1696 H8761
, spreek
H7892
een lied
H6965 H8798
! maak u op
H1301
, Barak
H7617 H0
! en leid
H7628
uw gevangenen
H7617 H8798
gevangen
H1121
, gij zoon
H42
van Abinoam.
13
H227
Toen
H8300
deed Hij de overgeblevenen
H7287 H8762
heersen
H117
over de heerlijken
H5971
[onder] het volk
H3068
; de HEERE
H7287 H8762
doet mij heersen
H1368
over de geweldigen.
14
H4480
Uit
H669
Efraim
H8328
was hun wortel
H6002
tegen Amalek
H310
. Achter
H1144
u was Benjamin
H5971
onder uw volken
H4480
. Uit
H4353
Machir
H2710 H8781
zijn de wetgevers
H3381 H8804
afgetogen
H4480
, en uit
H2074
Zebulon
H4900 H8802
, trekkende
H7626
door den staf
H5608 H8802
des schrijvers.
15
H8269
Ook waren de vorsten
H3485
in Issaschar
H5973
met
H1683
Debora
H3485
; en [gelijk] Issaschar
H3651
, alzo
H1301
was Barak
H7272
; op zijn voeten
H7971 H8795
werd hij gezonden
H6010
in het dal
H7205
. In Rubens
H6390
gedeelten
H2711
waren de inbeeldingen
H3820
des harten
H1419
groot.
16
H4100
Waarom
H3427 H8804
bleeft gij zitten
H996
tussen
H4942
de stallingen
H8085 H8800
, om te horen
H8292
het geblaat
H5739
der kudden
H6390
? De gedeelten
H7205
van Ruben
H1419
hadden grote
H2714
onderzoekingen
H3820
des harten.
17
H1568
Gilead
H7931 H8804
bleef
H5676
aan gene zijde
H3383
van de Jordaan
H1835
; en Dan
H4100
, waarom
H1481 H8799
onthield hij zich
H591
in schepen
H836
! Aser
H3427 H8804
zat
H3220 H2348
aan de zeehaven
H7931 H8799
, en bleef
H5921
in
H4664
zijn gescheurde plaatsen.
18
H2074
Zebulon
H5971
, het is een volk
H5315
, [dat] zijn ziel
H2778 H8765
versmaad heeft
H4191 H8800
ter dood
H5321
, insgelijks Nafthali
H5921
, op
H4791
de hoogten
H7704
des velds.
19
H4428
De koningen
H935 H8804
kwamen
H3898 H8738
, zij streden
H227
; toen
H3898 H8738
streden
H4428
de koningen
H3667
van Kanaan
H8590
, te Thaanach
H5921
aan
H4325
de wateren
H4023
van Megiddo
H3947 H8804
; zij brachten
H3808
geen
H1215
gewin
H3701
des zilvers daarvan.
20
H4480
Van
H8064
den hemel
H3898 H8738
streden zij
H3556
, de sterren
H4480
uit
H4546
haar loopplaatsen
H3898 H8738
streden
H5973
tegen
H5516
Sisera.
21
H5158
De beek
H7028
Kison
H1640 H8804
wentelde hen weg
H5158
, de beek
H6917
Kedumin
H5158
, de beek
H7028
Kison
H1869 H8799
; vertreed
H5315
, o mijn ziel
H5797
! de sterken.
22
H227
Toen
H6119 H5483
werden de paardenhoeven
H1986 H8804
verpletterd
H4480
, van
H1726
het rennen
H1726
, het rennen
H47
zijner machtigen.
23
H779 H8798
Vloekt
H4789
Meroz
H559 H8804
, zegt
H4397
de Engel
H3068
des HEEREN
H779 H8798
, vloekt
H3427 H8802
haar inwoners
H779 H8800
geduriglijk
H3588
; omdat
H3808
zij niet
H935 H8804
gekomen zijn
H5833
tot de hulp
H3068
des HEEREN
H5833
, tot de hulp
H3068
des HEEREN
H1368
, met de helden.
24
H1288 H8792
Gezegend
H4480
zij boven
H802
de vrouwen
H3278
Jael
H802
, de huisvrouw
H2268
van Heber
H7017
, den Keniet
H1288 H8792
; gezegend
H4480
zij ze boven
H802
de vrouwen
H168
in de tent!
25
H4325
Water
H7592 H8804
eiste hij
H2461
, melk
H5414 H8804
gaf zij
H117 H5602
; in een herenschaal
H7126 H8689
bracht zij
H2529
boter.
26
H3027
Haar hand
H7971 H8799
sloeg zij
H3489
aan den nagel
H3225
, en haar rechterhand
H1989
aan den hamer
H6001
der arbeidslieden
H1986 H8804
; en zij klopte
H5516
Sisera
H4277 H0
; zij streek
H7218
zijn hoofd
H4277 H8804
af
H7541
, als zij zijn slaap
H4272 H8804
had doorgenageld
H2498 H8804
en doorgedrongen.
27
H996
Tussen
H7272
haar voeten
H3766 H8804
kromde hij zich
H5307 H8804
, viel henen
H7901 H8804
, lag daar neder
H996
; tussen
H7272
haar voeten
H3766 H8804
kromde hij zich
H5307 H8804
; hij viel
H834
; alwaar
H3766 H8804
hij zich kromde
H8033
, daar
H5307 H8804
lag hij
H7703 H8803
geheel geschonden!
28
H517
De moeder
H5516
van Sisera
H8259 H8738
keek uit
H1157
door
H2474
het venster
H2980 H8762
, en schreeuwde
H1157
door
H822
de tralien
H4069
: Waarom
H954 H8765
vertoeft
H7393
zijn wagen
H935 H8800
te komen
H4069
! Waarom
H309 H0
blijven
H6471
de gangen
H4818
zijner wagenen
H309 H8765
achter?
29
H2450
De wijsten
H8282
harer staatsvrouwen
H6030 H8799
antwoordden
H637
; ook
H7725 H8686
beantwoordde
H1931
zij
H561
haar redenen aan zichzelve:
30
H7998
Zouden zij dan den buit
H3808
niet
H4672 H8799
vinden
H2505 H8762
[en] delen
H7356
? een liefje
H7361
, [of] twee liefjes
H7218
, voor iegelijken
H1397
man
H5516
? Voor Sisera
H7998
een buit
H6648
van verscheidene verven
H7998
, een buit
H6648
van verscheidene verven
H7553
, gestikt
H6648
; van verscheiden verf
H7553
aan beide zijden gestikt
H6677 H7998
, voor de buithalzen?