Isaiah 50:2-6

DSV_Strongs(i)
  2 H935 [H8804] Waarom kwam Ik H376 , en er was niemand H7121 [H8804] , [waarom] riep Ik H6030 [H8802] , en niemand antwoordde H3027 ? Is Mijn hand H7114 [H8800] dus gans H7114 [H8804] kort geworden H6304 , dat zij niet verlossen kan H3581 , of is er in Mij geen kracht H5337 [H8687] om uit te redden H1606 ? Ziet, door Mijn schelding H3220 maak Ik de zee H2717 [H8686] droog H7760 [H8799] , Ik stel H5104 de rivieren H4057 [tot] een woestijn H1710 , dat haar vis H887 [H8799] stinkt H4325 , omdat er geen water H4191 [H8799] is, en sterft H6772 van dorst.
  3 H3847 [H8686] Ik bekleed H8064 den hemel H6940 met zwartheid H7760 [H8799] , en stel H8242 een zak H3682 [tot] zijn deksel.
  4 H136 De Heere H3069 HEERE H3956 heeft Mij een tong H3928 der geleerden H5414 [H8804] gegeven H3045 [H8800] , opdat Ik wete H3287 met den moede H1697 een woord H5790 [H8800] ter rechter tijd te spreken H5782 [H8686] ; Hij wekt H1242 allen H1242 morgen H5782 [H8686] , Hij wekt H241 Mij het oor H8085 [H8800] , dat Ik hore H3928 , gelijk die geleerd worden.
  5 H136 De Heere H3069 HEERE H241 heeft Mij het oor H6605 [H8804] geopend H4784 [H8804] , en Ik ben niet wederspannig H5472 [H8738] , Ik wijk niet H268 achterwaarts.
  6 H5414 [H8804] Ik geef H1460 Mijn rug H5221 [H8688] dengenen, die [Mij] slaan H3895 , en Mijn wangen H4803 [H8802] dengenen, die [Mij] het haar uitplukken H6440 ; Mijn aangezicht H5641 [H8689] verberg Ik H3639 niet voor smaadheden H7536 en speeksel.