Genesis 38:16-18

DSV_Strongs(i)
  16 H5186 [H8799] En hij week H413 tot H413 haar naar H1870 den weg H559 [H8799] , en zeide H3051 [H8798] : Kom H4994 toch H413 , laat mij tot H935 [H8799] u ingaan H3588 ; want H3045 [H8804] hij wist H3808 niet H3588 , dat H1931 zij H3618 zijn schoondochter H559 [H8799] was. En zij zeide H4100 : Wat H5414 [H8799] zult gij mij geven H3588 , dat H413 gij tot H935 [H8799] mij ingaat?
  17 H559 [H8799] En hij zeide H595 : Ik H5795 H1423 zal u een geitenbok H4480 van H6629 de kudde H7971 [H8762] zenden H559 [H8799] . En zij zeide H518 : Zo H6162 gij pand H5414 [H8799] zult geven H5704 , totdat H7971 [H8800] gij hem zendt.
  18 H559 [H8799] Toen zeide hij H834 : Wat H6162 pand H834 is het, dat H5414 [H8799] ik u geven zal H559 [H8799] ? En zij zeide H2368 : Uw zegelring H6616 en uw snoer H4294 en uw staf H834 , die H3027 in uw hand H5414 [H8799] is; hetwelk hij haar gaf H935 H0 , en ging H413 tot H935 [H8799] haar in H2029 [H8799] ; en zij ontving bij hem.