Isaiah 59

DSV_Strongs(i)
  1 H2005 Ziet H3027 , de hand H3068 des HEEREN H7114 H8804 is niet verkort H3467 H8687 , dat zij niet zou kunnen verlossen H241 ; en Zijn oor H3513 H8804 is niet zwaar geworden H8085 H8800 , dat het niet zou kunnen horen.
  2 H5771 Maar uw ongerechtigheden H914 H8688 maken een scheiding H996 tussen H430 ulieden en tussen uw God H2403 , en uw zonden H5641 H8689 verbergen H6440 het aangezicht H8085 H8800 van ulieden, dat Hij niet hoort.
  3 H3709 Want uw handen H1818 zijn met bloed H1351 H8738 bevlekt H676 ; en uw vingeren H5771 met ongerechtigheid H8193 ; uw lippen H1696 H8765 spreken H8267 valsheid H3956 , uw tong H1897 H8799 dicht H5766 onrecht.
  4 H6664 Er is niemand, die voor de gerechtigheid H7121 H8802 roept H530 , en niemand, die voor de waarheid H8199 H8737 in het gericht zich begeeft H982 H8800 ; zij vertrouwen H8414 op ijdelheid H1696 H8763 , en spreken H7723 leugen H5999 ; met moeite H2029 H8800 zijn zij zwanger H3205 H8687 , en zij baren H205 ongerechtigheid.
  5 H1234 H8765 Zij broeden H1000 H6848 basiliskus-eieren H707 H8799 uit, en zij weven H5908 H6980 spinnewebben H1000 ; die van hun eieren H398 H8802 eet H4191 H8799 , moet sterven H2116 , en als het in stukken gedrukt wordt H1234 H0 , er berst H660 een adder H1234 H8735 uit.
  6 H6980 Hun webben H899 deugen niet tot klederen H3680 H8691 , en zij zullen zichzelven niet kunnen dekken H4639 met hun werken H4639 ; hun werken H4639 zijn werken H205 der ongerechtigheid H6467 , en een maaksel H2555 des wrevels H3709 is in hun handen.
  7 H7272 Hun voeten H7323 H8799 lopen H7451 tot het kwade H4116 H8762 , en zij haasten H5355 om onschuldig H1818 bloed H8210 H8800 te vergieten H4284 ; hun gedachten H4284 zijn gedachten H205 der ongerechtigheid H7701 , verstoring H7667 en verbreking H4546 is op hun banen.
  8 H1870 Den weg H7965 des vredes H3045 H8804 kennen zij H4941 niet; en er is geen recht H4570 in hun gangen H5410 ; hun paden H6140 H8765 maken zij verkeerd H1869 H8802 voor zich zelven, al wie daarop gaat H3045 H8804 , die kent H7965 den vrede niet.
  9 H4941 Daarom is het recht H7368 H8804 verre H6666 van ons, en de gerechtigheid H5381 H8686 achterhaalt H6960 H8762 ons niet; wij wachten H216 op het licht H2822 , maar ziet, er is duisternis H5054 , op een groten glans H1980 H8762 , [maar] wij wandelen H653 in donkerheden.
  10 H1659 H8762 Wij tasten H7023 naar den wand H5787 , gelijk de blinden H5869 , en, gelijk die geen ogen H1659 H8762 hebben, tasten wij H3782 H8804 ; wij stoten ons H6672 op den middag H5399 , als in de schemering H820 , wij zijn in woeste plaatsen H4191 H8801 gelijk de doden.
  11 H1993 H8799 Wij brommen H1677 allen gelijk als de beren H1897 H8799 , en wij kirren H1897 H8800 doorgaans H3123 gelijk de duiven H6960 H8762 ; wij wachten H4941 naar recht H3444 , maar er is geen, naar heil H7368 H8804 , [maar] het is verre van ons.
  12 H6588 Want onze overtredingen H7231 H8804 zijn vele H2403 voor U, en onze zonden H6030 H8804 getuigen H6588 tegen ons; want onze overtredingen H5771 zijn bij ons, en onze ongerechtigheden H3045 H8804 kennen wij;
  13 H6586 H8800 Het overtreden H3584 H8763 en het liegen H3068 tegen den HEERE H310 , en het achterwaarts H5253 H8800 wijken H430 van onzen God H1696 H8763 ; het spreken H6233 van onderdrukking H5627 en afval H2029 H8780 , het ontvangen H1897 H8774 en het dichten H8267 van valse H1697 woorden H3820 uit het hart.
  14 H4941 Daarom is het recht H268 achterwaarts H5253 H8717 geweken H6666 , en de gerechtigheid H5975 H8799 staat H7350 van verre H571 ; want de waarheid H3782 H8804 struikelt H7339 op de straat H5229 , en wat recht H3201 H8799 is, kan H935 H8800 er niet ingaan.
  15 H571 Ja, de waarheid H5737 H8737 ontbreekt H7451 er, en wie van het boze H5493 H8804 wijkt H7997 H8711 , stelt zich tot een roof H3068 ; en de HEERE H7200 H8799 zag H3415 H8799 het, en het was kwaad H5869 in Zijn ogen H4941 , dat er geen recht was.
  16 H7200 H8799 Dewijl Hij zag H376 , dat er niemand H8074 H8709 was, zo ontzette Hij Zich H6293 H8688 , omdat er geen voorbidder was H3467 H0 ; daarom bracht H2220 Hem Zijn arm H3467 H8686 heil aan H6666 , en Zijn gerechtigheid H5564 H8804 ondersteunde Hem.
  17 H3847 H0 Want Hij trok H6666 gerechtigheid H3847 H8799 aan H8302 als een pantser H3553 , en den helm H3444 des heils H7218 [zette] [Hij] op Zijn hoofd H899 , en de klederen H5359 der wraak H3847 H8799 trok Hij aan H8516 [tot] kleding H5844 H0 , en Hij deed H7068 den ijver H5844 H8799 aan H4598 als een mantel.
  18 H5921 Even naar H1578 de werken H7999 H8762 , even daarnaar zal Hij vergelden H2534 , grimmigheid H6862 aan Zijn wederpartijders H1576 , vergelding H341 H8802 aan Zijn vijanden H339 ; den eilanden H1576 zal Hij [het] loon H7999 H8762 vergelden.
  19 H8034 Dan zullen zij den Naam H3068 des HEEREN H3372 H8799 vrezen H4628 van den nedergang H3519 , en Zijn heerlijkheid H4217 van den opgang H8121 der zon H6862 ; als de vijand H935 H8799 zal komen H5104 gelijk een stroom H7307 , zal de Geest H3068 des HEEREN H5127 H8790 de banier tegen hen oprichten.
  20 H1350 H8802 En er zal een Verlosser H6726 tot Sion H935 H8804 komen H7725 H8802 , namelijk voor hen, die zich bekeren H6588 van de overtreding H3290 in Jakob H5002 H8803 , spreekt H3068 de HEERE.
  21 H1285 Mij aangaande, dit is Mijn Verbond H559 H8804 met hen, zegt H3068 de HEERE H7307 : Mijn Geest H1697 , Die op u is, en Mijn woorden H6310 , die Ik in uw mond H7760 H8804 gelegd heb H6310 , die zullen van uw mond H4185 H8799 niet wijken H6310 , noch van den mond H2233 van uw zaad H6310 , noch van den mond H2233 van het zaad H2233 uws zaads H559 H8804 , zegt H3068 de HEERE H5704 , van nu aan tot H5769 in eeuwigheid toe.