Genesis 8

DSV_Strongs(i)
  1 H430 En God H2142 H8799 gedacht H5146 aan Noach H3605 , en aan al H2416 het gedierte H3605 , en aan al H929 het vee H834 , dat H854 met H8392 hem in de ark H430 [was]; en God H5674 H0 deed H7307 een wind H5921 over H776 de aarde H5674 H8686 doorgaan H4325 , en de wateren H7918 H8799 werden stil.
  2 H4599 Ook werden de fonteinen H8415 des afgronds H699 , en de sluizen H8064 des hemels H5534 H8735 gesloten H1653 , en de plasregen H4480 van H8064 den hemel H3607 H8735 werd opgehouden.
  3 H7725 H0 Daartoe keerden H4325 de wateren H7725 H8799 weder H4480 van H5921 boven H776 de aarde H7725 H8800 , heen en weder H1980 H8800 vloeiende H4325 , en de wateren H2637 H8799 namen af H4480 ten H7097 einde H3967 van honderd H2572 en vijftig H3117 dagen.
  4 H8392 En de ark H5117 H8799 rustte H7637 in de zevende H2320 maand H6240 H7651 , op den zeventienden H3117 dag H2320 der maand H5921 , op H2022 de bergen H780 van Ararat.
  5 H4325 En de wateren H1961 H8804 waren H1980 H8800 gaande H2637 H8800 , en afnemende H5704 tot H6224 de tiende H2320 maand H6224 ; in de tiende H259 [maand], op den eersten H2320 der maand H7218 , werden de toppen H2022 der bergen H7200 H8738 gezien.
  6 H1961 H8799 En het geschiedde H4480 , ten H7093 einde H705 van veertig H3117 dagen H5146 , dat Noach H2474 het venster H8392 der ark H834 , die H6213 H8804 hij gemaakt had H6605 H8799 , opendeed.
  7 H7971 H0 En hij liet H6158 een raaf H7971 H8762 uit H3318 H8800 , die dikwijls heen H7725 H8800 en weder H3318 H8799 ging H5704 , totdat H4325 de wateren H4480 van H5921 boven H776 de aarde H3001 H8800 verdroogd waren.
  8 H7971 H0 Daarna liet hij H3123 een duif H4480 van H854 zich H7971 H8762 uit H7200 H8800 , om te zien H4325 , of de wateren H7043 H8804 gelicht waren H4480 van H5921 boven H6440 H127 den aardbodem.
  9 H3123 Maar de duif H4672 H8804 vond H3808 geen H4494 rust H3709 voor het hol H7272 van haar voet H7725 H8799 ; zo keerde zij weder H413 tot H413 hem in H8392 de ark H3588 ; want H4325 de wateren H5921 H6440 [waren] op H3605 de ganse H776 aarde H7971 H0 ; en hij stak H3027 zijn hand H7971 H8799 uit H3947 H8799 , en nam H935 H8686 haar, en bracht H853 haar H413 tot H413 zich in H8392 de ark.
  10 H2342 H8799 En hij verbeidde H5750 nog H7651 zeven H312 andere H3117 dagen H7971 H8763 ; toen liet hij H3123 de duif H3254 H8686 wederom H4480 uit H8392 de ark.
  11 H3123 En de duif H935 H8799 kwam H413 tot H6256 H6153 hem tegen den avondtijd H2009 ; en ziet H2965 , een afgebroken H2132 H5929 olijfblad H6310 [was] in haar bek H3045 H8799 ; zo merkte H5146 Noach H3588 , dat H4325 de wateren H4480 van H5921 boven H776 de aarde H7043 H8804 gelicht waren.
  12 H3176 H8735 Toen vertoefde hij H5750 nog H7651 zeven H312 andere H3117 dagen H7971 H0 ; en hij liet H3123 de duif H7971 H8762 uit H7725 H0 H3254 H0 ; maar zij keerde H3808 niet H5750 meer H7725 H8800 H3254 H8804 weder H413 tot hem.
  13 H1961 H8799 En het geschiedde H8337 H3967 in het zeshonderd H259 en eerste H8141 jaar H7223 , in de eerste H259 [maand], op den eersten H2320 derzelver maand H4325 , dat de wateren H2717 H8804 droogden H4480 van H5921 boven H776 de aarde H5493 H0 ; toen deed H5146 Noach H4372 het deksel H8392 der ark H5493 H8686 af H7200 H8799 , en zag toe H2009 , en ziet H6440 H127 , de aardbodem H2717 H8804 was gedroogd.
  14 H8145 En in de tweede H2320 maand H7651 , op den zeven H6242 en twintigsten H3117 dag H2320 der maand H776 , was de aarde H3001 H8804 opgedroogd.
  15 H1696 H8762 Toen sprak H430 God H413 tot H5146 Noach H559 H8800 , zeggende:
  16 H3318 H8798 Ga H4480 uit H8392 de ark H859 , gij H802 , en uw huisvrouw H1121 , en uw zonen H802 , en de vrouwen H1121 uwer zonen H854 met u.
  17 H3605 Al H2416 het gedierte H834 , dat H854 met u H4480 [is], van H3605 alle H1320 vlees H5775 , aan gevogelte H929 , en aan vee H3605 , en aan al H7431 het kruipend gedierte H5921 , dat op H776 de aarde H7430 H8802 kruipt H3318 H0 , doe H854 met H3318 H8685 u uitgaan H8317 H8804 ; en dat zij overvloediglijk voorttelen H776 op de aarde H6509 H8804 , en vruchtbaar zijn H7235 H8804 , en vermenigvuldigen H5921 op H776 de aarde.
  18 H3318 H0 Toen ging H5146 Noach H3318 H8799 uit H1121 , en zijn zonen H802 , en zijn huisvrouw H802 , en de vrouwen H1121 zijner zonen H854 met hem.
  19 H3605 Al H2416 het gedierte H3605 , al H7431 het kruipende H3605 , en al H5775 het gevogelte H3605 , al H5921 wat zich op H776 de aarde H7430 H8802 roert H4940 , naar hun geslachten H3318 H8804 , gingen H4480 uit H8392 de ark.
  20 H5146 En Noach H1129 H8799 bouwde H3068 den HEERE H4196 een altaar H3947 H8799 ; en hij nam H4480 van H3605 al H2889 het reine H929 vee H4480 , en van H3605 al H2889 het rein H5775 gevogelte H5927 H8686 , en offerde H5930 brandofferen H4196 op dat altaar.
  21 H3068 En de HEERE H7306 H8686 rook H5207 dien liefelijken H853 , H7381 reuk H3068 , en de HEERE H559 H8799 zeide H413 in H3820 Zijn hart H3254 H8686 : Ik zal voortaan H127 den aardbodem H3808 niet H5750 meer H7043 H8763 vervloeken H5668 H0 om H120 des mensen H5668 wil H3588 ; want H3336 het gedichtsel H120 van 's mensen H3820 hart H7451 is boos H4480 van H5271 zijn jeugd H3254 H8686 aan; en Ik zal voortaan H3808 niet H5750 meer H3605 al H2416 het levende H5221 H8687 slaan H834 , gelijk als H6213 H8804 Ik gedaan heb.
  22 H5750 Voortaan H3605 al H3117 de dagen H776 der aarde H2233 zullen zaaiing H7105 en oogst H7120 , en koude H2527 en hitte H7019 , en zomer H2779 en winter H3117 , en dag H3915 en nacht H3808 , niet H7673 H8799 ophouden.