Isaiah 36

DSV_Strongs(i)
  1 H702 H6240 En het geschiedde in het veertiende H8141 jaar H4428 van den koning H2396 Hizkia H5576 , dat Sanherib H4428 , de koning H804 van Assyrie H5927 [H8804] , optoog H1219 [H8803] tegen alle vaste H5892 steden H3063 van Juda H8610 [H8799] , en nam ze in.
  2 H4428 En de koning H804 van Assyrie H7971 [H8799] zond H7262 Rabsake H3923 van Lachis H3389 naar Jeruzalem H4428 tot den koning H2396 Hizkia H3515 , met een zwaar H2426 heir H5975 [H8799] ; en hij stond H8585 aan den watergang H5945 des oppersten H1295 vijvers H4546 , aan den hogen weg H7704 van het veld H3526 [H8801] des vollers.
  3 H3318 [H8799] Toen ging H471 tot hem uit Eljakim H1121 , de zoon H2518 van Hilkia H1004 , de hofmeester H7644 , en Sebna H5608 [H8802] , de schrijver H3098 , en Joah H1121 , de zoon H623 van Asaf H2142 [H8688] , de kanselier.
  4 H7262 En Rabsake H559 [H8799] zeide H559 [H8798] tot hen: Zegt H2396 nu tot Hizkia H559 [H8804] : Zo zegt H1419 de grote H4428 koning H4428 , de koning H804 van Assyrie H986 : Wat vertrouwen H982 [H8804] is dit, waarmede gij vertrouwt;
  5 H559 [H8804] Ik mocht zeggen H1697 [doch het is een woord H8193 der lippen H6098 ]: Er is raad H1369 en macht H4421 tot den oorlog H982 [H8804] ; op wien vertrouwt gij H4775 [H8804] nu, dat gij tegen mij rebelleert?
  6 H982 [H8804] Zie, gij vertrouwt H7533 [H8803] op dien gebrokenen H7070 H4938 rietstaf H4714 , op Egypte H376 ; op denwelken zo iemand H5564 [H8735] leunt H3709 , zo zal hij in zijn hand H935 [H8804] gaan H5344 [H8804] en die doorboren H6547 ; alzo is Farao H4428 , de koning H4714 van Egypte H982 [H8802] , al dengenen, die op hem vertrouwen.
  7 H559 [H8799] Maar zo gij tot mij zegt H982 [H8804] : Wij vertrouwen H3068 op den HEERE H430 , onzen God H1116 ; is Hij Die niet, Wiens hoogten H4196 en Wiens altaren H2396 Hizkia H5493 [H8689] weggenomen heeft H3063 , en [Die] tot Juda H3389 en tot Jeruzalem H559 [H8799] gezegd heeft H6440 : Voor H4196 dit altaar H7812 [H8691] zult gij u nederbuigen?
  8 H6148 [H8690] Nu dan, wed H113 toch met mijn heer H4428 , den koning H804 van Assyrie H505 ; en ik zal u twee duizend H5483 paarden H5414 [H8799] geven H7392 [H8802] , zo gij voor u de ruiters H3201 [H8799] daarop zult kunnen H5414 [H8800] geven.
  9 H6440 Hoe zoudt gij dan het aangezicht H259 van een enigen H6346 vorst H6996 , van de geringste H5650 knechten H113 mijns heren H7725 [H8686] , afkeren H982 [H8799] ? Maar gij vertrouwt H4714 op Egypte H7393 , om de wagenen H6571 en om de ruiteren.
  10 H1107 En nu ben ik zonder H3068 den HEERE H5927 [H8804] opgetogen H776 tegen dit land H7843 [H8687] , om dat te verderven H3068 . De HEERE H559 [H8804] heeft tot mij gezegd H5927 [H8798] : Trek op H776 tegen dat land H7843 [H8685] , en verderf het.
  11 H559 [H8799] Toen zeide H471 Eljakim H7644 , en Sebna H3098 , en Joah H7262 tot Rabsake H1696 [H8761] : Spreek H5650 toch tot uw knechten H762 in het Syrisch H8085 [H8802] , want wij verstaan H1696 [H8762] het [wel]; en spreek H3066 niet met ons in het Joods H241 , voor de oren H5971 des volks H2346 , dat op den muur is.
  12 H7262 Maar Rabsake H559 [H8799] zeide H113 : Heeft mijn heer H113 mij tot uw heer H7971 [H8804] en tot u gezonden H1697 , om deze woorden H1696 [H8763] te spreken H582 ? Is het niet tot de mannen H2346 , die op den muur H3427 [H8802] zitten H2716 H6675 [H8676] , dat zij met ulieden hun drek H398 [H8800] eten H4325 H7272 H7890 [H8675] , en hun water H8354 [H8800] drinken zullen?
  13 H5975 [H8799] Alzo stond H7262 Rabsake H7121 [H8799] , en riep H1419 met luider H6963 stem H3066 in het Joods H559 [H8799] , en zeide H8085 [H8798] : Hoort H1697 de woorden H1419 des groten H4428 konings H4428 , des konings H804 van Assyrie!
  14 H559 [H8804] Alzo zegt H4428 de koning H2396 : Dat Hizkia H5377 [H8686] u niet bedriege H3201 [H8799] , want hij zal u niet kunnen H5337 [H8687] redden.
  15 H2396 Daartoe, dat Hizkia H982 [H8686] u niet doe vertrouwen H3068 op den HEERE H559 [H8800] , zeggende H3068 : De HEERE H5337 [H8687] zal ons zekerlijk H5337 [H8686] redden H5892 ; deze stad H3027 zal niet in de hand H4428 des konings H804 van Assyrie H5414 [H8735] gegeven worden.
  16 H8085 [H8799] Hoort H2396 naar Hizkia H559 [H8804] niet; want alzo zegt H4428 de koning H804 van Assyrie H6213 [H8798] : Handelt H1293 met mij door een geschenk H3318 [H8798] , en komt tot mij uit H398 [H8798] , en eet H376 , een ieder H1612 [van] zijn wijnstok H376 , en een ieder H8384 [van] zijn vijgeboom H8354 [H8798] , en drinkt H376 een ieder H4325 het water H953 zijns bornputs;
  17 H935 [H8800] Totdat ik kom H3947 [H8804] en u haal H776 in een land H776 , als ulieder land H776 is, een land H1715 van koren H8492 en most H776 , een land H3899 van brood H3754 en van wijngaarden.
  18 H2396 Dat Hizkia H5496 [H8686] ulieden niet verleide H559 [H8800] , zeggende H3068 : De HEERE H5337 [H8686] zal ons redden H430 ; hebben de goden H1471 der volken H376 , een ieder H776 zijn land H5337 [H8689] , gered H3027 uit de hand H4428 des konings H804 van Assyrie?
  19 H430 Waar zijn de goden H2574 van Hamath H774 en Arpad H430 ? Waar zijn de goden H5617 van Sefarvaim H8111 ? Hebben zij ook Samaria H3027 van mijn hand H5337 [H8689] gered?
  20 H430 Welke zijn ze onder al de goden H776 dezer landen H776 , die hun land H3027 uit mijn hand H5337 [H8689] gered hebben H3068 , dat de HEERE H3389 Jeruzalem H3027 uit mijn hand H5337 [H8686] zou redden?
  21 H2790 [H8686] Doch zij zwegen stil H6030 [H8804] , en antwoordden H1697 hem niet een woord H4687 ; want het gebod H4428 des konings H559 [H8800] was, zeggende H6030 [H8799] : Gij zult hem niet antwoorden.
  22 H935 [H8799] Toen kwam H471 Eljakim H1121 , de zoon H2518 van Hilkia H1004 , de hofmeester H7644 , en Sebna H5608 [H8802] , de schrijver H3098 , en Joah H1121 , de zoon H623 van Asaf H2142 [H8688] , de kanselier H2396 , tot Hizkia H7167 [H8803] met gescheurde H899 klederen H5046 H0 ; en zij gaven H1697 hem de woorden H7262 van Rabsake H5046 [H8686] te kennen.