Jeremiah 5

DSV_Strongs(i)
  1 H7751 [H8786] Gaat om H2351 door de wijken H3389 van Jeruzalem H7200 [H8798] , en ziet H3045 [H8798] nu toe, en verneemt H1245 [H8761] , en zoekt H7339 op haar straten H376 , of gij iemand H4672 [H8799] vindt H3426 , of er een is H4941 , die recht H6213 [H8802] doet H530 , die waarheid H1245 [H8764] zoekt H5545 [H8799] , zo zal Ik haar genadig zijn.
  2 H559 [H8799] En of zij al zeggen H3068 : [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE H2416 leeft H7650 [H8735] ! zo zweren zij H8267 toch valselijk.
  3 H3068 O HEERE H5869 ! [zien] Uw ogen H530 niet naar waarheid H5221 [H8689] ? Gij hebt hen geslagen H2342 [H8804] , maar zij hebben geen pijn gevoeld H3615 [H8765] ; Gij hebt hen verteerd H3985 [H8765] , [maar] zij hebben geweigerd H4148 de tucht H3947 [H8800] aan te nemen H6440 ; zij hebben hun aangezichten H2388 [H8765] harder gemaakt H5553 dan een steenrots H3985 [H8765] , zij hebben geweigerd H7725 [H8800] zich te bekeren.
  4 H559 [H8804] Doch ik zeide H1800 : Zekerlijk, deze zijn arm H2973 [H8738] ; zij handelen zottelijk H1870 , omdat zij den weg H3068 des HEEREN H4941 , het recht H430 hun Gods H3045 [H8804] niet weten.
  5 H3212 [H8799] Ik zal gaan H1419 tot de groten H1696 [H8762] , en met hen spreken H3045 [H8804] , want die weten H1870 den weg H3068 des HEEREN H4941 , het recht H430 huns Gods H3162 ; maar zij hadden te zamen H5923 het juk H7665 [H8804] verbroken H4147 , [en] de banden H5423 [H8765] verscheurd.
  6 H738 Daarom heeft hen een leeuw H3293 uit het woud H5221 [H8689] verslagen H2061 , een wolf H6160 der wildernissen H7703 [H8799] zal hen verwoesten H5246 ; een luipaard H8245 [H8802] waakt H5892 tegen hun steden H2007 ; al wie uit dezelve H3318 [H8802] uitgaat H2963 [H8735] , zal verscheurd worden H6588 ; want hun overtredingen H7231 [H8804] zijn vermenigvuldigd H4878 , hun afkeringen H6105 [H8804] zijn machtig veel geworden.
  7 H335 Hoe H2063 zou Ik over zulks H5545 [H8799] u vergeven H1121 ? Uw kinderen H5800 [H8804] verlaten H7650 [H8735] Mij, en zweren H3808 bij hen, die geen H430 God H7650 [H8686] zijn; als Ik hen verzadigd heb H5003 [H8799] , zo bedrijven zij overspel H1413 [H8704] , en verzamelen bij hopen H2181 H1004 [H8802] in het hoerenhuis.
  8 H2109 [H8716] [Als] welgevoederde H5483 hengsten H7904 [H8688] zijn zij vroeg op H6670 [H8799] ; zij hunkeren H376 een iegelijk H7453 naar zijns naasten H802 huisvrouw.
  9 H6485 [H8799] Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen H5002 [H8803] ? spreekt H3068 de HEERE H5315 . Of zou Mijn ziel H5358 [H8691] zich niet wreken H1471 aan zulk een volk, als dit is?
  10 H5927 [H8798] Beklimt H8284 haar muren H7843 [H8761] , en verderft H6213 [H8799] ze [doch maakt H3617 geen voleinding H5493 H0 ]; doet H5189 haar spitsen H5493 [H8685] weg H3068 , want zij zijn des HEEREN niet.
  11 H1004 Want het huis H3478 van Israel H1004 en het huis H3063 van Juda H898 [H8800] hebben gans H898 [H8804] trouwelooslijk tegen Mij gehandeld H5002 [H8803] , spreekt H3068 de HEERE.
  12 H3584 [H8765] Zij verloochenen H3068 den HEERE H559 [H8799] , en zeggen H7451 : Hij is het niet, en ons zal geen kwaad H935 [H8799] overkomen H2719 , wij zullen noch zwaard H7458 noch honger H7200 [H8799] zien.
  13 H5030 Ja, die profeten H7307 zullen tot wind worden H1696 [H8763] , want het woord H6213 [H8735] is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.
  14 H559 [H8804] Daarom zegt H3068 de HEERE H430 , de God H6635 der heirscharen H1697 , alzo, omdat gijlieden dit woord H1696 [H8763] spreekt H1697 : Ziet, Ik zal Mijn woorden H6310 in uw mond H784 tot vuur H5414 [H8802] maken H5971 , en dit volk H6086 [tot] hout H398 [H8804] , en het zal hen verteren.
  15 H1471 Ziet, Ik zal over ulieden een volk H4801 van verre H935 [H8688] brengen H1004 , o huis H3478 Israels H5002 [H8803] ! spreekt H3068 de HEERE H386 ; het is een sterk H1471 volk H5769 , het is een zeer oud H1471 volk H1471 , een volk H3956 , welks spraak H3045 [H8799] gij niet zult kennen H8085 [H8799] , en niet horen H1696 [H8762] , wat het spreken zal.
  16 H827 Zijn pijlkoker H6605 [H8803] is als een open H6913 graf H1368 ; zij zijn altemaal helden.
  17 H7105 En het zal uw oogst H3899 en uw brood H398 [H8804] opeten H1121 , [dat] uw zonen H1323 en uw dochteren H398 [H8799] zouden eten H6629 ; het zal uw schapen H1241 en uw runderen H398 [H8799] opeten H1612 ; het zal uw wijnstok H8384 en uw vijgeboom H398 [H8799] opeten H4013 ; uw vaste H5892 steden H2007 , op dewelke H982 [H8802] gij vertrouwt H7567 [H8779] , zal het arm maken H2719 , door het zwaard.
  18 H3117 Nochtans zal Ik ook in die dagen H5002 [H8803] , spreekt H3068 de HEERE H3617 , geen voleinding H6213 [H8799] met ulieden maken.
  19 H559 [H8799] En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen H8478 H4100 : Waarom H3068 heeft ons de HEERE H430 , onze God H6213 [H8804] , al deze dingen gedaan H559 [H8804] ? dat gij tot hen zeggen zult H5800 [H8804] : Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten H5236 , en vreemde H430 goden H776 in uw land H5647 [H8799] gediend H2114 [H8801] , alzo zult gij de uitlandse H5647 [H8799] dienen H776 , in een land, dat het uwe niet is.
  20 H5046 [H8685] Verkondigt H1004 dit in het huis H3290 van Jakob H8085 [H8685] , en laat het horen H3063 in Juda H559 [H8800] , zeggende:
  21 H8085 [H8798] Hoort H5530 nu dit, gij dwaas H3820 en harteloos H5971 volk H5869 ! die ogen H7200 [H8799] hebben, maar zien H241 niet, die oren H8085 [H8799] hebben, maar horen niet.
  22 H3372 [H8799] Zult gijlieden Mij niet vrezen H5002 [H8803] ? spreekt H3068 de HEERE H6440 ; zult gij voor Mijn aangezicht H2342 [H8799] niet beven H3220 ? Die der zee H2344 het zand H1366 tot een paal H7760 [H8804] gesteld heb H5769 , met een eeuwige H2706 inzetting H5674 [H8799] , dat zij daarover niet zal gaan H1530 ; ofschoon haar golven H1607 [H8691] zich bewegen H3201 [H8799] , zo zullen zij toch niet vermogen H1993 [H8804] , ofschoon zij bruisen H5674 [H8799] , zo zullen zij toch daarover niet gaan.
  23 H5971 Maar dit volk H5637 [H8802] heeft een afvallig H4784 [H8802] en wederspannig H3820 hart H5493 [H8804] ; zij zijn afgevallen H3212 [H8799] en heengegaan;
  24 H559 [H8804] En zij zeggen H3824 niet in hun hart H3068 : Laat ons nu den HEERE H430 , onzen God H3372 [H8799] , vrezen H1653 , Die den regen H5414 [H8802] geeft H3138 , zo vroegen regen H4456 als spaden regen H6256 , op Zijn tijd H2708 ; [Die] ons de weken, de gezette H7620 tijden H7105 van den oogst H8104 [H8799] , bewaart.
  25 H5771 Uw ongerechtigheden H5186 [H8689] wenden die dingen af H2403 , en uw zonden H4513 [H8804] weren H2896 dat goede van ulieden.
  26 H5971 Want onder Mijn volk H7563 worden goddelozen H4672 [H8738] gevonden H7789 [H8799] ; een ieder van hen loert H3353 , gelijk zich de vogelvangers H7918 [H8800] schikken H5324 [H8689] ; zij zetten H4889 een verderfelijken strik H3920 [H8799] , zij vangen H582 de mensen.
  27 H3619 Gelijk een kouw H4392 vol H5775 is van gevogelte H1004 , alzo zijn hun huizen H4392 vol H4820 van bedrog H1431 [H8804] ; daarom zijn zij groot H6238 [H8686] en rijk geworden.
  28 H8080 [H8804] Zij zijn vet H6245 [H8804] , zij zijn glad H1697 , zelfs de daden H7451 der bozen H5674 [H8804] gaan zij te boven H1779 ; de rechtzaak H1777 [H8804] richten zij H3490 niet, [zelfs] de rechtzaak des wezen H6743 [H8686] , nochtans zijn zij voorspoedig H8199 [H8804] ; ook oordelen zij H4941 het recht H34 der nooddruftigen niet.
  29 H6485 [H8799] Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen H5002 [H8803] ? spreekt H3068 de HEERE H5315 ; zou Mijn ziel H5358 [H8691] zich niet wreken H1471 aan zulk een volk als dit is?
  30 H8047 Een schrikkelijke H8186 en afschuwelijke H1961 [H8738] zaak geschiedt er H776 in het land.
  31 H5030 De profeten H5012 [H8738] profeteren H8267 valselijk H3548 , en de priesters H7287 [H8799] heersen H3027 door hun handen H5971 ; en Mijn volk H157 [H8804] heeft het gaarne H319 alzo; maar wat zult gij ten einde H6213 [H8799] van dien maken?