DSV_Strongs(i)
1
H430
En God
H2142 H8799
gedacht
H5146
aan Noach
H3605
, en aan al
H2416
het gedierte
H3605
, en aan al
H929
het vee
H834
, dat
H854
met
H8392
hem in de ark
H430
[was]; en God
H5674 H0
deed
H7307
een wind
H5921
over
H776
de aarde
H5674 H8686
doorgaan
H4325
, en de wateren
H7918 H8799
werden stil.
2
H4599
Ook werden de fonteinen
H8415
des afgronds
H699
, en de sluizen
H8064
des hemels
H5534 H8735
gesloten
H1653
, en de plasregen
H4480
van
H8064
den hemel
H3607 H8735
werd opgehouden.
3
H7725 H0
Daartoe keerden
H4325
de wateren
H7725 H8799
weder
H4480
van
H5921
boven
H776
de aarde
H7725 H8800
, heen en weder
H1980 H8800
vloeiende
H4325
, en de wateren
H2637 H8799
namen af
H4480
ten
H7097
einde
H3967
van honderd
H2572
en vijftig
H3117
dagen.
4
H8392
En de ark
H5117 H8799
rustte
H7637
in de zevende
H2320
maand
H6240 H7651
, op den zeventienden
H3117
dag
H2320
der maand
H5921
, op
H2022
de bergen
H780
van Ararat.
5
H4325
En de wateren
H1961 H8804
waren
H1980 H8800
gaande
H2637 H8800
, en afnemende
H5704
tot
H6224
de tiende
H2320
maand
H6224
; in de tiende
H259
[maand], op den eersten
H2320
der maand
H7218
, werden de toppen
H2022
der bergen
H7200 H8738
gezien.
6
H1961 H8799
En het geschiedde
H4480
, ten
H7093
einde
H705
van veertig
H3117
dagen
H5146
, dat Noach
H2474
het venster
H8392
der ark
H834
, die
H6213 H8804
hij gemaakt had
H6605 H8799
, opendeed.
7
H7971 H0
En hij liet
H6158
een raaf
H7971 H8762
uit
H3318 H8800
, die dikwijls heen
H7725 H8800
en weder
H3318 H8799
ging
H5704
, totdat
H4325
de wateren
H4480
van
H5921
boven
H776
de aarde
H3001 H8800
verdroogd waren.
8
H7971 H0
Daarna liet hij
H3123
een duif
H4480
van
H854
zich
H7971 H8762
uit
H7200 H8800
, om te zien
H4325
, of de wateren
H7043 H8804
gelicht waren
H4480
van
H5921
boven
H6440 H127
den aardbodem.
9
H3123
Maar de duif
H4672 H8804
vond
H3808
geen
H4494
rust
H3709
voor het hol
H7272
van haar voet
H7725 H8799
; zo keerde zij weder
H413
tot
H413
hem in
H8392
de ark
H3588
; want
H4325
de wateren
H5921 H6440
[waren] op
H3605
de ganse
H776
aarde
H7971 H0
; en hij stak
H3027
zijn hand
H7971 H8799
uit
H3947 H8799
, en nam
H935 H8686
haar, en bracht
H853
haar
H413
tot
H413
zich in
H8392
de ark.
10
H2342 H8799
En hij verbeidde
H5750
nog
H7651
zeven
H312
andere
H3117
dagen
H7971 H8763
; toen liet hij
H3123
de duif
H3254 H8686
wederom
H4480
uit
H8392
de ark.
11
H3123
En de duif
H935 H8799
kwam
H413
tot
H6256 H6153
hem tegen den avondtijd
H2009
; en ziet
H2965
, een afgebroken
H2132 H5929
olijfblad
H6310
[was] in haar bek
H3045 H8799
; zo merkte
H5146
Noach
H3588
, dat
H4325
de wateren
H4480
van
H5921
boven
H776
de aarde
H7043 H8804
gelicht waren.
12
H3176 H8735
Toen vertoefde hij
H5750
nog
H7651
zeven
H312
andere
H3117
dagen
H7971 H0
; en hij liet
H3123
de duif
H7971 H8762
uit
H7725 H0 H3254 H0
; maar zij keerde
H3808
niet
H5750
meer
H7725 H8800 H3254 H8804
weder
H413
tot hem.
13
H1961 H8799
En het geschiedde
H8337 H3967
in het zeshonderd
H259
en eerste
H8141
jaar
H7223
, in de eerste
H259
[maand], op den eersten
H2320
derzelver maand
H4325
, dat de wateren
H2717 H8804
droogden
H4480
van
H5921
boven
H776
de aarde
H5493 H0
; toen deed
H5146
Noach
H4372
het deksel
H8392
der ark
H5493 H8686
af
H7200 H8799
, en zag toe
H2009
, en ziet
H6440 H127
, de aardbodem
H2717 H8804
was gedroogd.
14
H8145
En in de tweede
H2320
maand
H7651
, op den zeven
H6242
en twintigsten
H3117
dag
H2320
der maand
H776
, was de aarde
H3001 H8804
opgedroogd.
16
H3318 H8798
Ga
H4480
uit
H8392
de ark
H859
, gij
H802
, en uw huisvrouw
H1121
, en uw zonen
H802
, en de vrouwen
H1121
uwer zonen
H854
met u.
17
H3605
Al
H2416
het gedierte
H834
, dat
H854
met u
H4480
[is], van
H3605
alle
H1320
vlees
H5775
, aan gevogelte
H929
, en aan vee
H3605
, en aan al
H7431
het kruipend gedierte
H5921
, dat op
H776
de aarde
H7430 H8802
kruipt
H3318 H0
, doe
H854
met
H3318 H8685
u uitgaan
H8317 H8804
; en dat zij overvloediglijk voorttelen
H776
op de aarde
H6509 H8804
, en vruchtbaar zijn
H7235 H8804
, en vermenigvuldigen
H5921
op
H776
de aarde.
18
H3318 H0
Toen ging
H5146
Noach
H3318 H8799
uit
H1121
, en zijn zonen
H802
, en zijn huisvrouw
H802
, en de vrouwen
H1121
zijner zonen
H854
met hem.
19
H3605
Al
H2416
het gedierte
H3605
, al
H7431
het kruipende
H3605
, en al
H5775
het gevogelte
H3605
, al
H5921
wat zich op
H776
de aarde
H7430 H8802
roert
H4940
, naar hun geslachten
H3318 H8804
, gingen
H4480
uit
H8392
de ark.
20
H5146
En Noach
H1129 H8799
bouwde
H3068
den HEERE
H4196
een altaar
H3947 H8799
; en hij nam
H4480
van
H3605
al
H2889
het reine
H929
vee
H4480
, en van
H3605
al
H2889
het rein
H5775
gevogelte
H5927 H8686
, en offerde
H5930
brandofferen
H4196
op dat altaar.
21
H3068
En de HEERE
H7306 H8686
rook
H5207
dien liefelijken
H853
,
H7381
reuk
H3068
, en de HEERE
H559 H8799
zeide
H413
in
H3820
Zijn hart
H3254 H8686
: Ik zal voortaan
H127
den aardbodem
H3808
niet
H5750
meer
H7043 H8763
vervloeken
H5668 H0
om
H120
des mensen
H5668
wil
H3588
; want
H3336
het gedichtsel
H120
van 's mensen
H3820
hart
H7451
is boos
H4480
van
H5271
zijn jeugd
H3254 H8686
aan; en Ik zal voortaan
H3808
niet
H5750
meer
H3605
al
H2416
het levende
H5221 H8687
slaan
H834
, gelijk als
H6213 H8804
Ik gedaan heb.