Jeremiah 35

DSV_Strongs(i)
  1 H1697 Het woord H3414 , dat tot Jeremia H3068 geschied is van den HEERE H3117 , in de dagen H3079 van Jojakim H1121 , den zoon H2977 van Josia H4428 , den koning H3063 van Juda H559 [H8800] , zeggende:
  2 H1980 [H8800] Ga henen H7397 tot der Rechabieten H1004 huis H1696 [H8765] , en spreek H935 [H8689] met hen, en breng H3068 hen in des HEEREN H1004 huis H259 , in een H3957 der kameren H3196 , en geef hun wijn H8248 [H8689] te drinken.
  3 H3947 [H8799] Toen nam ik H2970 Jaazanja H1121 , den zoon H3414 van Jeremia H1121 , den zoon H2262 van Habazzinja H251 , mitsgaders zijn broederen H1121 , en al zijn zonen H1004 , en het ganse huis H7397 der Rechabieten;
  4 H935 [H8686] En bracht H3068 hen in des HEEREN H1004 huis H3957 , in de kamer H1121 der zonen H2605 van Hanan H1121 , den zoon H3012 van Jigdalia H376 , den man H430 Gods H681 ; welke is bij H3957 de kamer H8269 der oversten H4605 , die daar is boven H3957 de kamer H4641 van Maaseja H1121 , den zoon H7967 van Sallum H8104 H5592 [H8802] , den dorpelbewaarder.
  5 H5414 [H8799] En ik zette H1121 den kinderen H1004 van het huis H7397 der Rechabieten H1375 koppen H4392 vol H3196 wijn H3563 en bekers H6440 voor H559 [H8799] ; en ik zeide H8354 [H8798] tot hen: Drinkt H3196 wijn.
  6 H559 [H8799] Maar zij zeiden H3196 : Wij zullen geen wijn H8354 [H8799] drinken H3122 ; want Jonadab H1121 , de zoon H7394 van Rechab H1 , onze vader H6680 [H8765] , heeft ons geboden H559 [H8800] , zeggende H3196 : Gijlieden zult geen wijn H8354 [H8799] drinken H1121 , gij, noch uw kinderen H5704 , tot H5769 in eeuwigheid.
  7 H1004 Ook zult gijlieden geen huis H1129 [H8799] bouwen H2233 , noch zaad H2232 [H8799] zaaien H3754 , noch wijngaard H5193 [H8799] planten H168 , noch hebben; maar gij zult in tenten H3427 [H8799] wonen H3117 al uw dagen H7227 ; opdat gij veel H3117 dagen H2421 [H8799] leeft H6440 in H127 het land H1481 [H8802] , alwaar gij als vreemdeling verkeert.
  8 H6963 Zo hebben wij der stemme H3082 van Jonadab H1121 , den zoon H7394 van Rechab H1 , onzen vader H8085 [H8799] , gehoorzaamd H6680 [H8765] in alles, wat hij ons geboden heeft H3196 ; zodat wij geen wijn H8354 [H8800] drinken H3117 al onze dagen H802 , wij, onze vrouwen H1121 , onze zonen H1323 , en onze dochteren;
  9 H1004 En dat wij geen huizen H1129 [H8800] bouwen H3427 [H8800] tot onze woning H3754 ; ook hebben wij geen wijngaard H7704 , noch veld H2233 , noch zaad;
  10 H168 En wij hebben in tenten H3427 [H8799] gewoond H8085 [H8799] ; alzo hebben wij gehoord H6213 [H8799] en gedaan H1 naar alles, wat ons onze vader H3122 Jonadab H6680 [H8765] geboden heeft.
  11 H5019 Maar het is geschied, als Nebukadrezar H4428 , de koning H894 van Babel H776 , naar dit land H5927 [H8800] optoog H559 [H8799] , dat wij zeiden H935 [H8798] : Komt H3389 , en laat ons naar Jeruzalem H935 [H8799] trekken H6440 vanwege H2428 het heir H3778 der Chaldeen H6440 , en vanwege H2428 het heir H758 der Syriers H3389 ; alzo zijn wij te Jeruzalem H3427 [H8799] gebleven.
  12 H3068 Toen geschiedde des HEEREN H1697 woord H3414 tot Jeremia H559 [H8800] , zeggende:
  13 H559 [H8804] Zo zegt H3068 de HEERE H6635 der heirscharen H430 , de God H3478 Israels H1980 [H8800] : Ga henen H559 [H8804] en zeg H376 tot de mannen H3063 van Juda H3427 [H8802] en tot de inwoners H3389 van Jeruzalem H4148 : Zult gijlieden geen tucht H3947 [H8799] aannemen H8085 [H8800] , dat gij hoort H1697 naar Mijn woorden H5002 [H8803] ? spreekt H3068 de HEERE.
  14 H1697 De woorden H3082 van Jonadab H1121 , den zoon H7394 van Rechab H1121 , die hij zijn kinderen H6680 [H8765] geboden heeft H3196 , dat zij geen wijn H8354 [H8800] zouden drinken H6965 [H8717] , zijn bevestigd H8354 [H8804] ; want zij hebben geen gedronken H3117 tot op dezen dag H4687 , maar het gebod H1 huns vaders H8085 [H8804] gehoord H1696 [H8765] ; en Ik heb tot ulieden gesproken H7925 [H8687] , vroeg op zijnde H1696 [H8763] en sprekende H8085 [H8804] , maar gij hebt naar Mij niet gehoord.
  15 H7971 [H8799] En Ik heb tot u gezonden H5650 al Mijn knechten H5030 , de profeten H7925 [H8687] , vroeg op zijnde H7971 [H8800] en zendende H559 [H8800] , om te zeggen H7725 [H8798] : Bekeert u H376 toch, een iegelijk H7451 van zijn bozen H1870 weg H3190 H0 , en maakt H4611 uw handelingen H3190 [H8685] goed H3212 [H8799] , en wandelt H312 andere H430 goden H310 niet na H5647 [H8800] , om hen te dienen H127 , zo zult gij in het land H3427 [H8798] blijven H1 , dat Ik u en uw vaderen H5414 [H8804] gegeven heb H241 ; maar gij hebt uw oor H5186 [H8689] niet geneigd H8085 [H8804] , en naar Mij niet gehoord.
  16 H1121 Dewijl [dan] de kinderen H3082 van Jonadab H1121 , den zoon H7394 van Rechab H4687 , het gebod H1 huns vaders H6680 [H8765] , dat hij hun geboden heeft H6965 [H8689] , bevestigd hebben H5971 , maar dit volk H8085 [H8804] naar Mij niet hoort;
  17 H559 [H8804] Daarom alzo zegt H3068 de HEERE H430 , de God H6635 der heirscharen H430 , de God H3478 Israels H3063 : Ziet, Ik zal over Juda H3427 [H8802] en over alle inwoners H3389 van Jeruzalem H935 [H8688] brengen H7451 al het kwaad H1696 [H8765] , dat Ik tegen hen gesproken heb H1696 [H8765] ; omdat Ik tot hen gesproken heb H8085 [H8804] , maar zij niet gehoord hebben H7121 [H8799] , en Ik tot hen geroepen heb H6030 [H8804] , maar zij niet hebben geantwoord.
  18 H1004 Tot het huis H7397 nu der Rechabieten H559 [H8804] zeide H3414 Jeremia H559 [H8804] : Zo zegt H3068 de HEERE H6635 der heirscharen H430 , de God H3478 Israels H4687 : Omdat gijlieden het gebod H1 van uw vader H3082 Jonadab H8085 [H8804] zijt gehoorzaam geweest H4687 , en hebt al zijn geboden H8104 [H8799] bewaard H6213 [H8799] , en gedaan H6680 [H8765] naar alles, wat hij ulieden geboden heeft;
  19 H559 [H8804] Daarom alzo zegt H3068 de HEERE H6635 der heirscharen H430 , de God H3478 Israels H3122 : Er zal Jonadab H1121 , den zoon H7394 van Rechab H3772 [H8735] , niet worden afgesneden H376 een man H6440 , die voor Mijn aangezicht H5975 [H8802] sta H3117 , al de dagen.