Jeremiah 36

DSV_Strongs(i)
  1 H7243 Het gebeurde ook in het vierde H8141 jaar H3079 van Jojakim H1121 , den zoon H2977 van Josia H4428 , den koning H3063 van Juda H1697 , [dat] dit woord H3414 tot Jeremia H3068 geschiedde van den HEERE H559 [H8800] , zeggende:
  2 H3947 [H8798] Neem H4039 u een rol H5612 des boeks H3789 [H8804] , en schrijf H1697 daarop al de woorden H1696 [H8765] , die Ik tot u gesproken heb H3478 , over Israel H3063 , en over Juda H1471 , en over al de volken H3117 , van den dag H1696 [H8765] aan, [dat] Ik tot u gesproken heb H3117 , van de dagen H2977 van Josia H3117 aan, tot op dezen dag.
  3 H1004 Misschien zullen die van het huis H3063 van Juda H8085 [H8799] horen H7451 al het kwaad H2803 [H8802] , dat Ik hun gedenk H6213 [H8800] te doen H7725 [H8799] ; opdat zij zich bekeren H376 , een iegelijk H7451 van zijn bozen H1870 weg H5771 , en Ik hun ongerechtigheid H2403 en hun zonde H5545 [H8804] vergeve.
  4 H7121 [H8799] Toen riep H3414 Jeremia H1263 Baruch H1121 , den zoon H5374 van Nerija H1263 ; en Baruch H3789 [H8799] schreef H6310 uit den mond H3414 van Jeremia H1697 alle woorden H3068 des HEEREN H1696 [H8765] , die Hij tot hem gesproken had H4039 , op een rol H5612 des boeks.
  5 H3414 En Jeremia H6680 [H8762] gebood H1263 Baruch H559 [H8800] , zeggende H6113 [H8803] : Ik ben opgehouden H3068 , ik zal in des HEEREN H1004 huis H3201 [H8799] niet kunnen H935 [H8800] gaan.
  6 H935 [H8804] Zo ga gij henen H7121 [H8804] , en lees H4039 in de rol H6310 , [in] dewelke gij uit mijn mond H3789 [H8804] geschreven hebt H1697 , de woorden H3068 des HEEREN H241 , voor de oren H5971 des volks H3068 , in des HEEREN H1004 huis H6685 H3117 , op den vastendag H7121 [H8799] ; en gij zult ze ook lezen H241 voor de oren H3063 van gans Juda H5892 , die uit hun steden H935 [H8802] komen.
  7 H8467 Misschien zal hunlieder smeking H3068 voor des HEEREN H6440 aangezicht H5307 [H8799] nedervallen H7725 [H8799] , en zij zullen zich bekeren H376 , een iegelijk H7451 van zijn bozen H1870 weg H1419 ; want groot H639 is de toorn H2534 en de grimmigheid H3068 , die de HEERE H5971 tegen dit volk H1696 [H8765] heeft uitgesproken.
  8 H1263 En Baruch H1121 , de zoon H5374 van Nerija H6213 [H8799] , deed H5030 naar alles, wat hem de profeet H3414 Jeremia H6680 [H8765] geboden had H7121 [H8800] , lezende H5612 in dat boek H1697 de woorden H3068 des HEEREN H1004 , [in] het huis H3068 des HEEREN.
  9 H2549 Want het geschiedde in het vijfde H8141 jaar H3079 van Jojakim H1121 , den zoon H2977 van Josia H4428 , den koning H3063 van Juda H8671 , in de negende H2320 maand H6685 , [dat] zij een vasten H3068 voor des HEEREN H6440 aangezicht H7121 [H8804] uitriepen H5971 , allen volke H3389 te Jeruzalem H5971 , mitsgaders allen volke H5892 , die uit de steden H3063 van Juda H3389 te Jeruzalem H935 [H8802] kwamen.
  10 H7121 [H8799] Zo las H1263 Baruch H5612 in dat boek H1697 de woorden H3414 van Jeremia H3068 [in] des HEEREN H1004 huis H3957 , in de kamer H1587 van Gemarja H1121 , den zoon H8227 van Safan H5608 [H8802] , den schrijver H5945 , in het bovenste H2691 voorhof H6607 , [aan] de deur H2319 der nieuwe H8179 poort H1004 van het huis H3068 des HEEREN H241 , voor de oren H5971 des gansen volks.
  11 H4321 Als nu Michaja H1121 , de zoon H1587 van Gemarja H1121 , den zoon H8227 van Safan H1697 , al de woorden H3068 des HEEREN H5612 uit dat boek H8085 [H8799] gehoord had;
  12 H3381 [H8799] Zo ging hij af H1004 ten huize H4428 des konings H3957 in de kamer H5608 [H8802] des schrijvers H3427 [H8802] ; en ziet, aldaar zaten H8269 al de vorsten H476 : Elisama H5608 [H8802] , de schrijver H1806 , en Delaja H1121 , de zoon H8098 van Semaja H494 , en Elnathan H1121 , de zoon H5907 van Achbor H1587 , en Gemarja H1121 , de zoon H8227 van Safan H6667 , en Zedekia H1121 , de zoon H2608 van Hananja H8269 , en al de vorsten.
  13 H4321 En Michaja H5046 [H8686] maakte hun bekend H1697 al de woorden H8085 [H8804] , die hij gehoord had H1263 , als Baruch H5612 uit dat boek H7121 [H8800] las H241 voor de oren H5971 des volks.
  14 H7971 [H8799] Toen zonden H8269 al de vorsten H3065 Jehudi H1121 , den zoon H5418 van Nethanja H1121 , den zoon H8018 van Selemja H1121 , den zoon H3570 van Cuschi H1263 , tot Baruch H559 [H8800] , om te zeggen H4039 : De rol H241 , waarin gij voor de oren H5971 des volks H7121 [H8804] gelezen hebt H3947 [H8798] , neem H3027 die in uw hand H3212 [H8798] , en kom H3947 [H8799] . Alzo nam H1263 Baruch H1121 , de zoon H5374 van Nerija H4039 , de rol H3027 in zijn hand H935 [H8799] , en kwam tot hen.
  15 H559 [H8799] En zij zeiden H3427 [H8798] tot hem: Zit toch neder H7121 [H8798] , en lees H241 ze voor onze oren H1263 ; en Baruch H7121 [H8799] las H241 voor hun oren.
  16 H1697 En het geschiedde, als zij al de woorden H8085 [H8800] hoorden H6342 [H8804] , [dat] zij verschrikten H376 , de een H413 tegen H7453 den ander H559 [H8799] ; en zij zeiden H1263 tot Baruch H5046 [H8687] : Voorzeker H1697 zullen wij al deze woorden H4428 den koning H5046 [H8686] bekend maken.
  17 H7592 [H8804] En zij vraagden H1263 Baruch H559 [H8800] , zeggende H5046 [H8685] : Verklaar H1697 ons toch, hoe hebt gij al deze woorden H6310 uit zijn mond H3789 [H8804] geschreven?
  18 H1263 En Baruch H559 [H8799] zeide H6310 tot hen: Uit zijn mond H7121 [H8799] las hij H1697 tot mij al deze woorden H3789 [H8802] , en ik schreef H1773 ze met inkt H5612 in dit boek.
  19 H559 [H8799] Toen zeiden H8269 de vorsten H1263 tot Baruch H3212 [H8798] : Ga henen H5641 [H8734] , verberg u H3414 , gij en Jeremia H376 ; en niemand H3045 [H8799] wete H375 , waar gijlieden zijt.
  20 H935 [H8799] Zij dan gingen H4428 in tot den koning H2691 in het voorhof H4039 ; maar de rol H6485 [H8689] leiden zij weg H3957 in de kamer H476 van Elisama H5608 [H8802] , den schrijver H5046 [H8686] ; en zij verklaarden H1697 al die woorden H241 voor de oren H4428 des konings.
  21 H7971 [H8799] Toen zond H4428 de koning H3065 Jehudi H4039 , om de rol H3947 [H8800] te halen H3947 [H8799] ; en hij haalde H3957 ze uit de kamer H476 van Elisama H5608 [H8802] , den schrijver H3065 ; en Jehudi H7121 [H8799] las H241 ze voor de oren H4428 des konings H241 , en voor de oren H8269 van al de vorsten H5921 , die omtrent H4428 den koning H5975 [H8802] stonden.
  22 H4428 [De koning H3427 [H8802] nu zat H1004 H2779 [in] het winterhuis H8671 in de negende H2320 maand H6440 ; en er was [een] [vuur] voor zijn aangezicht H254 op den haard H1197 [H8794] aangestoken.]
  23 H3065 En het geschiedde, als Jehudi H7969 drie H1817 stukken H702 , of vier H7121 [H8800] gelezen had H7167 [H8799] , versneed hij H8593 H5608 [H8802] ze met een schrijfmes H7993 [H8687] , en wierp H784 ze in het vuur H254 , dat op den haard H4039 was, totdat de ganse rol H8552 [H8800] verteerd was H784 in het vuur H254 , dat op den haard was.
  24 H6342 [H8804] En zij verschrikten H7167 [H8804] niet, en scheurden H899 hun klederen H4428 niet, de koning H5650 noch al zijn knechten H1697 , die al deze woorden H8085 [H8802] gehoord hadden.
  25 H494 Hoewel ook Elnathan H1806 , en Delaja H1587 , en Gemarja H4428 bij den koning H6293 [H8689] daarvoor spraken H4039 , dat hij de rol H8313 [H8800] niet zou verbranden H8085 [H8804] ; doch hij hoorde niet naar hen.
  26 H6680 [H8762] Daartoe gebood H4428 de koning H3396 aan Jerahmeel H1121 , den zoon H4429 van Hammelech H8304 , en Zeraja H1121 , den zoon H5837 van Azriel H8018 , en Selemja H1121 , den zoon H5655 van Abdeel H5608 [H8802] , om den schrijver H1263 Baruch H5030 en den profeet H3414 Jeremia H3947 [H8800] te vangen H3068 . Maar de HEERE H5641 [H8686] had hen verborgen.
  27 H3068 Toen geschiedde des HEEREN H1697 woord H3414 tot Jeremia H310 , nadat H4428 de koning H4039 de rol H1697 en de woorden H1263 , die Baruch H3789 [H8804] geschreven had H6310 uit den mond H3414 van Jeremia H8313 [H8800] , verbrand had H559 [H8800] , zeggende:
  28 H3947 [H8798] Neem H7725 [H8798] u weder H312 een andere H4039 rol H3789 [H8798] , en schrijf H7223 daarop al de eerste H1697 woorden H7223 , die geweest zijn op de eerste H4039 rol H3079 , die Jojakim H4428 , de koning H3063 van Juda H8313 [H8804] , verbrand heeft.
  29 H3079 En tot Jojakim H4428 , den koning H3063 van Juda H559 [H8799] , zult gij zeggen H559 [H8804] : Zo zegt H3068 de HEERE H4039 : Gij hebt deze rol H8313 [H8804] verbrand H559 [H8800] , zeggende H3789 [H8804] : Waarom hebt gij daarop geschreven H559 [H8800] , zeggende H4428 : De koning H894 van Babel H935 [H8800] zal zekerlijk H935 [H8799] komen H776 , en dit land H7843 [H8689] verderven H120 , en maken, dat mens H929 en beest H7673 [H8689] daarin ophouden?
  30 H559 [H8804] Daarom zegt H3068 de HEERE H3079 alzo van Jojakim H4428 , den koning H3063 van Juda H1732 : Hij zal geen hebben, die op Davids H3678 troon H3427 [H8802] zitte H5038 ; en zijn dood lichaam H7993 [H8716] zal weggeworpen zijn H3117 , des daags H2721 in de hitte H3915 , en des nachts H7140 in de vorst.
  31 H2233 En Ik zal over hem, en over zijn zaad H5650 , en over zijn knechten H5771 hunlieder ongerechtigheid H6485 [H8804] bezoeken H3427 [H8802] ; en Ik zal over hen, en over de inwoners H3389 van Jeruzalem H376 , en over de mannen H3063 van Juda H7451 , al het kwaad H935 [H8689] brengen H1696 [H8765] , dat Ik tot hen gesproken heb H8085 [H8804] ; maar zij hebben niet gehoord.
  32 H3414 Jeremia H3947 [H8804] dan nam H312 een andere H4039 rol H5414 [H8799] , en gaf H5608 [H8802] ze aan den schrijver H1263 Baruch H1121 , den zoon H5374 van Nerija H3789 [H8799] ; die schreef H6310 daarop, uit den mond H3414 van Jeremia H1697 , al de woorden H5612 des boeks H3079 , dat Jojakim H4428 , de koning H3063 van Juda H784 , met vuur H8313 [H8804] verbrand had H7227 ; en tot dezelve werden nog veel H1992 dergelijke H1697 woorden H3254 [H8738] toegedaan.